Met Trechterbekervolk ‘de markt op’ nu Rijk steun weigert

De gemeente Dalfsen gaat zelf de markt op met de spectaculaire archeologische vondsten van het Trechterbekervolk, de eerste boeren in Noord-Nederland. Burgemeester en wethouders hebben dat besloten, omdat minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) en de provincie Overijssel hebben geweigerd geld beschikbaar te stellen voor verdiepend wetenschappelijk onderzoek.

Dalfsen zoekt (financiële) partners in zowel binnen- als buitenland. Een verzoek tot bruikleen is ingediend bij de provincie. Met het Drents Museum wordt gewerkt aan een reizende tentoonstelling die ook buitenlandse musea aandoet, in onder meer Polen, Duitsland en Rusland. In ruil daarvoor hebben deze musea een publicatieverplichting waarvoor ze verdiepend onderzoek laten doen.

Dat onderzoek is volgens archeologen broodnodig, omdat de schat die dit voorjaar in Dalfsen werd gevonden „van nationaal en internationaal belang is” en onze kennis over de hunebedbouwers, vijfduizend jaar geleden, „compleet op zijn kop zet”. Terwijl het gaat om cruciale kennis over het eerste venster van de nationale geschiedeniscanon, weigert de minister geld beschikbaar te stellen. Tot verbijstering van burgemeester en partijgenoot Han Noten. Nu wordt zijn gemeente van 27.000 inwoners in haar eentje belast met de zorg en de verantwoordelijkheid voor nationaal erfgoed.

De gemeente heeft tot nu toe 436.200 euro in het archeologisch onderzoek gestoken. Dat ging op aan graven en een analyse, niet aan dure dateringstechnieken, chemische monsters en DNA-onderzoek. Daarvoor gaat de gemeente nu sponsors zoeken. Zal de minister akkoord gaan? Noten: „Iemand die geen geld wil vrijmaken voor verdiepend onderzoek naar nationaal erfgoed, die heeft in mijn ogen geen recht van spreken meer. Dan zijn we uitgepraat.”