Column

Gelukshormonen

Hij zei dat hij het voor de vluchtelingen had gedaan. Ik geloofde hem. Wie een paar seconden eerder wereldkampioen wielrennen op de weg is geworden, wie na 260 kilometer de titel afdwong in een eenzame alles-of-nietsexplosie, wie even subliem als grotesk de frustratie van zich affietste na een jaar dat overliep van ‘net niet’ terwijl alles aanwezig was om er een overvloedig ‘net wel’ van te maken, wie er in de kookpot van de gelukshormonen iets uitkraamt dat nauwelijks verstaanbaar is behalve dat hij het voor de vluchtelingen deed, is per definitie geloofwaardig. In de overwinningsroes klopt altijd alles.

Ik moet zeggen dat het gebrabbel van Peter Sagan me trof. Het trof me vooral omdat het me verraste. Sagan was de laatste die ik van engagement verdacht. Vooraf schijnt hij tegen zijn vriendinnetje gezegd te hebben: áls ik wereldkampioen wordt ga ik het erover hebben. Hoe verwoordde hij het na afloop ongeveer?

„Ik kan niet in het hoofd van politici kijken, ik kan als één man niet veel veranderen, maar het raakt me wat in de wereld gebeurt. Ik wilde vandaag echt winnen om dit te kunnen zeggen. Ik leef in het nu, ik ben blij met deze wereldtitel, maar ik win ook voor de toekomstige generatie. Er moet iets veranderen in de wereld, ik hoop dat er nog steeds jongeren zullen kunnen fietsen.”

In de hoofden van politici kan hij dus niet kijken, en dat is maar goed ook. Ik ben er sowieso geen voorstander van als sportmensen pogingen ondernemen in de hoofden van politici te kijken. Dat leidt maar af, en het komt de gelukshormonen niet ten goede. Een sporter, hoe groot ook, legt weinig gewicht in de schaal van het wereldtoneel. En dat is ook oké.

Maar in mijn kleine cocon is Peter Sagan een verlosser. Hij is het jongetje dat aldoor wil spelen. Geplaagd door een overmaat aan talent en niet gehinderd door een contract van een paar miljoen euro jaagt hij op de steriele spoken van de wielerlogica.

Op het internet vind ik een wedstrijdverslag van een vierdaagse koers in Tsjechië uit 2006. Sagan won die wedstrijd, hij is 15. Het verbazingwekkende is dat de geslagenen een paar jaar ouder zijn. Op het podium staat een knulletje dat nog helemaal moet uitgroeien. Alleen de gezichtsuitdrukking verraadt de onderkoelde gulzigheid van een wereldkampioen in wording.

Ik was er een poos bang voor dat het hij vermoord werd door het onbarmhartige wedstrijdprogramma van zijn eerste profploeg Liquigas. Hij kwam er, miraculeus genoeg, na een paar jaar vandaan als een reus.

Volgens ingewijden weet Peter ook raad met sterke drank, al doseert hij nu iets beter. Iemand zei me: hij zuipt soms alsof hij op een missie is. Niet te kloppen!