Heel vanzelfsprekend opgestaan uit de dood

‘Ik ben dood”, zegt haar man als hij drie jaar nadat hij verdwenen is opeens in haar keuken staat. Hij vertelt haar hoe hij drie jaar eerder een einde aan zijn leven heeft gemaakt door zich in zee te verdrinken. Hij is dood. En nu is hij terug. „Het was een heel eind lopen.”

In Journey to the Shore van de Japanse filmmaker Kyoshi Kurosawa is de terugkeer van Yusuke niets buitengewoons. Op een dag is hij er gewoon weer. En misschien is hij er in zijn dode staat wel meer dan ooit tevoren. Het is vooral zijn echtgenote die een schim van zichzelf is geworden. De gruwel van Journey to the Shore is dan ook niet dat er iemand van gene zijde terugkeert, maar de gedachte dat mensen zo van elkaar vervreemd kunnen raken dat hun dood niet opvalt, en ze pas in het hiernamaals tijd voor elkaar hebben.

Tijdens een reis die Yusuke en Mizuku ondernemen, terug naar de kust waar hij aan land gekomen is, ontmoet het echtpaar de mensen die Yusuke tijdens zijn ‘terugreis’ hebben geholpen. Maar ze ontmoeten ook tal van verhalen van spijt en rouw die duidelijk maken dat het leven nu geleefd moet worden. Een even eenvoudige als diepe boodschap. De kracht van Kurosawa’s cinema is dat hij ook van dat transcendente moment iets kan maken dat zo gewoon is als een zonsopgang.