Spaar de ict’ers niet in Dieselgate

Ict-sector, leverancier van die malafide software, mag best meegezogen worden in deze crisis, vindt Victor de Pous.

Volkswagen heeft het zwaar te verduren in Dieselgate. De malafide programmatuur waarmee uitstootwaarden vervalst werden is onderwerp van internationaal debat. Merkwaardig echter dat de ict-sector vooralsnog buiten schot blijft. Wie zijn die ict’ers die in opdracht van bedrijven frauduleuze software maken?

Even terug in de tijd. ‘Ethiek als norm; recht als valnet’, kopte vakblad Computable eind jaren tachtig boven een column. In deze pre-internet-periode ging de discussie over de vraag wat het passende antwoord is op de juridische normering van informatietechnologie, waarbij het gebruik ervan uit de beslotenheid van experts was getreden: wetgeving of zelfregulering? Inmiddels kennen we een woud aan wetgeving voor ict.

Uit dezelfde periode stamt het verhaal van een medewerker van de toenmalige Centrale Recherche Informatiedienst over de inzet van frauduleuze programmatuur. Een kappersbedrijf was tegen de lamp gelopen: de kassasoftware was zo geprogrammeerd dat 20 procent van de door het personeel aangeslagen omzet niet werd opgenomen in de grootboekadministratie van de onderneming. Aan het einde van de werkdag kwam de baas afromen. Een softwarehuis had op zijn verzoek de originele code aangepast. De klant is koning.

Computercriminaliteit kennen we in soorten en maten. Iemand die ransomware ontwikkelt of exploiteert, waardoor computergebruikers worden ‘gegijzeld’ en pas na betaling weer over hun systeem kunnen beschikken, wordt meteen als misdadiger weggezet. Terecht. Ook over de classificatie van de eerste generatie computermisbruikers, zoals de Amerikaan die software manipuleerde zodat van iedere banktransactie zegge en schrijve een dollarcent naar zijn rekening werd overgeheveld, bestond destijds geen discussie. Wie ‘salamitechniek’ toepast, is crimineel.

Maar hoe kijkt de samenleving aan tegen ontwikkelaars die bij gerespecteerde bedrijven in dienst zijn, zelfs bij wereldmarktleiders zoals Volkswagen AG, en die hun talent misbruiken voor de bouw van softwarecode met verborgen functionaliteit om opzettelijk keuringsinstituut, klant en uiteindelijk samenleving te misleiden?

Werken deze ict’ers zelfgenoegzaam mee aan malafide handelspraktijken, bedacht door managers of bestuurskamer? Vorsprung durch Technik, luidt immers de slogan van zusterbedrijf Audi. Of programmeerden VW-techneuten in de hiërarchische organisatie tegen wil en dank?

Hoe het ook zij, elektronische gegevensverwerking is al lang uit de kinderschoenen. Na de Tweede Wereldoorlog begonnen grote organisaties, zoals bank en luchtvaartmaatschappij, met de commerciële toepassing van ict. Vooral na de introductie van de IBM PC in 1981 en het World Wide Web zo’n tien jaar later, kwam de informatiemaatschappij op stoom. Het is de hoogste tijd voor gedegen beroepsethiek van de ict’er. Daar hoort een klokkenluidersregeling bij: wie de reputatie van zijn beroepsgroep op het spel zet, moet vrezen voor zijn beroepsgenoten.