Nederland stijgt flink op concurrentieranglijst

Nederland stijgt van de 8ste naar de 5de plek op de concurrentieranglijst van denktank World Economic Forum. In 2013 was ons land nog uit de top-5 gevallen.

Chinese agenten bij een recente vergadering van de World Economic Forum in China begin september. Foto Reuters/Jason Lee

Het economische herstel in Nederland en de hervormingen van het kabinet werpen nu ook hun vruchten af in de internationale ranglijstjes die jaarlijks verschijnen. In de Global Competitiveness Report 2015 - 2016 van denktank World Economic Forum stijgt Nederland van de 8ste naar de 5de plek. In 2013 was ons land nog uit de top-5 gevallen.

Het onderzoek, dat vandaag wordt gepresenteerd, beoordeelt 140 landen op allerlei criteria zoals de kwaliteit van onderwijs, de staat van de economie en de infrastructuur. Zo ontstaat een ranglijst van de concurrentiepositie van landen. Nederland moet Zwitserland, Singapore, de Verenigde Staten en Duitsland voor zich laten, maar is wel de snelste stijger in de top-10.

‘Goed resultaat voor Nederland’

“Het is een goed resultaat voor Nederland”, zegt Henk Volberda, hoogleraar aan de Rotterdam School of Management en leider van het Nederlandse gedeelte van het onderzoek. Maar wat opvalt is dat de overheid het op veel fronten beter doet dan de bedrijven.

Volgens Volberda dragen vooral de hervormingen van de arbeidsmarkt en de banken goed bij aan de concurrentiepositie. Nederland scoort nog steeds niet bijzonder goed op deze factoren: de arbeidsmarkt staat op een 17de plek, de werking van de financiële markten op een 31e plaats. Maar dat is een verbetering ten opzichte van wat het was.

Wel slechte score op innovatie

Nederland zakt juist fors op factoren als de innovatiecapaciteit van bedrijven en de investeringen in onderzoek en ontwikkeling door bedrijven. Dat komt vooral omdat andere landen wat dat betreft harder groeien. “Nederlandse bedrijven moeten echt een tandje hoger schakelen.”

De onderzoekers constateren verder dat er een steeds diepere kloof ontstaat tussen landen die hervormingen doorvoerden, en landen die dat niet deden. Negatieve voorbeelden zijn Cyprus en Griekenland. Dat zijn de EU-landen die met een 65ste en 81de positie het slechtst scoren in dit onderzoek.