Een pistool, een mes, en een plas bloed

Bart wordt wel eens agressief. Nogal plotseling, en dan sneuvelt er iets. Of er valt een klap. Hij had nu weer een rare blik in zijn ogen. Stak hij zijn broer?

Er werd plotseling luid geschreeuwd en de buurman was gauw terug komen hollen. Vader en zoon vervingen het slot van de voordeur – buurman was z’n gereedschap gaan halen, om te helpen. Of hij alsjeblieft de politie wilde bellen, vroeg vader. De ene zoon had bloed aan z’n handen en Bart, de halfbroer, had een hele rare blik in z’n ogen. Zou het weer mis zijn bij de buren?

Nu zijn we bijna een jaar verder en Bart zit voor de rechter, onderuitgezakt. Wat vorig jaar oktober precies de aanleiding was, blijft vaag. Er was ruzie, maar waarover?

Bart, automonteur, (32) zegt dat zijn vader en halfbroer hem wilden beletten het huis te verlaten „omdat me dan iets zou overkomen”.

Vader en halfbroer verklaarden echter dat ze hem uit huis wilden. Hij moest zijn sleutel inleveren, maar had dat geweigerd.

Bart wordt wel eens agressief. Nogal plotseling, en dan sneuvelt er iets. Of er valt een klap. Hij heeft een hele lijst veroordelingen, vooral voor diefstal, vaak met geweld, ook in huiselijke kring.

Die avond vernielde Bart onverwacht een afstandsbediening. Die ‘rare blik’ van Bart, die kende de familie wel.

‘Jou moet ik hebben’

Vaststaat dat bij de ruzie de halfbroer in de rug van z’n hand gewond is geraakt. Door een steakmes. Bart zou hebben geprobeerd hem in z’n hals te steken. Ook heeft hij hem met een (gas)pistool bedreigd.

De officier van justitie spreekt van ‘afweerletsel’, toegebracht bij een poging de halfbroer te steken. Namelijk door „in de richting van de hals te zwaaien met een mes”.

Maar Bart zegt dat z’n broer zichzelf per ongeluk aan het mes verwondde toen hij probeerde het pistool in z’n achterzak af te pakken.

Er zijn geen getuigen van het steken, ook de vader zag alleen het gevolg. Dat Bart riep ‘ik ga jullie allemaal doodmaken’ en ‘jou moet ik hebben’, wordt niet weersproken. De politie vond een grote plas bloed, het mes en het pistool. Het bewijs bestaat uit de aangiften van broer en vader en de verklaring van de buurman.

Er is geprobeerd Bart psychiatrisch te onderzoeken in het Pieter Baan Centrum, maar hij werkte niet mee. Het leverde een rapport van 49 bladzijden op „zonder concreet advies”, zegt de voorzitter. Op de directe vraag „heeft u hulp nodig” haalt hij z’n schouders op. Als dat ooit het geval is, vraagt Bart er zelf wel om.

De officier zegt zich grote zorgen te maken. Ze vermoedt ‘psychische problematiek’, maar kan dat nergens mee hard maken. Ook met de reclassering pleegt Bart niet te praten. Eerder legde de rechtbank hem al de cursus agressieregulering op, maar dat hielp dus niet. „Eigenlijk zit ik met de handen in het haar”, zegt de officier. Ze eist een forse celstraf: dertig maanden.

Maar twee centimeter diep

Barts advocaat legt de nadruk op het magere bewijs. De zaak drijft helemaal op de aangifte van de halfbroer, „met wie Bart ruzie had”. En de verklaring van Bart zelf hoeft ook niet ‘pertinent’ onwaar te zijn. Er is geen steunbewijs, er zijn geen deskundigen geraadpleegd. En die steekwond, aan de buitenkant van de hand, die was maar twee centimeter diep. Was dat wel typisch afweerletsel? Mag je zwaaiende bewegingen naar de hals wel beschouwen als ‘steken naar vitale onderdelen’ wat voor poging tot doodslag nodig is? Van ‘zwaar’ lichamelijk letsel was geen sprake. De halfbroer is niet invalide geworden en diens wond is volledig genezen. Mishandeling, meer zit er niet in.

Maar de rechtbank ziet dat twee weken later totaal anders. Bart krijgt dertig maanden cel, wegens poging tot doodslag.