Een eicel krijg je niet zomaar

Drie jaar eicelbank, drie vrouwen zwanger. Goede donoren zijn schaars. De wachtlijst voor stellen met een kinderwens is tijdelijk gesloten. Toch heeft de gynaecoloog „goede hoop”.

Illustratie Marien Jonkers

Van de 500 vrouwen die zich de afgelopen paar jaar hebben aangemeld om een eicel aan een onvruchtbare vrouw te doneren, heeft maar 5 procent dat ook uiteindelijk gedaan. Er staan 350 paren op de wachtlijst voor eicellen; negen hebben er eicellen ontvangen, drie vrouwen werden zwanger. De eicelbank in Utrecht bestaat nu drie jaar.

Gynaecoloog Annelies Bos van het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht maakt de balans op.

Waarom hebben zo weinig vrouwen eicellen gedoneerd?

„Er vielen veel donoren af tijdens de selectie. Tot nu toe meldden zich ruim vijfhonderd donoren aan, best veel. Maar een groot aantal, méér dan vierhonderd, voldeed niet aan de eerste criteria of reageerde niet meer. Van de overgebleven vrouwen viel tijdens de intakegesprekken met de gynaecoloog en maatschappelijk werker weer 75 procent af.

„Vooral bij de eerste aanmelding dachten veel vrouwen dat het even in een middagje kon, of nog op de leeftijd van 49. Verder valt ons op dat er vaak een genetische ziekte of aandoening in de familie voorkomt, of sprake is van een drukke agenda. Je moet namelijk acht tot tien keer naar het ziekenhuis komen en dat is niet altijd handig als de donor kinderen heeft en of een drukke baan. Zo blijft er uiteindelijk circa 5 procent, zo’n 25 vrouwen, over. De eerste donatie was in oktober 2012.”

Kunnen de criteria niet minder streng?

„Toen we begonnen met de eicelbank waren er veel vragen en was er ook kritiek. De vergoeding die de donor kreeg, van 900 euro, leidde tot veel discussie. De politiek was bang dat vrouwen het alleen voor het geld zouden doen. Ontvangers moeten er ook op kunnen vertrouwen dat de kans op aangeboren afwijkingen bij het kind niet hoger is dan het gemiddelde bevolkingsrisico. Daarom hebben we met grote zorgvuldigheid criteria opgesteld.

„Daarnaast is er het leeftijdscriterium: de donor mag niet ouder zijn dan 35, want dan is de kwaliteit en kwantiteit van de eicellen verminderd. Maar ze moeten ook boven de 25 jaar zijn, want anders bestaat het gevaar dat donoren zich onvoldoende realiseren wat ze weggeven. En ze moeten zelf een gezin hebben. Toch zijn de aantallen niet zo gek: bij onze spermabank valt ook meer dan driekwart van de donoren af. Bij hen is de oorzaak vooral de slechte kwaliteit van het zaad.”

Is het een zware behandeling voor de donoren?

„We hebben nog geen enkele donor gehad die omwille van de zwaarte niet nog een keer wilde doneren. Een vrouw las zelfs een boek tijdens de punctie. Het grootste bezwaar is de tijdsinvestering. De behandeling duurt ongeveer twee weken. De donor spuit twaalf dagen een- of tweemaal per dag hormonen bij zichzelf in, komt drie keer langs voor een echo en een keer voor de punctie. Hetzelfde als bij een ivf-behandeling, alleen ervaren onze vrouwen de behandeling als veel minder emotioneel en zwaar. Toch is het natuurlijk veel tijdsintensiever en pijnlijker dan een spermadonatie. Vrouwen kunnen meestal op de dag van de punctie en de dag erna niet werken.”

Waarom duurde het drie jaar tot de eerste zwangerschap?

„Het kostte tijd om het systeem op te zetten. Maar zelfs na een follikelpunctie kan het nog een jaar duren voordat we de eicellen gebruiken. Die worden namelijk een half jaar in stikstofvaten in quarantaine gehouden om overdracht van infectieziektes te voorkomen.

„Als de eicellen zijn ontdooid, moeten ze eerst bevrucht worden, het embryo moet verder delen, daarna moet de bevruchte eicel worden geïmplanteerd. Een ontvangend stel heeft maar 20 à 30 procent kans op leven, want ze ontvangen vier tot zes eicellen en elke eicel heeft 5 procent kans om een levend kind te worden. En dan is er altijd nog kans op een miskraam.

„Alles bij elkaar heeft de donor 50 procent kans dat haar donatie resulteert in een levend kind, want zij levert gemiddeld tien eicellen per donatie.”

Verwacht u groei in de donoraanmeldingen?

„We hebben goede hoop. Het heeft tijd en bewustwording nodig. Het kostte ook vele jaren om bijvoorbeeld nierdonatie op gang te brengen. Er stromen nu minder, maar beter geïnformeerde donoren binnen. Percentueel houden we meer over. We verwachten gemiddeld tien geschikte donoren per jaar te vinden, daar helpen we twintig stellen mee.”

Hoe staat het met de wachtlijst?

„Die is afgelopen februari gesloten omdat het verschil tussen donoren en ontvangers te groot werd. We nemen pas weer nieuwe aanmeldingen aan als de meeste paren zijn geholpen.

„Sinds een jaar hebben we meer zicht op de wachtlijst. Ik schrik van de lijdensweg die de stellen achter de rug hebben. Vaak is de vrouw al in de twintig in de overgang gekomen, onvruchtbaar door kankerbehandeling of raakt ze maar niet zwanger. Met het oproepen houden we rekening met de datum van aanmelding, of de vrouw al eerder een behandelproject heeft gehad en of ze al kinderen heeft. Ruim veertig stellen, het zijn alleen koppels, zijn nu opgeroepen. 40 procent zag ervan af. De relatie was uitgegaan, er was sprake van ziekte of een overlijden of ze hadden via een andere weg al een kindje gekregen.”

Zijn bepaalde donoren populair?

Opvallend is dat geen één van de eicelontvangers voorkeur had voor een bepaald profiel. Dit in tegenstelling tot veel lesbische stellen en alleenstaande vrouwen bij de spermabank, die wel met bepaalde wensen voor een donor komen. Bijvoorbeeld voor huidskleur of IQ. Eicelontvangers zijn dolblij als ze in aanmerking komen. Ze stellen zonder uitzondering geen enkele eis.” Overigens let de eicelbank er natuurlijk wel op dat donor en ontvanger goed bij elkaar passen. „Tot nu toe heb ik heel mooie matches gemaakt”, zegt Bos.