Column

Het verlies dat alleen de grote instellingen kunnen lijden

Het lezen van het jaarverslag over 2014 van Toneelgroep Amsterdam bracht onlangs een kleine schok bij mij teweeg. In het jaar dat Ivo van Hove definitief doorbrak met zijn regies in Londen en New York en TA internationaal bejubeld werd voor The Fountainhead, maakte het gezelschap verlies. En niet eens zo klein: bijna 7 ton. Verrast? Dat was ik ook, in eerste instantie.

Maar alleen het exploitatieoverzicht bekijken volstaat meestal niet. TA legt in het jaarverslag keurig de rode cijfers uit: het is gepland! Uit de vorige subsidieperiode heeft TA grote reserves overgehouden en die moet het van het ministerie vóór 2017 opmaken. Daardoor konden met The Fountainhead, De Stille Kracht dit jaar en een tweede Couperus volgend jaar uitzonderlijk grote producties neergezet worden met fikse meerkosten. Geen zorgen, stelt het jaarverslag: de meerjarenbegroting wordt gewoon gehaald.

Het zijn verliezen die een groot gezelschap kan maken, maar die voor kleinere broeders ondenkbaar zijn. Ook het Concertgebouworkest blijft bijvoorbeeld alleen door beleggingsopbrengsten net in de zwarte cijfers. Op de activiteiten lijdt het een verlies van 7 ton, een bedrag dat andere orkesten direct in problemen zou brengen. Zo dreigt er een groter onderscheid tussen de groten en alle anderen. Dat bleek bij het analyseren van jaarverslagen van 45 grote instellingen, waarover verderop in dit CS meer.

De echt grote namen zijn veel meer in trek. Ze hebben ook de capaciteit om goede fondsenwervers neer te zetten. Voor een kleine instelling is dat een te groot risico. Twee fondsenwervers kosten al snel een ton die zij ook weer moeten terugverdienen. Dat bedrag halen veel instellingen niet, terwijl de werving veel research, veel contacten en veel maatwerk vergt. Daar is dus schaalgrootte voor nodig.

De buitenwereld (politici bijvoorbeeld) moet daarom voorzichtig zijn bij het de grote clubs ten voorbeeld houden aan kleinere collega’s. Een Rijks kan denken dat het voor 80 miljoen fondsen kan werven voor een aankoop, 1 miljoen is voor het overgrote deel van de instellingen al een bedrag om alleen maar van te dromen.