Eiceldonoren doen het niet voor het geld

„Het is net als bloed of beenmerg geven”, zegt een eiceldonor. „Zo zie ik het echt.”

Hoe voelt het om zomaar een eicel weg te geven? Dat vraagt gynaecoloog Annelies Bos van het UMC Utrecht altijd aan haar potentiële donoren. Voelt het alsof jóúw kind straks ergens anders opgroeit?

De gemiddelde eiceldonor bij het UMC Utrecht is 32 jaar, heeft een partner, twee kinderen en een baan op mbo-niveau of hoger, vaak in de zorg. De vrouwen antwoorden vrijwel altijd dat het niet voelt als hun kind, maar als een gift. Eigenlijk hebben ze dezelfde motivatie als spermadonoren, merkt Bos op. Alleen doen ze het nóóit, zoals mannen, om zich voort te planten.

Net beenmerg

Lisanne (34) deed het ook om altruïstische redenen. Ze kan niet met haar hele naam in de krant omdat ze anders traceerbaar is voor ontvangers. Afgelopen juli doneerde ze liefst zestien eitjes. Een jaar daarvoor hoorde ze voor het eerst van eiceldonatie, via de radio. Om haar heen zag ze het leed bij vriendinnen die maar moeilijk zwanger konden raken. „Binnen een paar maanden wist ik zeker dat ik het wilde doen. De een geeft bloed, de ander beenmerg. Het is een beetje karma-achtig, maar dan zonder zweverigheid.”

Lisanne en haar man willen zelf geen kinderen, dat telt misschien mee, denkt ze. „Anders gaan mijn eicellen helemaal verloren.” Het is net als bloed doneren. „Zo zie ik het echt.” En wat als het kind contact zoekt en sterk op haar lijkt?

„Uit Engels onderzoek blijkt dat maar weinig kinderen contact zoeken. Maar ik zou het niet erg vinden. Stel dat het kind net als ik heel muzikaal is, maar opgroeit in een amuzikaal gezin. Dan moet die herkenning fijn zijn. Maar ik denk daar niet te veel aan.”

Leuke ambassadeurs

Het valt gynaecoloog Bos op dat de aanmeldingen steeds bewuster worden, ook het opleidingsniveau van de donoren stijgt. „De overheid was bang dat vrouwen het alleen voor het geld zouden doen”, zegt ze. „Maar de ervaring leert dat dit totaal niet zo is. Ze willen zelfs geen reiskostenvergoeding als ze eerder in de selectie worden afgewezen.”

In de toekomst wil het UMC Utrecht donoren inzetten als ambassadeurs om nieuwe vrouwen te werven.

De omgeving van donor Lisanne reageerde heel positief. „Iedereen zei: wat goed dat je dit doet. Het gaf veel energie. Een vriendin overweegt de behandeling nu zelf.”

Zou ze ook ambassadeur willen zijn? „Dat is voor mijn werk niet handig, ik moet daar zo neutraal mogelijk zijn. Eicellen doneren is toch nog een verhaal waar veel mensen niet klaar voor zijn.”