Mansveld vecht voor vertrouwen

Na felle kritiek in het ProRail-debat bungelt de staatssecretaris tot er een extern onderzoek is gedaan.

Staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA), gisteravond mikpunt van de oppositie in het Kamerdebat over ProRail. Foto’s David van Dam

Ze overleefde met gemak een motie van wantrouwen, maar de twijfel bleef in de gehele Tweede Kamer. Het ProRail-debat met staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) werd gisteren na uren discussiëren op verzoek van alle fracties – inclusief die van haar eigen PvdA en coalitiepartner VVD – gestaakt, omdat Kamerleden de informatie van Mansveld niet valide vonden.

Ze moet uitvoerig schriftelijk antwoord geven op kwesties waar ze gisteren niet uitkwam. Ze moet vertrouwelijke, interne documenten van ProRail naar de Kamer sturen. En een extern onderzoek laten doen naar de risico’s, tekorten en de rechtmatigheid van uitgaven van de spoorbeheerder.

Mansveld zegde dit vannacht allemaal toe, hoewel ze bij de vertrouwelijke stukken meteen de kanttekening plaatste dat ze die toezegging „onverstandig” van zichzelf vond. Het was tekenend voor de daadkracht die Mansveld wilde uitstralen, maar telkens leidde tot onvolledigheid, tegenstrijdigheid, verwarring en irritatie.

Het resultaat is niet alleen dat Mansveld onder toezicht staat en wordt gedwongen stukken te publiceren waarvan ze volhield dat het prima was dat ProRail die intern houdt. Het gevolg is vooral dat ze zelf blijft bungelen. De staatssecretaris, die premier Mark Rutte (VVD) na kritiek begin deze maand als „zeer adequaat” omschreef, wordt door velen allang niet meer zo gezien.

Het gespeculeer over hoe lang zij nog aan kan blijven, gaat onverminderd door aan het Binnenhof. De motie van wantrouwen die de PVV vannacht voor de vorm nog indiende, bleef alleen zonder steun van andere partijen omdat die willen wachten op de informatie die Mansveld de komende weken moet leveren.

Deemoedig was Mansveld gisteren allesbehalve. Na afloop zei ze dat het debat haar juist „extra gemotiveerd had”, waarna ze verder geen vragen van journalisten wilde beantwoorden.

Ze had zich in de Tweede Kamer moeten verantwoorden voor de slechte bedrijfsvoering en andere problemen bij ProRail, maar was vooral op het matje geroepen omdat ze de Kamer niet goed en onvolledig geïnformeerd had over al die kwesties. ’s Middags had Hans Alders, de president-commissaris van spoorbeheerder ProRail, in deze krant gezegd dat niet Mansveld maar hij had besloten cruciale rapporten niet naar de Kamer te sturen. Mansveld is als staatssecretaris de enige aandeelhouder van ProRail. „Wie is nu de baas”, vroeg Kamerlid Stientje van Veldhoven (D66), „de staatssecretaris of Hans Alders?”

Dat was volgens Mansveld „niet de kernvraag”. Vervolgens verviel ze in „een hoorcollege”, zoals Martijn van Helvert (CDA) het noemde, over haar taken en bevoegdheden wat betreft ProRail. Hoe langer het debat vorderde, hoe minder ze erin slaagde de concrete antwoorden te geven waar Kamerleden om vroegen. Ook over een dreigend tekort van 475 miljoen euro bij de spoorbeheerder kon ze geen duidelijkheid bieden. Als Mansveld zichzelf al iets verweet was het onjuist „verwachtingenmanagement” naar de Kamer.

Vooral oppositiepartijen SP, PVV en CDA zorgden voor verbaal vuurwerk in het debat. D66 leek eerst genoegen te nemen met overleg en beloftes van de staatssecretaris tot beterschap, betere controle op het ontspoorde staatsbedrijf en adequate voorlichting aan de Tweede Kamer, maar kwam toen met het voorstel tot een extern onderzoek. Coalitiepartijen en ChristenUnie en SGP leken haar onvoorwaardelijk te steunen.

Totdat Mansveld verstrikt raakte in de materie en antwoorden op vragen schuldig moest blijven en zelfs de coalitie haar niet meer kon helpen.

De Kamer beslist binnen twee weken hoe en wanneer het debat wordt voortgezet. Dat zou zomaar kunnen samenvallen met de publicatie van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie Fyra. Ook dat kan gevaarlijk zijn voor de positie van Mansveld.