Deze vergeten massamoord wordt langzaam bespreekbaar

Foto Screenshot The Act Of Killing

Laksmi Pamuntjak werd er gek van: ieder jaar op school die tergende propagandafilm van 3 uur en 37 minuten kijken over hoe onschuldige officieren werden afgeslacht door bloeddorstige communisten. Maar ieder jaar was de vertoning van Pengkhianatan G30S/PK (Verraad G30S/PK, red.) verplichte kost. „Vooral het liedje. Dat was zo zeurderig dat het eindeloos bleef hangen.”

Pengkhianatan G30S/PK gaat over de mislukte staatsgreep van 30 september 1965, volgens de film het werk van communisten. De mislukte coup was in werkelijkheid de aanleiding voor een enorme slachtpartij.

Vanaf oktober 1965, nu vijftig jaar geleden, werden in Indonesië tussen een half miljoen en drie miljoen mensen – communisten, vermeende communisten, linkse activisten, vakbondsleiders, Chinezen, weinig geliefde buurtbewoners – gedood. „Via de film leerde mijn hele generatie dat alle communisten atheïsten en de vijand van de staat waren. Communisten waren het pure kwaad en verdienden uitgeroeid te worden. Die boodschap werd in ons bewustzijn geramd”, schrijft Pamuntjak in een e-mail.

De propaganda duwde haar juist in de andere richting. Drie decennia later deed Pamuntjak iets wat alles behalve geaccepteerd is in Indonesië: ze schreef een roman over de massamoorden van 1965-66. Ze behandelde het grote taboe in Amba of de kleur van rood (Xander Uitgevers, 2015).

Het boek vertelt het verhaal van de geliefden Amba en Bhisma. Bhisma zit in de linkse kunstscène. Tijdens de communistenjacht wordt hij opgepakt en naar het strafkamp op Pulau Buru in de Molukken verbannen, zoals 12.000 politieke gevangenen.

'Amba of de kleur van rood', inmiddels een bestseller in Indonesië, staat niet op zichzelf. Een generatie jonge Indonesische intellectuelen heeft 1965 ontdekt als onderwerp. Rockband Superman is Dead krijgt binnenslands aandacht met de moderne vertolking van oude liedjes geschreven door politieke gevangenen. De 39-jarige Eka Kurniawan staat na een lovende recensie in de Sunday Book Review van de New York Times op het punt van een internationale doorbraak met Cantik itu Luka dat recent in het Engels vertaald is als Beauty is a Wound (New Directions, 2015).

Kurniawan schuwt het niet om de slachtpartijen van 1965 te beschrijven. De lijken liggen in zijn boek overal, in de irrigatiekanalen, op straat, in de rivierbedding, midden op bruggen en in de bosjes. „De meesten werden gedood toen ze probeerden te vluchten”, schrijft Kurniawan. Dat beeld is het tegenovergestelde van de boodschap van de oude propagandafilms.

Laksmi Pamuntjak denkt dat het een voordeel is na 1965 te zijn geboren. Pamuntjak, die in Amsterdam is op boekentour, schrijft: „Ik heb het voordeel van afstand. Tegelijkertijd maak ik mij zorgen dat ik nooit de volledige diepte en omvang van het leed van slachtoffers kan overbrengen. 32 jaar lang wees Soeharto systematisch en obsessief op het gevaar van communisme. Als gevolg zijn hele generaties getraind in zwijgen, apathie en vergeten. Om dat te doorbreken zeg ik: hoe meer boeken over 1965 hoe beter.’’

Ondanks de interesse van jonge intellectuelen blijft 1965 bij het grote Indonesische publiek zo goed als onbespreekbaar. Andreas Harsono, onderzoeker van Human Rights Watch, weet hoe dat komt. Velen van ons waren betrokken, zegt hij. „Politici van het hoogste niveau, gouverneurs, regenten, dorpshoofden. Er zijn nog steeds machtige mensen die het openbare debat domineren die wegens persoonlijke betrokkenheid geen zin hebben hierover te praten’’, zegt Harsono.

Niet alleen het leger en paramilitaire knokploegen waren betrokken bij de slachtingen. Ook Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah, de twee grootste islamitische organisaties van het land, deden mee. Religieuze leiders van de organisaties zagen de communistenjacht als een vorm van heilige oorlog.

Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah behoren tot het fundament van Indonesië. Ze bestieren scholen, ziekenhuizen en bestrijden armoede. Dat deze organisaties, waar 70 miljoen van de 245 miljoen inwoners van het land lid van zijn, betrokken waren bij de massamoorden is een feit dat veel Indonesiërs niet willen opdiepen uit de kluis van het verleden.

Ook bij hervormingsgezinde politici als president Joko ‘Jokowi’ Widodo is er niet veel animo werk te maken van het instellen van een waarheids- en verzoeningscommissie of een tribunaal. Harsono: ,,Met het leger en de twee grote islamitische organisaties heb je de belangrijkste pilaren van het land te pakken. Je kan als politicus in Indonesië geen politiek bedrijven zonder hun steun. Totaal onmogelijk.”

President Jokowi zou volgens Indonesische media hebben overwogen dit jaar excuses aan te bieden aan slachtoffers van mensenrechtenschendingen, de moordpartijen in 1965-66 incluis. Maar hij zou daar vanaf hebben gezien. Volgens zijn woordvoerder heeft de president zijn handen vol met plannen om de economie weer op gang te krijgen.

In 2000 bood Gus Dur, de toenmalige president en oud-leider van Nahdlatul Ulama, wel zijn excuses aan. Een klein jaar later werd Gus Dur door het Indonesische parlement afgezet. Sindsdien durft geen Indonesische politicus van formaat zich aan het onderwerp te branden.

Ook Indonesische media besteden nauwelijks aandacht aan '50-jaar-na-1965'. Het is geen toeval dat de belangrijkste bewegingen om aan waarheidsvinding te doen en het onderwerp bespreekbaar te maken zich in het buitenland afspelen. In Nederland bereidt een groep activisten een volkstribunaal voor dat in november in Den Haag gehouden moet worden.

Ook de film The Act Of Killing gaat over het onderwerp

Tegelijkertijd hoopt Andreas Harsono op openbaring van geheime Amerikaanse documenten, vertelt hij via Skype vanuit Washington. „Wij zijn met een aantal Amerikaanse senatoren bezig een actie voor te bereiden”, zegt hij.

Het gerucht heeft altijd geleefd dat de Amerikaanse geheime dienst duizenden namen heeft doorgespeeld van Indonesische communisten aan het leger. „Tijdens de Koude Oorlog mocht Soeharto zijn gang gaan van de VS. Duizenden communisten werden uit de weg geruimd zonder dat er een Amerikaan zelf een kogel afvuurde. Maar als Amerika geholpen heeft, zijn er documenten. Als die openbaar worden gemaakt, neemt de druk toe in Indonesië”, zegt Harsono. „Wie weet maken Amerikaanse documenten iets los, waardoor mensen opeens willen weten wat er gebeurd is. Als het klimaat verandert zou een waarheidscommissie of een tribunaal wellicht mogelijk zijn.”

Lees ook dit artikel van Dirk Vlasblom over het vergeten bloedbad