De show die vroeg of u al had gegeten

Vrijdag stopt Man bijt hond. NRC ging mee met de laatste keer aanbellen. ‘Voor ons krullen meteen de mondhoeken omhoog.’

In de keuken trekt Opa Piet zijn overhemd uit om zijn tatoeages te laten zien aan de tv-ploeg van Man Bijt Hond. Hij heeft een wulpse dame op zijn arm, die hij kan laten heupwiegen door met zijn spierballen te rollen. Hij wil zijn overhemd weer aantrekken – „Anders wordt het een naaktuitzending” – maar dat gaat niet zo soepel meer. Verslaggever Arie van der Hamsvoort maakt de knoopjes vast. De zorgzame tv-maker; een mooi beeld.

Opa Piet is de allerlaatste bij wie Man Bijt Hond aanbelt. Het populaire tv-programma met ongewone verhalen van gewone mensen wordt door de NPO na zestien jaar van de zender gehaald. Vrijdag is de laatste uitzending.

Het betekent dus ook het eind van de rubriek ‘Hond aan tafel’: tegen etenstijd belt een verslaggever aan bij een willekeurig huis en praat met de bewoner(s) over hun leven.

De eer is aan veteraan Arie van der Hamsvoort om voor de laatste keer op de bel te drukken. Hij rijdt de Utrechtse Sterrenwijk in. In de Saturnusstraat spot hij meteen Opa Piet, die graag wil meedoen. Piet draagt een vakantiehoedje met op het hoedenlint ‘Malta’. Hij zit op de bank voor zijn tv – het geluid staat uit, de ondertiteling voor doven staat aan – en lijkt niet onder de indruk van de karavaan van tv-mensen die zijn arbeiderswoning plots vult. Ontspannen werpt hij zijn oneliners naar de camera. „Ik woon hier helemaal alleen,” zegt hij. Hij wijst naar een urn op het dressoir achter zijn scootmobiel. „Daar staat mijn vrouw”. Op de kast staat een bruine pot, versierd met omhelzende armen. Daarnaast een foto van een glimmende dame. Elders in de kamer een andere herinnering aan zijn overleden vrouw: een verzameling glazen beeldjes in een glazen kast. Olifanten, beertjes.

„Wat was het donkerste moment van uw leven?” roept Van der Hamsvoort. Daar wil Opa Piet liever niet op ingaan. Het is ook wel duidelijk zo.

Wat houdt hem op de been? „Doorgaan, gewoon doorgaan. Positiviteit – en ik zeg dit niet om te slijmjurken. Ik ben nooit chagrijnig. Ik word lachend wakker, zelfs als ik een rotdroom had.”

Opa Piet heeft wat „zelfgemaakte appelemoes” uit de vriezer gehaald, want het rubrieksformat schrijft voor dat hij iets moet eten. Hij drijft even af naar andere tijden: „Ik kon vroeger heel behoorlijk zingen – van lyrische tenor tot heldentenor. En in 1953 heb ik de eerste prijs gewonnen met kunstfluiten zonder vingers. Maar dat durf ik niet meer. Ik kan niet goed horen, dus dat is behoorlijk vals. Dan lachen ze me uit.” Van der Hamsvoort doet een poging hem over te halen voor de camera toch even te zingen. Maar meer dan een harde fluittoon wil Opa Piet niet laten horen.

Later, buiten, zegt Van der Hamsvoort: „Als het een gewone uitzending was geweest, was ik er wel even op doorgegaan. Dan had ik ook wel meer willen weten over de eenzaamheid.”

Maar dit is geen gewone uitzending. Omdat het de laatste is, wordt Van der Hamsvoort zelf gevolgd door een cameraploeg van het programma, die een reportage van zijn reportage maakt. Daar achteraan hobbelen de fotograaf en de verslaggever van NRC, die dit verslag van de reportage van zijn reportage maken. Met zeven man in de huiskamer, die elkaar filmen en fotograferen, is het moeilijk om de gebruikelijke spontane intimiteit te krijgen. Bovendien is het de laatste keer, dus doen ze het anders dan anders. De meeste vragen gaan over het einde van Man Bijt Hond. „Heeft u ook weleens meegemaakt dat iets gewoon ophoudt?” vraagt Van der Hamsvoort. „Wat voor tips heeft u voor omgaan met zo’n verlies?” Opa Piet herhaalt: „Positiviteit”.

De authenticiteit van het ‘aanbellen’ wordt vaak in twijfel getrokken. De spontane verhalen zijn zó goed dat kijkers vermoeden dat alles geënsceneerd is, of dat de mensen op zijn minst vooraf zijn uitgezocht. Maar nee: de reporter belt echt zomaar ergens aan. Na afloop legt Van der Hamsvoort uit dat hij wel een educated guess doet: „Kijk, een strakke voorgevel, met keurig symmetrisch de witte vazen op de vensterbank; daar zou ik niet snel aanbellen. Maar Piet zat achter de geraniums naar de straat te kijken. Hij is naar buiten gericht. En ik dacht: leuk hoedje.”

De bekendheid en sympathie die het programma heeft, helpt enorm, stelt de verslaggever. „Als je zegt dat je van Mijn Bijt Hond bent, krullen meteen de mondhoeken omhoog. Acht van de tien mensen willen graag meedoen. En de camera legitimeert alles, dus ik kan dingen vragen die ik normaal nooit zou vragen.” Soms zegt iemand ‘ik wil niet meedoen, want ik had zo’n zware dag’, maar dan komt volgens Van der Hamsvoort soms alsnog het hele verhaal eruit rollen, terwijl ze in de deuropening blijven staan. „We hebben zelfs eens iemand zijn verhaal laten doen door de brievenbus.”