Op wie vallen de Russische bommen dan eigenlijk?

Alles wijst erop dat Rusland ook door Amerika gesteunde rebellengroepen aanvalt. Zo ondermijnt Poetin het Syriëbeleid van de VS.

Aanvallen in Kafr Nabel in de provincie Idlib in het Westen van Syrië. Foto Hadi Al-Abdallah/AP

De Russische luchtaanvallen lijken tot nu toe nauwelijks gericht tegen Islamitische Staat (IS). Rusland gaf gisteren zelf toe dat het behalve IS ook andere groepen bestookt. „De doelwitten worden gekozen in coördinatie met de Syrische strijdkrachten”, zei Poetins woordvoerder. Het Kremlin zegt dat het gaat om bekende radicaal-islamitische rebellengroepen, zonder op te sommen wie.

Moskou reageerde woest op beschuldigingen dat de Russische vliegtuigen het juist op de ‘gematigde’ rebellen gemunt hebben, waaronder groeperingen die door de VS worden bewapend. Maar volgens het Vrije Syrische Leger, een bondgenoot van het Westen, troffen de bombardementen van woensdag wel een brigade van Syrische Turkmenen, met wie zij geallieerd zijn. Bij die aanval, in Telbiseh nabij Homs, zouden veertig burgers zijn gedood.

Een andere aanval, in de provincie Hama, betrof Tajammu al-Izza, een groep die onder bevel staat van majoor Jamil al-Saleh: een overloper van het Syrische leger. Tajammu al-Izza staat op de lijst van groeperingen die van de VS antitankraketten hebben gekregen. „Wij hebben geen enkele band met IS”, zei Saleh tegen The New York Times. „IS zit hier minstens 100 kilometer vandaan.”

Politiek slim

Maar Rusland richtte zich in een tweede aanvalsgolf, in de nacht van woensdag op donderdag, ook op Jaish al-Fatah: een coalitie van islamitische groepen. De keuze om Jaish al-Fatah te bombarderen is niet alleen strategisch, maar ook politiek slim.

Strategisch, omdat Jaish al-Fattah een grote rol heeft gespeeld in het veroveren van de provincie Idlib op het regeringsleger eerder dit jaar. Politiek, omdat Jabhat al-Nusra (Al-Qaeda in Syrië) een belangrijke component is van Jaish al-Fatah.

Als Moskou kritiek krijgt op het bombarderen van Jaish al-Fattah, zo voorspelde Syrië-expert Aron Lund vorige week al, „dan mogen de critici uitleggen waarom Rusland niet Al-Qaeda zou mogen bombarderen”.

Vervolgens, stelt Lund, kan Poetin heel makkelijk de lijst uitbreiden en „elke rebellengroep gaan bestoken onder het voorwendsel dat het allemaal terroristen zijn of geallieerd met terroristen”.

Moskou weet ook dat de samenwerking tussen Al-Qaeda en de gematigde rebellen de achilleshiel is van Amerika’s Syriëbeleid. Neem nu Divisie 30, een eenheid van door de CIA getrainde rebellen waarop Washington veel hoop had gevestigd. Eerder dit jaar weigerde Divisie 30 om tegen Jabhat al-Nusra te vechten. Vorige week stond de eenheid zelfs een deel van zijn wapens af aan Jabhat al-Nusra. Dat is omdat Jabhat al-Nusra de eenheid heeft belaagd met moordaanslagen en ontvoeringen. Maar ook wel omdat de Syrische rebellen Al-Qaeda heel goed kunnen gebruiken in de strijd tegen Assad én IS.

Af en toe een bom op Al-Qaeda

Dit maakt het voor Washington moeilijk om vol te houden dat de Amerikaanse wapens bij de ‘gematigde’ rebellen belanden. Bovendien maakt Amerika ook zelf gebruik van de strijd tegen IS, om af en toe Al-Qaeda te bombarderen.

Omgekeerd, zegt Lund, heeft Poetin er alle belang bij dat het onderscheid tussen extremistische en gematigde rebellen verder vervaagt.

De belangrijkste reden voor Rusland om juist deze groepen te treffen, lijkt overigens de geografie. De aanvallen vinden plaats daar waar het regime het meest bedreigd is, met name aan de rand van het rebellengebied in de provincie Idlib, van waaruit de rebellen Latakia bedreigen, de thuisbasis van de Alawieten.

De Russische aanvallen komen ook op een moment dat in het Westen stemmen opgaan vóór samenwerking met Assad in de strijd tegen IS.

Charles Lister, een Syrië-expert verbonden aan het Brookings-instituut, waarschuwt dat het Westen, door zijn obsessie met IS, de hoofdzaak uit het oog dreigt te verliezen.

„IS is een belangrijke factor in Syrië en moet bestreden worden. Maar uiteindelijk zijn Assad en zijn regime de grondoorzaak van de hele Syrië-crisis.”