Zo gaan de belastingen allemaal veranderen

Foto ANP

De bijdrage aan Prinsjesdag van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën was aanmerkelijk kleiner dan vorig jaar. Toen ontvouwde hij in de Kamerbrief Keuzes voor een beter belastingstelsel zijn langverwachte plannen voor een nieuw belastingstelsel. De ambitie en voortvarendheid spatten ervan af.

Op een persconferentie gaf hij er een uitgebreide toelichting op. Met een stelselherziening zouden binnen tien jaar honderdduizend extra banen worden gecreëerd en zou de economie worden aangewakkerd. De investering in het nieuwe stelsel zou 15 miljard euro bedragen. Daarnaast moest het belastingstelsel aanzienlijk vereenvoudigd worden.

De in juni gepresenteerde concrete voorstellen sneuvelden bij gebrek aan draagvlak. De oppositie wilde uiteindelijk vooral geen steun verlenen aan de verhoging van het lage btw-tarief die 5 miljard euro moest vrijmaken om lasten op arbeid te verlagen.

Vermogensrendementsheffing

Blijft over de vrolijke kant van de belastingherziening: de lastenverlichting. Daar trekt het kabinet 5 miljard euro voor uit, vrijgekomen door financiële meevallers. Electoraal gunstig, na jaren van bittere bezuinigingen. Maar het is niet de fundamentele hervorming die volgens Wiebes zo nodig is. Het verlagen van tarieven voor inkomstenbelasting met een paar procentpunt of verhogen van de arbeidskorting met een paar honderd euro kan geen ingrijpende herziening worden genoemd. Anders dan Willem Vermeend in 2001 kon, kan Wiebes vooralsnog geen Grote Belastingherziening op zijn naam schrijven.

Niettemin presenteerde de staatssecretaris dit keer méér maatregelen dan vorig jaar. Ze zullen vanaf vandaag worden besproken bij de Financiële Beschouwingen. Het gebruikelijke Belastingplan, met de jaarlijkse fiscale wijzigingen voor het komende begrotingsjaar, ging dit keer vergezeld van vier andere wetsvoorstellen. Alles bij elkaar gaat het om enkele tientallen nieuwe maatregelen, groot en klein. Enkele op een rij:

De meest in het oog springende maatregel vormt natuurlijk die 5 miljard lastenverlichting. Dat loopt zowel via werknemers als werkgevers. Zo gaat de belasting op inkomens tussen 20.000 en 66.400 euro omlaag en de arbeidskorting omhoog. Werkgevers krijgen een tegemoetkoming op de loonkosten voor laagbetaalde werknemers. Overigens wordt dit zogeheten lage-inkomensvoordeel pas in 2017 ingevoerd – de Belastingdienst kan dit niet op kortere termijn realiseren. Hierdoor bedraagt de totale lastenverlichting op arbeid komend jaar niet 5 miljard maar blijft steken op 4,5 miljard euro.

Niet eenvoudiger

Wat nog het meest op herziening lijkt, is de aanpassing van de vermogensrendementsheffing (ook pas in 2017). Daarmee wordt het systeem er niet eenvoudiger op. Het CPB deed vrijdag in een kritisch rapport over het huidige stelsel veel verdergaande voorstellen om deze vorm van kapitaalinkomen anders te belasten.

CPB over kapitaalinkomen

De Raad van State noemde het in een reactie opmerkelijk dat de verandering van de vermogensbelasting überhaupt in het Belastingplan is opgenomen. Politiek gezien doet het kabinet hier aan koppelverkoop, om de oppositie mee te krijgen: wie voor lastenverlichting van 5 miljard is krijgt de nieuwe vermogensrendementsheffing er automatisch bij. Het CDA wil de twee voorstellen loskoppelen.

Het lijkt erop dat het kabinet op dezelfde manier ook andere veranderingen in de belastingwetgeving door het parlement probeert te jagen. Hoewel het volgend jaar vooral om lastenverlichting moet gaan, staan er tussen de vele fiscale maatregelen ook minder populaire voorstellen. Zoals de verhoging van de belasting op vruchtensap met bijna 40 procent. Of de verruimde mogelijkheid voor de Belastingdienst om wanbetalers gevangen te laten nemen. Belastingadviseur Arjo van Eijsden van accountantskantoor EY: “Als dit wetsvoorstel separaat in het parlement zou worden behandeld, zou dat tot fel debat leiden en misschien zelfs de eindstreep niet halen.”