Primeur: aangeklaagd voor vernietigen werelderfgoed

De Malinees Ahmad Al-Mahdi verscheen woensdag voor het Internationaal Strafhof voor de vernietiging van graftombes en een moskee in Timboektoe. Hiermee betreedt het Strafhof nieuw terrein.

Het Islamitische centrum en de moskee bij Timboektoe die in mei 2012 grotendeels zijn vernield. Foto Habib Kouyate / AFP

Het was een onverwachte verdachte die woensdag zijn opwachting maakte voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Ahmad Al-Faqi Al-Mahdi wordt ervan verdacht in 2012 een leidende rol te hebben gespeeld bij het aan puin slaan van negen graftombes en een moskee in de historische stad Timboektoe, in het noorden van Mali. De vernietiging van dit cultureel erfgoed, vergelijkbaar met het opblazen in 2001 van de Afghaanse boeddha’s in Bamiyan door de Talibaan, trok destijd internationaal grote aandacht.

Zaterdagochtend werd Al Mahdi, alias Abou Tourab, naar eigen zeggen ongeveer veertig jaar oud, vanuit Niger overgevlogen naar het gevangeniscomplex van het Strafhof. „Een belangrijke stap voorwaarts in de strijd tegen straffeloosheid, niet alleen in Mali maar in de hele regio van de Sahel en Sahara in Afrika”, reageerde hoofdaanklager Fatou Bensouda.

De arrestatie van Al-Mahdi en zijn verschijning woensdag voor de rechter in Den Haag zijn een grote verrassing. Strafhof-watchers begonnen zich de afgelopen tijd al af te vragen of het Strafhof, dat met tegenslagen heeft te kampen, onder andere door onbetrouwbare getuigen, het dossier Mali wellicht in de ijskast had gestopt.

De zaak tegen de Malinees is om verschillende reden belangrijk. Het is voor het eerst dat het Strafhof een verdachte van een islamitische terreurgroep in het vizier heeft. En het is voor het eerst dat de aanklager vernietiging van gebouwen van bijzondere historische en religieuze betekenis onder de noemer ‘oorlogsmisdaden’ schaart zodat men er een proces tegen kan beginnen.

De misdaden in Timboektoe dateren van 2012. In het kielzog van een Toeareg-revolte rukten radicaal islamitische strijdgroepen op in Noord-Mali. Die opmars werd pas in januari 2013 gestuit door een Franse interventiemacht. Al-Mahdi behoorde tot Ansar ud-Din (‘Verdedigers van het geloof’), een streng-islamitische groep Toearegs die streven naar invoering van de shari’a in Mali en banden onderhouden met Al-Qaeda. Vernietiging van tombes van heiligen en voorvaderen paste in haar rigide interpretatie van het geloof.

In een opzicht is de zaak tegen Al Mahdi nu al een opsteker voor het Strafhof. Vanuit Afrika is de afgelopen tijd fel campagne gevoerd tegen het Hof, omdat het alleen maar Afrikaanse verdachten in de beklaagdenbank zou zetten. Maar nu zijn er ook twee Afrikaanse landen die duidelijk hun steun aan de internationale rechtspraak betuigen. Mali zelf, en buurland Niger dat de verdachte Al Mahdi soepel heeft uitgeleverd aan het Hof. Niger heeft dat niet zomaar gedaan: het fragiele land voelt zich zelf bedreigd door terreurgroepen in de Sahel.

Waarom Al Mahdi?

Blijft de vraag waarom juist Al Mahdi is uitgekozen. Volgens de Malinese blogger Fatouma Harber uit Timboektoe, die nog les heeft gegeven aan Al Mahdi, is hij een geradicaliseerde jongen uit een dorp in de buurt van Timboektoe. Hij heeft zeker meegedaan aan de vernielingen, maar hij was niet een van de grote leiders van de jihadistische bezetting in 2012. Die blijven buiten schot, schrijft ze op haar blog.

Dat laatste is overigens nog de vraag. Toen Mali in 2012 om interventie van het Strafhof vroeg, wees de regering in de eerste plaats op het vermoorden van burgers, het verkrachten van vrouwen, martelingen, het inzetten van kindsoldaten en andere schendingen van mensenrechten. Aanklager Bensouda liet zaterdag weten vertrouwen te hebben dat de daders die de grootste verantwoordelijkheid dragen voor het begaan van misdaden in Mali nog voor de rechter zullen komen.

Grote vissen

Met andere woorden: de zaak tegen Al Mahdi is nog maar het begin. Dat zou kunnen duiden op een strategiewijziging. Vanuit Kenia moesten president Kenyatta en vicepresident Ruto zich voor het Hof verantwoorden. Aanklager Bensouda beet daarbij in het zand, mede door efficiënte Keniaanse tegenwerking. Nu denkt ze meer kans van slagen te hebben door zaken van ‘onderaf’ op te bouwen. Niet gelijk de grote vissen proberen te vangen maar het net langzaam sluiten.

De bebrilde Al Mahdi, zwart krullend haar, met baard en snor, en keurig in het pak met stropdas, wilde donderdag geen commentaar geven op de vraag van de rechter over de beschuldigingen tegen hem. In januari wordt de zaak vervolgd. Dan zal de rechter oordelen of de aanwijzingen van de aanklager hard genoeg zijn om het proces echt te openen.

    • Wim Brummelman