Talibaan te sterk in Kunduz

Zonder buitenlandse hulp en eigen luchtmacht blijft het Afghaanse leger kwetsbaar. De Talibaan profiteren ervan.

Politiemannen bereiden zich voor op een gevecht, vlakbij de frontlinie in Kunduz. Foto Reuters 

De inname van Kunduz door de Talibaan, nauwelijks negen maanden na het vertrek van de meeste NAVO-troepen uit Afghanistan, roept pijnlijke vragen op over de kracht van de Afghaanse strijdkrachten. Sinds begin dit jaar moeten zij het vrijwel zonder internationale militaire steun opnemen tegen de steeds sterker wordende Talibaan.

Gisterochtend zouden Afghaanse leger- en politie-eenheden de tegenaanval inzetten vanaf het vliegveld van Kunduz, dat even buiten de stad ligt. Maar daarvan kwam weinig terecht. Integendeel, gisteravond probeerden de Talibaan op hun beurt zelfs het vliegveld in te nemen. Dit mislukte echter, mede dankzij Amerikaanse luchtsteun. Nu zitten enige duizenden Afghaanse militairen omsingeld op het vliegveld, in afwachting van versterkingen.

Die hulptroepen uit Kabul en de naburige provincie Baghlan ondervinden veel hinder van bermbommen en een serie hinderlagen van de Talibaan. Dat toont hun sterk toegenomen kracht. Ze kunnen ook relatief ongehinderd opereren in grote groepen van soms honderden strijders tegelijk. Toen de NAVO nog een grote luchtmacht in Afghanistan had gelegerd, was zoiets zelfmoord geweest.

Ook in Kabul is de val van Kunduz hard aangekomen. Sommigen parlementsleden riepen zelfs al om het aftreden van president Ashraf Ghani.

De Afghaanse veiligheidstroepen bestaan uit politie- en legereenheden. De Afghaanse krijgsmacht bestaat uit ongeveer 260.000 manschappen (op een bevolking van 31 miljoen); de politie uit zo’n 100.000 man.

De politie heeft in het Afghanistan van na de Talibaan altijd een slechte naam gehad wegens de vergaande corruptie en het sektarische optreden. Niet zelden verwerden politieposten tot half-criminele hoofdkwartieren van eigenmachtig optredende commandanten die burgers afpersten en zich met hun manschappen soms lieten inhuren door de hoogst biedende.

Met de terugtrekking van het overgrote deel van de NAVO-troepen eind 2014, vestigden de Afghaanse burgers hun hoop vooral op het regeringsleger, dat de naam heeft minder corrupt te zijn. Maar in Kunduz heeft ook het leger nu een slechte beurt gemaakt. De lokale commandant was buiten de stad, en er zou sprake zijn geweest van een wanordelijke verdediging.

Eind juli concludeerde The New York Times na onderzoek dat de veiligheidseenheden er slecht voorstonden. „We zijn te passief”, oordeelde een Afghaanse generaal. „We jagen niet op de vijand. Als onze eenheden ingesloten raken, sturen we ze geen versterkingen en worden ze gedood.”

Welk effect dat heeft blijkt onder meer uit een ooggetuigenverslag van de strijd in Kunduz dat verscheen in de Stars and Stripes, dagblad voor de Amerikaanse strijdkrachten dat opereert met een onafhankelijke redactie. Muhammad Najib, een inwoner van Kunduz, vertelde dat vlakbij zijn huis een politiepost was. „De agenten bleven vechten en ze vroegen om versterkingen, maar niemand kwam hen helpen.” Hij zag hoe vier van de tien agenten bij de gevechten werden gedood. Drie raakten gewond. „Uiteindelijk kwamen er drie Talibaan-strijders tevoorschijn die de post innamen.”

De verliezen bij de veiligheidstroepen zijn zo hoog dat Amerikaanse militairen die in 2014 al „onhoudbaar” noemden. In de eerste helft van 2015 werden ruim 4.000 agenten en militairen gedood, 7.800 raakten gewond, 50 procent meer dan vorig jaar.

Het is vooral het gemis aan een effectieve luchtmacht die de strijdkrachten opbreekt. De Afghaanse luchtmacht is nog in opbouw. „Zonder close air support ben je in deze oorlog reddeloos verloren”, zei de Afghaanse commando Bahtiar toen deze krant begin dit jaar jaar een training in noord-Afghanistan bezocht. „ We krijgen nauwelijks meer luchtsteun van de NAVO”, zei majoor Kabir van de luchtmacht toen.