Jagen op de frikadellenkoning

De schrijver (Fedja van Huêt, rechts) gaat op stap met zijn personage J. Kessels (Frank Lammers).

Een sterk staaltje dat Erik de Bruyn van de roman J.Kessels: The Novel van P.F. Thomése zo’n leuke film heeft kunnen maken. Niet dat het geen knappe of geestige roman is – het tegendeel is het geval. Maar de structuur ervan is bij uitstek literair: schrijver ontwerpt een avontuur waarin hij zelf optreedt, en pretendeert in het boek ook niet een ‘werkelijkheid’ te beschrijven, maar een door hemzelf geconstrueerde sage, met elementen uit de werkelijkheid.

Scenarioschrijver Jan Eilander is erin geslaagd deze ‘dubbele bodem’ ook in de film te handhaven, zonder dat het gekunsteld of erg artistiekerig overkomt. Dat is heel knap, zeker in een voor groot publiek bestemde productie.

Het is allemaal glashelder, en vaak erg om te lachen. Schrijver (Fedja van Huêt) gaat met zijn vriend J. Kessels (Frank Lammers) op pad naar Hamburg om daar in opdracht van een bevriende privédetective een ontrouwe echtgenoot op te sporen en gevankelijk naar Breda terug te voeren.

Hamburg

Vooral die reis naar Hamburg levert fantastische scènes op: het wegrestaurant waar dirndlmeisjes op rolschaatsen de schransende truckers bedienen, de intens morsige wereld van de Hamburgse Reeperbahn, met zijn Stundenhotels, ‘oben ohne’-kroegen en eroscentra.

De film beoogt – wellicht iets meer dan het boek – ook een zedenschets te zijn, van de denkwereld van mannen rond de vijftig zonder vrouw – gevangen in een wereld van eeuwige jeugd, in de praktijk vooral veel bier, sigaretten en rommel. En er is natuurlijk de gehechtheid aan de morele waarden van vroeger – in het onderhavige geval vooral country-and-westernmuziek en een taalgebruik dat je als ‘rondborstig’ zou kunnen omschrijven. En er zijn natuurlijk de onvermijdelijke seksuele jeugdtrauma’s: de onbedoelde aanraking met de goddelijke, in hotpants gehulde billen van de dochter van de eigenaar van een Tilburgse frituur. Deze in flashback getoonde frituur, waar de supersized frikadel als ‘negerlul speciaal’ hoogtepunt van het menu is, vormt een van de hoogtepunten.

Het ziet er allemaal prachtig uit, en wordt ook fantastisch geacteerd. Net als in het boek meandert de handeling vrolijk door, de ene burleske scène naar de andere. Helaas gaat het tegen het einde van de film een beetje mis. Dat de film anders eindigt dan het boek is geen probleem – je kunt je heel goed voorstellen dat de filmmakers meenden dat er ergens een moment van catharsis moest komen, en die hebben ze ook gevonden.

Alleen wordt die ontknoping nogal langdradig opgediend. Bovendien wordt wat iedereen allang begrepen had – namelijk dat de schrijver de handeling bepaalt, en niet de ‘werkelijkheid’ – nogal nadrukkelijk ingepeperd. De film, nu twee uur lang, had best een half uurtje korter gekund. Maar bij zoveel filmpret is dat misschien een luxeprobleem.