Column

De beenderen van 148 dode Schokkers

Zo trots als Jan Diender (78) op zijn afkomst is. „Mijn overgrootvader is nog op Schokland geboren. Mijn grootvader dus niet, mijn vader niet en ik ook niet. Maar ik voel me een Schokker. Ik ben een echte Schokker.”

Ik belde hem om te vragen hoe het zat met de eeuwenoude beenderen van 148 dode Schokkers die in 1940 werden opgegraven en meer dan 60 jaar in Amsterdam lagen opgeslagen. Diender heeft er persoonlijk en met grote moeite voor gezorgd dat ze terugkwamen en werden herbegraven, bij het gerestaureerde kerkje op de zuidpunt van Schokland, voormalig eiland in de voormalige Zuiderzee, nu een museumdorp in de Noordoostpolder.

Het verhaal is vaker verteld – een hoogleraar antropobiologie van de Universiteit van Amsterdam dacht dat hij in die beenderen sporen van de raszuivere Nederlander zou vinden – maar waarom was het voor Diender en alle 800 andere leden van de Schokkervereniging zo belangrijk dat de geschiedenis werd teruggedraaid? Welke betekenis hadden die vijf kubieke meter schedels en botten voor hen? Alsof ook maar iemand nog de mensen kende aan wie ze ooit hadden toebehoord.

Diender, met enige stemverheffing: „Die Schokkers zijn er geboren en gestorven, het was hun grond en hun leven. Ze horen op het eiland thuis en daarom hebben we ze teruggehaald. Vergelijk het met de slachtoffers van de MH17. Die zijn ook naar Nederland teruggehaald.”

MH17? Ik probeer te bedenken wat het verband is tussen het lot van de mensen die werden neergeschoten en van de mensen die van Schokland weg moesten – het eiland kon niet meer beschermd worden tegen de stormen op de Zuiderzee. Het lijkt me wat vergezocht, maar als Diender doorpraat, begin ik het een beetje te begrijpen.

„Schokland is onder dwang ontruimd”, zegt hij. „Er werd ons niets gevraagd, het was een Koninklijk Besluit. Na 1859 is het eiland nimmer meer onder water gelopen, dus vindt u het vreemd dat wij ons nog altijd afvragen: is het wel nodig geweest? Hadden we daar niet gewoon kunnen blijven? Natuurlijk, er was armoede, de grond leverde te weinig op en de visserij liep terug. Maar Schokkers hadden toch ook zelf kunnen besluiten om elders hun heil te gaan zoeken? Het probleem had zich vanzelf opgelost.”

De meeste katholieke Schokkers kwamen in Volendam terecht, de meeste protestanten in Brunnepe, een buurtschap buiten de stadsmuren van Kampen. Niemand die op ze zat te wachten, integendeel, dus dat werd klitten. En zoals dat gaat met vooroudersentiment: het heeft de neiging om met de tijd sterker te worden. De Schokkervereniging werd pas in 1985 opgericht.

Dat met die beenderen, zegt Diender, was de volgende „teleurstelling” die de Schokkers te verduren kregen. „Ook deze keer werd ons niets gevraagd. En ook het ruimen van de graven is achteraf zinloos gebleken. Er is niets met de beenderen gedaan.”

Op wat ruwe metingen na dan. Maar bijzonderheden werden niet gevonden en na de oorlog was onderzoek naar raszuiverheid niet meer en vogue.