De staat krijgt straks één doek. Voor de prijs van twee

Waar was de oliesjeik? De koop van twee Rembrandts, door Frankrijk en Nederland samen, was uiteindelijk een diplomatieke deal.

Foto's Rijksmuseum, bewerking Studio NRC

Het werd dus plan B. Nederland koopt samen met Frankrijk de huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Toch tonen de hoofdrolspelers aan Nederlandse zijde zich even gelukkig met het akkoord van gisteren als wanneer plan A was doorgegaan: beide Rembrandts in bezit van het Rijksmuseum.

Volgens minister Bussemaker (PvdA, Cultuur) is er „niets mis” met het akkoord. In debat met de Tweede Kamer waarschuwde ze dinsdag dat haast geboden was. Anders bestond het risico dat de schilderijen „weer privaat en misschien wel heel ver weg aan de muur komen te hangen”. Directeur van het Rijksmuseum Wim Pijbes, die maanden heeft geijverd voor plan A, zegt ook nu „hartstikke blij” te zijn.

Het doel, zo schreef Bussemaker gisteren aan de Tweede Kamer, was de portretten toegankelijk te maken voor een groot publiek in Nederland en Europa. Liever gedeeld bezit met Frankrijk waarbij de doeken afwisselend in het Rijksmuseum en het Louvre hangen, dan dat ze in de kluis van een oliesjeik belanden.

Alleen: er was geen oliesjeik. Voor zover bekend tenminste. De huidige eigenaar, baron Éric de Rothschild, heeft de doeken al twee jaar geleden te koop aangeboden, allereerst aan het Louvre. Toen dat liet weten niet de gevraagde 160 miljoen euro bijeen te kunnen brengen, gaf de Franse minister van Cultuur, Fleur Pellerin, in maart dit jaar een vergunning om de werken te exporteren. Zo kwamen ze beschikbaar op de internationale markt.

Rothschild onderhandelde sindsdien met Pijbes (over plan A) en toonde zich in juli bereid om ook het latere, gezamenlijke bod van Frankrijk en Nederland (plan B) te overwegen. In een brief aan de ministers meldde hij dat hij al met het Rijksmuseum onderhandelde. Over andere bieders zei hij niets.

Nederland lijkt bakzeil te halen

Het ziet er dus vooral naar uit dat Nederland bakzeil haalt in het diplomatieke conflict dat vorige week ontstond, nadat Nederland verklaard had beide schilderijen te zullen kopen. Waar de Fransen eerst geen interesse leken te hebben in de meesterwerken, werd de kwestie nu van nationaal Frans belang. De Franse nationale bank stelde 80 miljoen beschikbaar om één werk te kopen – een tegenbod dat vooral bedoeld leek om Nederland te laten vasthouden aan plan B.

Donderdagavond deed Bussemaker nog alsof zij niet in dit spel zou meegaan. Ze stelde dat Rothschild al afspraken had met het Rijks en dat de Kamer bovendien een dringend beroep had gedaan op het kabinet om Pijbes te steunen.

Maar koortsachtige telefoontjes tussen de ministers en Rotschild maakten dat Bussemaker na het weekeinde een heel andere houding aannam. Nu was er haast geboden, zei ze, om de Rembrandts niet te laten verdwijnen naar een ver land. In plan A van Pijbes leek ze haar vertrouwen verloren. De zaak bleek op de VN-top in New York beklonken: president Hollande en premier Rutte bekrachtigden daar dat de landen samen moeten optrekken.

Rothschild kan niet anders dan akkoord gaan met plan B. De rijke bankiersfamilie is al jaren mecenas van het Louvre, Éric zelf is een belangrijk lid van de vriendenvereniging. De kwestie was zo hoog opgelopen dat een keuze voor plan A gezichtsverlies voor Frankrijk zou betekenen. En dat zou weer reputatieschade opleveren voor de familie Rothschild.

Beide schilderijen worden nu gedeeld bezit van Nederland en Frankrijk, zei Bussemaker gisteren. Het is dus niet zo dat elk land er één krijgt. Voor het Europese publiek is het winst dat de doeken te bezichtigen zullen zijn in twee van de belangrijkste Europese musea.

Voor het Nederlandse kabinet dreigt een situatie te ontstaan waarbij het één schilderij krijgt voor de prijs van twee. Want het is de vraag of er nog een rol is voor de particulieren die in plan A de helft van de 160 miljoen zouden inleggen. Het kabinet heeft nu 80 miljoen euro gereserveerd. Minister Dijsselbloem (PvdA, Financiën) wil liever minder betalen en particulieren alsnog laten meedoen. De vraag is of die nog willen.

Pijbes zegt dat de bijdragen van particulieren „beschikbaar waren voor de verwerving van beide schilderijen. Nu de deal rond is, is dat niet meer nodig.” Dijsselbloem verklaart dat Pijbes voor hem „met potlood een inschatting heeft gemaakt” over wat hij nog zou kunnen ophalen. Hij zal Pijbes daar echter niet aan houden, zei hij erbij.

De eerste afzegging is inmiddels binnen: de Vereniging Rembrandt heeft haar aanbod van 5 miljoen euro ingetrokken.