Extra calcium tegen risico van botbreuken? Dat helpt niet

Meer calcium eten, door zuivelproducten of voedingssupplementen, betekent niet dat 50-plussers minder botten breken. Het wetenschappelijk bewijs voor het nut van extra calcium ontbreekt. Dat schrijven Nieuw-Zeelandse onderzoekers in twee publicaties in The BMJ.

De onderzoekers zochten alle gepubliceerde onderzoeken naar de invloed van extra calcium op botdichtheid en op botbreuken bij elkaar: ruim honderd.

Uit de botbreukonderzoeken bleek dat extra calcium vrijwel nooit het risico verlaagt. Helemaal niet als de calcium in extra zuivelproducten zat – melk is de belangrijkste bron voor calcium in de voeding.

Menselijke botten zijn gemaakt uit calciumzouten en het eiwit collageen. Vanaf hun 50ste of 60ste verliezen mensen jaarlijks gemiddeld 1 procent van hun botdichtheid. Wie niet beweegt of ‘aanleg’ heeft verliest meer.

Het idee was dat extra calcium beschermt tegen botbreuken. Maar uit de nieuwe analyse blijkt dat twee jaar extra calcium (meestal 0,5 tot 1,0 gram per dag) de botdichtheid met 1 tot 2 procent verhoogt en daarna niet verder. Alleen calcium is niet genoeg: ook vitamine D houdt de botdichtheid op peil. Maar uit de beschikbare onderzoeken is niet te destilleren welke combinatie van calcium en vitamine D het best is.

Volwassen Nederlanders wordt al jaren geadviseerd om dagelijks 1,0 gram calcium binnen te krijgen, oplopend tot 1,2 gram voor 70-plussers. De gemiddelde inname is lager: 0,9 gram. Allochtone Nederlanders zitten met 0,5 tot 0,6 gram nog lager. Dat schreef de Gezondheidsraad in 2009, met de toevoeging dat de kans op botbreuken pas toeneemt bij een inname onder de 0,4 gram. Over een maand publiceert de Gezondheidsraad nieuwe voedingsadviezen. In het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen is de aanbevolen calciuminname tegenwoordig 0,7 tot 0,8 gram per dag.