Column

Het bloed van je eigen slachtoffers drinken

The Look of Silence

Binnenkort begint in Den Haag het tribunaal dat zich buigt over de moord op meer dan een miljoen (grotendeels vermeende) communisten in het Indonesië van 1965-68. De aanleiding vormde een mislukte couppoging tegen president Soekarno, waarbij zes generaals omkwamen. Vermoedelijk waren de daders geen communisten, zoals werd beweerd, maar handlangers van een andere generaal, Suharto, die enkele jaren later een corrupt en autoritair bewind zou vestigen.

Over die roerige en bloedige periode bestaat een bekende Australische speelfilm met Mel Gibson, The Year of Living Dangerously (Peter Weir, 1982). De laatste jaren werd de wereld vooral wijzer door twee documentaires van de Deense Amerikaan Joshua Oppenheimer: The Act of Killing (2012) en The Look of Silence (2014). Beide werden deze week uitgezonden door 2DOC/VPRO. Het zijn fascinerende documentaires, zowel door de inhoud en de werkwijze als de imposante vormgeving. Bijna elk shot in beide films zou al de moeite waard zijn als ondertussen alleen maar uit het telefoonboek voorgelezen werd.

In het eerste deel liet Oppenheimer, die jaren werkte aan het wekken van het vertrouwen van alle betrokkenen en het om de tuin leiden van de autoriteiten, de beulen van weleer hun wandaden naspelen. In deel twee neemt het theater een andere vorm aan. We volgen vooral één man, die de moordenaars van zijn broer wil leren kennen. Als opticien komt hij bij ze langs en zet ze een testbril op de neus, die als een soort van waarheidsserum dient. De beulen zijn nog steeds machtige mannen, maar marginaal door hun gekte. Een van hen vertelt dat je de enorme hoeveelheden slachtoffers alleen mentaal kon verwerken door consequent hun bloed te drinken.

Het zijn magistrale documenten over demonisering, bloeddorst, macht en schuld. Als je een de machthebbers onwelgevallige groep eenmaal hebt zwartgemaakt (geloof en seks zijn nuttige thema’s in dat verband), kun je altijd horden vinden die het vuile werk willen opknappen.

Dat er behalve het leger misschien nog meer belanghebbenden waren bij deze terreur, blijkt uit een zinvolle voetnoot, die KRO-NCRV vrijdag uitzond. In De Coup van ’65 ging verslaggever Aart Zeeman in Jakarta op zoek naar betrokkenen bij de maandenlange studentenacties die uiteindelijk Suharto aan de macht brachten. Ze bleken te zijn getraind door een Nederlandse jezuïet, pater Joop Beek, die tevens de speechwriter en souffleur van Suharto was. De nu 80-jarige Aad van den Heuvel had het met eigen ogen gezien, nadat hij als vertegenwoordiger van een katholieke omroep voor Brandpunt in contact was gekomen met pater Beek.

Nu blijkt dat het Vaticaan hem een beetje opzij had geschoven, toen de slachtpartij uit de hand was gelopen. De rol van de kerk in de ‘anticommunistische’ coup wordt niet ontkend. Je zou dan willen weten of er misschien meer organisaties of mogendheden mee verbonden waren, bijvoorbeeld wegens de toen populaire dominotheorie over omvallende westerse democratieën. Maar hoe de studenten van toen over hun spartaanse instructeur van toen spreken, is ook al heel spannend.

Bekijk hier de documentaire The Look of Silence.

Bekijk hier de reportage De Coup van '65.