Hof: taaleis voor prostituees mag

Een peeskamer van een prostituee op de Wallen. Foto: ANP/REMKO DE WAAL

Wie een raamprostitutiebedrijf wil gaan uitbaten, moet in het Engels of Nederlands kunnen communiceren met het personeel. Zo niet, dan hoeft de gemeente geen vergunning te verstrekken.

Dat blijkt uit een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Communicatie is volgens het hof bijvoorbeeld belangrijk voor het doen van aangifte, mocht er sprake zijn van strafbare feiten. Daarbij wordt een ‘beperkte kennis’ van een gemeenschappelijke taal voorgeschreven, wat niet per se het Nederlands hoeft te zijn.

Twitter avatar RaadvanState Raad van State Zet procedure voort na uitspraak Hof van Justitie EU over uitleg van Europese Dienstenrichtlijn http://t.co/c28zFrNosb

De gemeente Amsterdam had in 2014 vergunningen geweigerd aan een exploitant voor twee nieuwe raamprostitutiebedrijven. Een van de redenen dat die vergunningen niet werden verstrekt, was dat de exploitant niet kon communiceren met zijn werknemers. Deze taaleis moet volgens de burgemeester bijdragen aan de zorgplicht die een exploitant heeft voor zijn personeel en dat beheerste in dit geval vaak alleen het Bulgaars of het Hongaars. Daardoor kon de uitbater niet weten of de dames al dan niet gedwongen in de prostitutie werkten.

De exploitant tekende bezwaar aan tegen het besluit, waarna de zaak aan de Raad van State werd voorgelegd. Aan het Europees Hof van Justitie is vervolgens om advies gevraagd in het kader van een prejudiciële procedure.

De zaak rondom de vergunningen was geschorst in afwachting van de uitspraak van het Hof.