Slim schuiven met je pensioenpotjes

De regels om je pensioengeld over te hevelen naar een nieuw fonds zijn verruimd. Dat kán lonen. ‘Het is net handel met voorkennis’.

H et ís mogelijk. Je kunt je pensioen een beetje bijsturen en het nog aardig verhogen als het meezit. Hoe? Door alle pensioenpotjes die je verzamelde tijdens je carrière over te hevelen naar het fonds van je huidige werkgever – als dat betere financiële vooruitzichten heeft dan je vorige fonds(en), tenminste.

Zo een dat bijvoorbeeld wél genoeg vermogen heeft om de komende jaren de inflatie te compenseren. Het kan je aan het eind van de rit duizenden euro’s méér pensioen opleveren.

‘Waardeoverdracht’ heet dat overhevelen van pensioenpotjes in financiële vaktaal. „Het streven is dat je pensioen voor en na een overdracht evenveel waard is”, zegt Vincent van Bijleveld van financieel adviesbureau Towers Watson. Honderd euro blijft honderd euro als je het over de schutting gooit. Maar wat die honderd euro echt waard is, verschilt per fonds.

Is het bijvoorbeeld een rijk of een arm fonds? Heeft het veel jonge deelnemers die vermogen opbouwen of is het sterk vergrijsd?

Bijstorten

De overdrachtswaarde wordt in de praktijk bepaald aan de hand van de wettelijke rekenrente (2,156 procent in 2015), die gebaseerd is op de marktrente. Hoe lager die rekenrente is, des te meer oud-werkgevers bij het overhevelen moeten bijstorten om je pensioen op peil te brengen.

Is de rente juist hoog, dan kan bij het overhevelen ook een overschot ontstaan. Dat komt ten gunste van de werknemer.

Overhevelen mag al ruim twintig jaar in Nederland, maar binnen enkele weken veranderen de regels officieel. Al het pensioengeld dat je als werknemer vanaf 1 januari 2015 opbouwt, mag je dan op ieder gewenst moment oversluizen naar een nieuw fonds (je huidige pensioenfonds).

Aardverschuiving

Dat klinkt als een verruiming vergeleken met de oude regels, maar eigenlijk is het een noodreparatie. Dat zit zo: vroeger moest je binnen een half jaar nadat je van werkgever gewisseld was, zo’n overheveling van je pensioen aanvragen.

Wat een beperking voor werknemers, vond GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver. Met steun van VVD en D66 diende hij een jaar geleden een amendement in voor afschaffing van die termijn.

Dat werd aangenomen.

Oeps. Het amendement-Klaver van één alineaatje bleek een financiële aardverschuiving in Nederland te kunnen veroorzaken. Er zijn in totaal ruim negen miljoen slapers in dit land, volgens De Nederlandsche Bank. Heel veel mensen zouden ineens onbeperkt met hun oude pensioenpotjes kunnen gaan schuiven.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) vreesde „het gevaar van calculerend gedrag”. Ofwel: een exodus bij noodlijdende pensioenfondsen en hoge bijstortkosten voor werkgevers. De ‘solidariteit’ binnen het pensioenstelsel was in het geding.

Vandaar dat de staatssecretaris onbeperkt overhevelen wilde beperken tot pensioen dat ná 1 januari van dit jaar is opgebouwd. Voor pensioen dat voor die tijd opgebouwd is, blijft de aanvraagtermijn gelden van zes maanden.

Ook wordt de hoogte van het bedrag begrensd dat werkgevers verplicht zijn bij te storten. Voor kleine werkgevers gold al een maximum van 15.000 euro, of 10 procent van de totale pensioenwaarde. Die grens gaat nu voor alle werkgevers gelden.

Augurkenfabriek

Maar goed, stel dat je op 1 januari 2015 bij een augurkenfabriek in dienst bent getreden en morgen, op 1 oktober, de overstap maakt naar een forellenkwekerij. Dan heb je negen maanden pensioen opgebouwd dat tot je beschikking staat. Met de nieuwe regels kun je rustig afwachten tot de economie meer aantrekt, je nieuwe pensioenfonds er beter voorstaat dan je oude fonds en dan bijvoorbeeld pas in 2019 dat oude potje overhevelen. Tel uit je winst.

Het is eigenlijk gewoon handelen met voorkennis, vindt pensioenjurist Eric Bergamin. „Op de beurs is dat verboden, maar als je pensioenpotjes overhevelt, mag het ineens wél. Sterker nog, dan faciliteert de overheid het zelfs wettelijk.”

Geen paniek

Waarom is er de afgelopen negen maanden eigenlijk geen paniek uitgebroken? Waarom zijn miljoenen Nederlanders niet massaal met hun oude pensioenpotjes gaan schuiven toen dat even kon?

Dat komt in de eerste plaats omdat het niet veel zin had: veel fondsen staan er momenteel niet zo denderend voor. Grote pensioenfondsen zoals ABP, Zorg & Welzijn, PME en PMT hebben een lage dekkingsgraad – dat is de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen van een pensioenfonds.

De dekkingsgraad ligt momenteel rond de 100 procent, vooral door de historisch lage rente. En fondsen met een dekkingsgraad onder de 100 procent mogen geen pensioen overhevelen.

Slapers

Reden twee: fondsen noemen werkenden die her en der pensioenpotjes hebben staan, niet voor niets ‘slapers’. Het zijn mensen met een stukje pensioen dat ligt te snurken totdat het ooit uitgekeerd moet worden.

„De meeste mensen hebben helemaal niet in de gaten dat ze pensioen kunnen overhevelen”, zegt Van Bijleveld van Towers Watson. „Pensioenfondsen laten deelnemers vaak ook in het ongewisse daarover. Al zijn er fondsen die mensen juist stimuleren om over te stappen. Dat schoont lekker op: zo voorkomen ze dat ze allerlei kleine pensioentjes in hun administratie moeten bijhouden.”

„Mensen gaan niet van baan wisselen, alleen omdat ze dan hun pensioen kunnen overhevelen”, zegt pensioenjurist Bergamin. Van alle mensen die hun pensioen kunnen onderbrengen bij een ander fonds, doet 39 procent dit. Dat heeft onderzoeksbureau SEO in 2010 al eens berekend, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken.

Per jaar ging het destijds in totaal om 115.000 mensen en hier zou naar schatting 1,7 miljard euro mee gemoeid zijn. Dat lijkt misschien veel, maar is het niet in verhouding tot de totale nationale pensioenpot van bijna 1.390 miljard euro.

In één hand

Disclaimer: overhevelen is niet per se lonend, zeker niet als het fonds van je nieuwe werkgever een lage dekkingsraad heeft. Maar mensen die de stap zetten, hebben er „in beginsel” financieel voordeel bij, volgens het onderzoek van SEO. Alleen, de belangrijkste reden waarom mensen besluiten over te hevelen, is niet om hun pensioen te verbeteren. Ze doen dat vooral omdat ze al hun pensioen graag in één pot bij elkaar hebben, aldus SEO.

Van Bijleveld: „Maar wat maakt het nou uit of je pensioen later elke maand als één bedrag op je rekening wordt gestort of in stukjes, met verschillende afzenders?”

Hij wijst erop dat mensen op pensioenregister.nl sowieso overzicht hebben: daar staat precies wat je opgebouwd hebt.

De vraag is of het hele systeem van waardeoverdracht onderhand niet achterhaald is. Het werd in 1994 ingevoerd toen de riante ‘eindloonregeling’ nog heel normaal was – pensioen gebaseerd op je laatste salaris, aan het eind van je carrière. Het recht van werknemers om pensioen over te hevelen, moest voorkomen dat je een pensioenbreuk of gat opliep bij de overstap naar je laatste baan.

Maar tegenwoordig heeft niet eens één procent van de mensen nog een eindloonregeling. Ruim 90 procent van de werknemers heeft inmiddels een middelloonregeling, die gebaseerd is op het gemiddelde salaris tijdens hun carrière. Nu pensioen zo opgebouwd wordt, kunnen mensen eigenlijk geen plotseling pensioengat meer oplopen.

Staatssecretaris Klijnsma wil daarom het huidige recht op waardeoverdracht fundamenteel gaan herzien. Maar dat kan – zoals bij elke verandering van pensioenregels – nog wel even duren.

    • Eppo König