‘Het ontwikkelen van een nieuw medicijn kost meer dan 1 miljard’

Dat zei de Amerikaanse biotechondernemer Martin Shkreli in een tv-interview.

De aanleiding

Populair is hij er niet mee geworden. Toen de 32-jarige Amerikaanse biotechondernemer Martin Shkreli vorige week de prijs verhoogde van Daraprim, een medicijn tegen de potentieel dodelijke ziekte toxoplasmose, kreeg hij veel kritiek. De prijs ging van 13,50 dollar naar 750 dollar (670 euro) per pil.

Het nieuws werd wereldwijd met veel verontwaardiging gedeeld op sociale media en de Amerikaanse presidentskandidaat Hillary Clinton vond dat dit soort prijsverhogingen „alle perken te buiten” ging, twitterde ze.

In een tv-interview met Bloomberg, dat ook op Dumpert.nl terecht kwam, verdedigde Shkreli zijn controversiële zet. Hij wil de opbrengst gebruiken voor de ontwikkeling van een nieuw medicijn tegen toxoplasmose. „Het ontwikkelen van één nieuw medicijn kost 1 miljard.” Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Volgens de BBC is Shkreli ‘de meest gehate man in Amerika’. Hij is dus even wat moeilijker bereikbaar.

Vergelijkbare bedragen circuleren wel vaker in discussies over medicijnontwikkeling. Dan wordt vaak verwezen naar een onderzoek uit november 2014 van de Amerikaanse TUFTS CSDD, een medisch onderdeel van de TUFTS-universiteit in Boston. Volgens dat onderzoek kost het hele proces om een medicijn te maken, van idee tot patiënt, gemiddeld ruim 2,5 miljard dollar (zo’n 2,3 miljard euro).

En, klopt het?

„Hierin zitten ook de kosten verwerkt van mislukkingen,” zegt Joshua Cohen, onderzoeker van TUFTS CSDD. De meeste medicijnontwikkeling mislukt namelijk. Bovendien duurt het ontwikkelen van medicijnen vaak vele jaren en in het TUFTS-onderzoek zijn ook zogeheten opportunity costs meegerekend. Dat zijn de inkomsten die een medicijnfabrikant misloopt door zijn geld te steken in een risicovol nieuw medicijn in plaats van in een investering met een zekerder rendement.

„Je kunt discussiëren over welke kosten je mag meetellen voor het totaal”, zegt Piet Hein van der Graaf, hoogleraar en wetenschappelijk directeur van het onderzoeksinstituut voor medicijnontwikkeling (LACDR) van de Universiteit Leiden. „Maar het onderzoek van TUFTS is zeer serieus te nemen. In veel gevallen kost zelfs de allerlaatste fase van een medicijnonderzoek al honderden miljoenen.”

Technisch gezien klopt het wat Shkreli zegt, aldus Cohen en Van der Graaf. „Maar in het geval van Daraprim hebben we het over een generiek medicijn, niet een nieuw middel”, nuanceert Cohen. Een generiek medicijn is een middel waarvan het patent is verlopen, en waarvoor nauwelijks nieuw onderzoek nodig is. „De hoge kosten uit ons onderzoek zijn niet van toepassing op generieke medicijnen.”

Voor de ontwikkeling van Daraprim zelf door Shkreli is dus minder geld nodig dan 1 miljard. Maar in het interview geeft Shkreli expliciet aan dat hij het geld wil gebruiken voor een nieuw alternatief voor Daraprim. „Patiënten verdienen een beter middel.”

Zowel Cohen als Van der Graaf heeft grote twijfels of Shkreli echt van plan is om een volledig nieuw medicijn te ontwikkelen. „Zijn bedrijf lijkt meer een financiële speler dan een onderzoeksspeler.” Maar dat is niet met zekerheid te zeggen.

Conclusie

Aan een nieuw medicijn hangt inderdaad een gemiddelde prijs van meer dan een miljard dollar. De schatting van Shkreli is zelfs fors lager dan het bedrag uit de studie van TUFTS CSDD. Ervan uitgaande dat Shkreli de waarheid spreekt over zijn voornemen om een nieuw middel te ontwikkelen, klopt zijn bewering over de zeer hoge kosten. Shkreli’s uitspraak beoordelen wij daarom als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met hashtag #nextcheckt