Giacometti inspireert tot dans en muziek

Componist Schönberger en choreografe Beppie Blankert over hun Giacometti-productie.

‘Je hoort muziek beter als je die ziet’ Gezien Giacometti dansconcert FOTO BEN VAN DUIN

Eén ding: een voorstelling over kunstenaars Alberto Giacometti (1901-1966) wordt het dus niet. Dat zou, aldus Elmer Schönberger (1950), naïef zijn. Evenmin heeft hij in zijn nieuwe Achttien dagen, het muzikale vertrekpunt voor het dansconcert Gezien Giacometti, gepoogd het 'uitgebeende oeuvre' van de Zwitserse schilder en beeldhouwer te verklanken. Schönberger: „Ik heb mijn eigen compositie geschreven, erop vertrouwend dat er door mijn affiniteit met de esthetiek van Giacometti iets uitkomt dat passend is.”

De componist en musicoloog stuitte ooit via een tekening in een boek over Stravinsky op Giacometti, en langs die lijn op het boekje A Giacometti Portrait (1965). Daarin maakt de Amerikaanse journalist James Lord de lezer deelgenoot van een scheppingsproces waarvan hij, achttien dagen als model 'zittend', zelf onderdeel was. Elke uitspraak, elke twijfel van Giacometti werd door Lord opgetekend – en dat waren er vele.

Een intiem, dramatisch verhaal vond Schönberger het. „Als componist weet ik hoe een muziekstuk tot stand komt, hoe dat in fasen uit een paar maten groeit, maar dat proces in het atelier van een beeldend kunstenaar te volgen, was nieuw voor mij.”

Voor de muziektheaterproductie die hem voor ogen stond, zocht hij samenwerking met Beppie Blankert (1949), die hij kende als choreografe “die vanuit de muziek werkt”.

Die bovendien, zo bleek, al in 1998 rondliep met een idee voor een Giacometti-project. Ook zij was geïntrigeerd door het boek van Lord. „Elmer had een danser nodig, waarop ik zei: dan heb je ook een choreograaf nodig.” Ze vervolgt: „Bijzonder is dat Elmer mij heeft gevraagd, in plaats van andersom. Ik heb vaker met speciaal gecomponeerde muziek gewerkt, maar die projecten werden meestal door mij geïnitieerd. Het is tamelijk uitzonderlijk dat de vraag vanuit de muziek komt.”

Het idee van een danser die onbeweeglijk op een stoel gezeten naar de muziek luistert, transformeerde al snel tot een sterk geabstraheerde choreografie voor twee mannen. „Daarin zou je een schilder en zijn model kunnen zien”, erkent Blankert, “maar het hoeft niet. Het gaat ook over vriendschap, hoe dicht je bij elkaar kunt komen, in elkaars ruimte, zonder dat het klef wordt.” Voor Schönberger gaat het vooral om de mentale processen, niet zozeer om het op zichzelf statische gegeven van het model zitten, zegt hij: „Wat er in die hoofden omgaat, wat tussen die twee mensen ontstaat, wat er op het doek gebeurt, is heel veel. Dat moet je op de een of andere manier naar buiten brengen.”

Schönbergers twaalfdelige compositie voor altviool, basklarinet, contrabas, cimbalom en slagwerk wordt gespeeld het Nieuw Amsterdams Peil. De musici maken actief deel uit van de enscenering. Blankert: „Het element van kijken en bekeken worden, dat in de verhouding tussen de twee dansers aanwezig is, speelt soms ook tussen dansers en musici. Dat sluit mooi aan bij mijn overtuiging dat je muziek beter kunt horen als je die ziet.”

    • Francine van der Wiel