Je zal maar zo’n ministerie leiden

Het gedoe rond de Volkert-foto legde het opnieuw bloot: Veiligheid en Justitie heeft een cultuur van niet-informeren en niet-communiceren. De minister mag ondanks zijn blunder van de Kamer blijven zitten. Maar wat gebeurt er straks met het departement?

Minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur.
Foto: David van Dam

Bij de VVD zijn Tweede Kamerleden wel vaker nogal snel met het aanmelden van vragen of debatten met hun eigen bewindspersonen. Preventief agenderen noemen ze dat, als die verzoeken bedoeld zijn om regie over een politieke kwestie te behouden.

Maar deze Volkert-kwestie verliep he-le-maal niet naar verwachting. Resultaat: een urenlang debat waarin minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) de Tweede Kamer excuses maakte.

In het kort de kwestie: VVD’er Foort van Oosten meldde zich vorige week zondag als allereerste Kamerlid met mondelinge vragen bij de griffie van de Tweede Kamer; vragen aan partijgenoot en minister Ard van der Steur. Hij deed dat zelfs nog vóór de uitzending van Brandpunt Reporter, waarin Van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, vertelde dat de foto die De Telegraaf vorig jaar publiceerde in scène was gezet.

Van Oosten zag hier een kans in: als Van der G. het mediaverbod had overtreden, moest hij dan niet terug de cel in? Het had een VVD-profileermoment moeten zijn.

Maar Van der Steur gaf verkeerde antwoorden. Hij zei dat het Openbaar Ministerie (OM) daags voor het maken van de foto op de hoogte was gesteld. Terwijl daar maanden overleg aan voorafgegaan was.

Zoiets hadden ambtenaren ook tegen Van der Steur gezegd, vlak voor hij de Tweede Kamer vorige week uitleg gaf. Ze noemden dat een ‘voortraject’. Van der Steur negeerde die informatie, net als de waarschuwing van de advocaat van Van der G. dat het ministerie „geen stommetje moest spelen”.

Het debat van donderdag in vijf bedrijven.

1 Wat de Tweede Kamer nog niet wist

Van der Steur zat die bewuste zondagavond niet voor de buis, maar las „twee tassen vol met stukken” door. Hij was ook niet even door een ambtenaar gewaarschuwd dat er een heftig tv-programma over Van der G. uitgezonden werd.

Sinds zijn aantreden in maart was Van der Steur überhaupt nooit bijgepraat over de situatie rond Volkert van der G. Het leidde tot verbazing in de Tweede Kamer: zo’n gevoelig dossier en dan helemaal geen informatieoverdracht? Terwijl er van de zomer wel degelijk vragen van Brandpunt over Van der G. waren binnengekomen. Onbegrijpelijk.

2 Hoe de minister werd aangevallen

De ambtenaren hadden dus wel iets laten vallen over dat ‘voortraject’, maar „in zodanige bewoordingen dat voor mij niet helder werd dat ik dat zou meenemen in de beantwoording van de vragen”, zei Van der Steur.

De Tweede Kamer was geërgerd. „Dat kan niet en dat mag niet meer”, oordeelde PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt.

„Was het bravoure, een houding van: ik klets me er wel uit? Was het gemakzucht, nonchalance of onderschatting: ik weet wel zo ongeveer hoe het zit?”, vroeg SP’er Michiel van Nispen zich af.

3 De kritiek op het ministerie

Tegelijk benoemden de meeste partijen een probleem van structureler aard dan Van der Steurs politieke blunder: de cultuur van niet-informeren en niet-communiceren op zijn departement. Het ministerie „functioneert onjuist” (PvdA), er moet „orde op zaken worden gesteld” (CDA) en er moet „met de bezem doorheen gegaan” (D66) worden. Ambtenaren communiceren slecht en houden de top van het ministerie onvoldoende op de hoogte.

Toenmalig minister Opstelten (VVD) was weleens geïnformeerd over de optie om een foto van Van der G. te maken, maar daarna bleef informatie over de uitvoering ervan steken op medewerkersniveau. En toen de initiatiefnemer van het plan, antiterreurdienst NCTV, het maken van een foto niet meer nodig vond, belandde die informatie niet bij de uitvoerders van de afspraken en dus ging de voorbereiding van de foto gewoon door.

Een gebrek aan politieke sensitiviteit, was de gezamenlijke conclusie van de Tweede Kamerleden. Van der Steur kon dat alleen maar beamen.

4 Hoe het nu verder moet

Van der Steur laat zijn hoogste ambtenaar met een plan komen om de communicatie binnen het ministerie te verbeteren. Ontslagen sluit hij niet uit, zolang die maar niet gebaseerd zijn op incidenten. „Ik hecht aan een weloverwogen personeelsbeleid.”

Wat hem daarbij van pas kan komen, zijn de conclusies die de commissie-Oosting in december presenteert. Die commissie doet onderzoek naar wat er op het departement rond de zaak van Cees H. misging. Daarop vielen Opstelten en zijn staatssecretaris Teeven (VVD) in maart. Ook toen haperde de informatievoorziening. Van der Steur heeft het rapport nog niet gezien, zei hij, maar verwacht „indringende aanbevelingen”.

SGP’er Elbert Dijkgraaf schetste mooi het complexe probleem waar Van der Steur nu mee zit: „Een opener communicatie levert in het begin misschien wel méér meldingen van incidenten op.” Terwijl de cultuur van het ministerie afgelopen jaren er juist een was van wegpraten en uit de publiciteit houden van problemen.

5 Na de volgende formatie

Een meerderheid hebben ze niet, althans niet in de zittende Tweede Kamer. Maar D66, ChristenUnie, SP en PvdA zouden in een volgende regeringsperiode Veiligheid en Justitie van elkaar willen scheiden. De politie moet dan weer worden ondergebracht bij Binnenlandse Zaken.

Van der Steur ziet daar niets in. Volgens hem leverde het ‘superministerie’ juist veel goeds op. De Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht werken nu beter samen, „als één ondeelbare strafrechtketen, maar elk met een eigen verantwoordelijkheid”. Sterker nog: „Mijn buitenlandse collega’s zijn daar, met alle respect, stikjaloers op.”