opinie

    • Frits Abrahams

Onderverzekerd

De kwestie was of onze inboedelverzekering aangepast moest worden. Waren we zo langzamerhand na zoveel jaren van onaangepastheid niet toe aan verhoging van het te verzekeren bedrag? Anders gevraagd: dreigden we niet onderverzekerd te raken?

Ik voel altijd een grote ongerustheid opkomen bij de behandeling van dergelijke economische problemen van huiselijke aard. Ik voorzie ingewikkelde discussies met onze verzekeraar over verzekerde sommen, schadeuitkeringen en de daarmee verbonden premiebetalingen. In deze gesprekken zal ik onvermijdelijk snel het onderspit delven, omdat hij er veel meer vanaf weet dan ik.

„Weet je zeker dat we ons daar erg druk om moeten maken?”, vroeg ik aan mijn vrouw, die erover begonnen was.

„Je zult wel moeten”, zei ze, „want onderverzekering gaat je bij schade geld kosten.”

Ik zuchtte. Getrouwd zijn betekent meestal dat je regeert of geregeerd wórdt – is het niet door je partner dan is het door de omstandigheden. Sommige huwelijken zijn meer een soort paarse coalities, maar dat is ook niet alles.

Ze begon in een kast met dikke ringbanden te zoeken en kwam terug met een formulier van de verzekeraar dat ‘InboedelWaardemeter’ heette. Je moest allerlei gegevens invullen, zoals de leeftijd van de hoofdkostwinner, de samenstelling van het huishouden, het netto maandinkomen, de oppervlakte van de woning en ‘eventuele bijtellingen’. Elk gegeven werd gewaardeerd met een aantal punten. Was je bijvoorbeeld 35 jaar en jonger dan kreeg je daarvoor 22 punten, maar bij 51 tot en met 70 jaar waren het 39 punten. De kleinste woning betekende slechts nul punten, maar de grootste liefst 23.

Dus: hoe meer punten, hoe hoger de waarde van je inboedel en hoe duurder de premie. Een hoge leeftijd was niet in je voordeel, maar daar raak je wel aan gewend.

We sloegen braaf aan het invullen en keken aan het einde van de rit angstig naar de geschatte totale waarde van onze inboedel: inderdaad een stuk hoger dan het verzekerde bedrag. Bijverzekeren dus maar? Het was onze eerste impuls, maar na enig doorpraten belandden we in een merkwaardig relativerende gedachtenwisseling.

„Wat is nou eigenlijk onderverzekering”, riep ik filosofisch. „Stel dat de hele boel hier affikt, willen we dan al onze spulletjes weer terug? Welnee, je moet blij zijn dat je er áf bent.”

„We hoeven in ieder geval driekwart van de boeken niet meer te vervangen”, wees mijn vrouw naar de uitpuilende boekenplanken, „die lees je toch nooit meer. Hetzelfde geldt voor de cd’s en de platen, want we hebben Spotify.”

Ik hapte even naar adem. Dit had ik niet bedoeld, maar ik moest toegeven dat ze een punt scoorde. Waarom zou je boeken gaan terugkopen die je toch niet meer van plan was te herlezen? En waren er niet een hoop platen die ik alleen nog bewaarde omwille van ‘de hoes’?

„Akkoord”, zei ik met tegenzin, „maar dan hoeven ook allerlei tafeltjes, kastjes en andere overbodige of gedateerde aangroeisels van de huisraad niet vervangen te worden. Plus die kleren die maar hangen te hangen in de kleerkast omdat je ze nooit meer draagt.”

„Krijgen we eindelijk een licht en sober ingericht huis”, zei ze opgewekt, terwijl ze de ‘InboedelWaardemeter’ kapot scheurde.

„Ik kan niet wachten tot die brand uitbreekt”, knikte ik.

    • Frits Abrahams