Wie durft te falen komt juist verder in de maatschappij

Niemand maakt graag fouten, falen is een taboe in onze samenleving. Gek eigenlijk, want wie faalt, leert ook. Waarom we meer fouten zouden moeten maken.

Illustratie Aart-Jan Venema Illustratie Aart-Jan Venema

Schrijver Rutger Lemm faalt in zijn ogen al zijn hele leven. Als hij alleen gaat reizen in Iran keert hij voortijdig terug. Pogingen om een vaste sportschoolbezoeker te worden mislukken. Zijn carrière als stand-up comedian gaat niet zoals hij wil en ook klaarkomen tijdens de seks lukt niet altijd. De realiteit valt meestal vies tegen. Dan belandt hij in een burn-out. Hij realiseert zich dat hij niet meer mee wil doen aan die perfecte schijnwereld. Schoonheid zit juist in imperfectie. Hij besluit er een boek over te schrijven: Een grootse mislukking, waarin Lemm het ware falen toont. „Een intieme, saaie en trage bedoening.”

Dat is best gedurfd. Want falen is een taboe in onze samenleving, zegt Arjan van Dam, arbeids- en organisatiepsycholoog en auteur van De kunst van het falen. „Het is eigenlijk vreemd hoe dat zo gegroeid is. Want een voorwaarde voor succes is falen. Je wordt er creatiever, productiever en krachtiger van. Iedere ondernemer weet dat falen bij succes hoort. En toch is het uit den boze om daarover te spreken.” Met als gevolg dat mislukken een vreemd monster is geworden op de weg van een carrière. Van Dam: „Daar moeten we vanaf. Door te falen leer je dat fouten maken normaal is. Anders eindig je met een burn-out, een onrealistisch zelfbeeld of word je een kasplantje zonder veerkracht. Dat laatste zie je wel bij hoogbegaafde mensen die nooit hebben gefaald.”

Het faaltaboe is volgens Van Dam ontstaan door de prestatiemaatschappij. „Er is een constante druk om te presteren in plaats van te leren. Dat zou andersom moeten zijn.” En dát verbetert weer de resultaten. Als iemand het gevoel heeft dat hij of zij mag falen, dan leren ze meer en komen ze verder.

Fouten? Een kans tot verbetering!

Cijfers uit de praktijk ondersteunen dit. Toen Van Dam nog bij een reïntegratiebureau werkte, deed hij met zijn collega’s onderzoek naar wat mensen helpt om werk te vinden. De werkzoekenden werden in drieën gedeeld: een groep die aan prestatiedoelen werkte, een aan leerdoelen en een controlegroep. „Van de leerdoelengroep had 33 procent binnen acht weken een baan. Van de prestatiegroep was dit slechts 10 procent.”

De theorie hierachter is dat mensen beter werken als ze een leerdoel stellen. Dan zijn fouten namelijk leermomenten. Voor wie zich prestatiedoelen stelt, is elke fout een teken van stop er maar mee, je kunt het toch niet. „Als je in een leerstand zit, verandert de betekenis van falen drastisch. Fouten zijn geen bedreigingen maar een mogelijkheid om te verbeteren.” Toch stelt 90 tot 99 procent van de mensen zichzelf prestatiedoelen, zegt Van Dam. Terwijl ze zo makkelijk zijn om te vormen. „Maak van: ‘Ik wil vijf vacatures vinden’ eens: ‘Ik wil vacatures leren vinden.’”

Steeds meer organisaties staan open voor het idee dat leren belangrijk is. Vooral modernere sectoren, zoals internetbedrijven, die snel moeten schakelen. Van Dam: „Ze snappen dat leren een cruciale factor is om succesvol te blijven, en dat niet mogen falen innovatie in de weg staat.” Psycholoog Wendy Horsch denkt dat het juist slim kan zijn faalacties uit je carrière op je cv te zetten. „Bedrijven zien dat tegenwoordig alles om verandering gaat, ze zoeken creatieve types. Als je kunt beargumenteren wat je fout hebt gedaan en wat je hebt geleerd is dat waardevol.”

In Silicon Valley mag je falen

Een goed voorbeeld van zo’n open werksfeer is Silicon Valley waar duizenden start-ups in de techsector huizen. Het leeuwendeel strandt vroegtijdig, schrijft Eva de Valk, journalist, in haar boek Silicon Valley. Schattingen variëren van 75 tot 95 procent. Het is normaal dat een ondernemer tien bedrijfjes opzet, waarvan er negen mislukken en er één lukt. Populair is de ‘pivot’, het radicaal veranderen van je product op basis van opgedane inzichten. Een vorm van falen, gekoppeld aan leren en verbeteren.

Ook de faillissementswetgeving is daar anders geregeld. Gaat een bedrijf in Nederland failliet, dan sluiten de deuren van alle banken. In de VS kun je dezelfde dag nog een nieuw bedrijf beginnen. Voor investeerders is het een pluspunt als je al een keer hebt gefaald: je begaat niet nog eens dezelfde fout.

Commerciële zelfhulpboodschap

Niet alleen bij bedrijven, maar ook daarbuiten is er groeiende aandacht voor falen. Afgelopen mei wijdde tijdschrift Psychologie er een themanummer aan. Omarm je mislukkingen en word nog succesvoller, was de boodschap. Die boodschap zit schrijver Lemm wat in de weg. Falen, áls er al over wordt geschreven, lijkt enkel een weg naar succes. Mislukken willen we alleen kennen als onderdeel van een perfecte eindprestatie, schrijft Lemm in zijn boek, want „niemand bezingt het lot van Barry, de dikke, eenzame werkloze – terwijl hij toch glorieus aan het mislukken is.”

Alle faalliteratuur, goeroes en beroemdheden richten zich op doorzetten, maar altijd met een „verlammende utopie in het vooruitzicht”. Het gevaar van zo’n commerciële zelfhulpboodschap is dat falen een trucje wordt, een middel tot nóg betere prestatie. En dan ligt die burn-out nog steeds om het hoekje te wachten.

Waarom is Lemms boek geen faalliteratuur? Met hem komt het toch ook goed? „Ik had tijdens het schrijven een stelregel: zorg dat je altijd voor lul staat. Ik wilde per se dat de lezer zou moeten lachen om mijn falen, en zo zichzelf wat minder serieus zou nemen.” Volgens Lemm gaan mensen steeds vaker kapot aan hun perfectionisme. Zij kunnen wel wat relativering gebruiken.

    • Daan Borrel