Een zonnige padvinder op de Rode Planeet

In een zandstorm verongelukt, door zijn team voor dood achtergelaten: astronaut Mark Watney van verkenningsmissie Ares 3 moet het anno 2029 bijna drie jaar in zijn eentje zien te rooien op Mars. Een kurkdroge planeet, weet hij. „So let’s science the shit out of it” – met een handvol aardappels en zijn eigen, keurig in aluminiumfolie verpakte uitwerpselen.

Dat kurkdroge is al een beetje achterhaald nu NASA bekend heeft gemaakt dat op het Marsoppervlak soms zilt water ligt: het filmteam reageerde gevat met een fragment uit The Martian waarin Watney „Surprise!” roept. Het lijkt een goed getimed pr-moment; regisseur Ridley Scott van The Martian zegt het verhaal over water op Mars al twee maanden geleden te hebben gehoord. Te laat voor zijn film, waarin Watney via riskante scheikundige experimenten waterstof aan zuurstof moet binden. Scott: „Nu zou ik hem dus gewoon een stukje laten graven, maar dat had me een paar mooie scènes gekost.”

Toch kan de NASA zich geen betere film wensen dan The Martian, die wetenschappelijk vrij accuraat dramatiseert waaraan werkt: gesloten leefsystemen, landbouw in de ruimte, meermalen bruikbare ruimteschepen, psychologie van langdurige missies. Aan alles wat nodig is voor een trip naar Mars, kortom.

Bijna-rampvlucht

The Martian herinnert vooral aan Apollo 13, Ron Howards claustrofobische speelfilm uit 1995 over de bijna-rampvlucht van James A. Lovell en zijn bemanning, die in 1970 na een ontplofte zuurstoftank („Houston, we have a problem”) alleen door extreme improvisatie, precisie en discipline levend op aarde wisten terug te keren. In The Martian gaat het om de derde Ares-missie naar Mars anno 2029: in de gelijknamige roman van Andy Weir grapt astronaut Watney dat de eerste missie naar Mars een tickertapeparade kreeg en de tweede een warme handdruk met een kop koffie. Zoals dat ging toen het nieuwtje eraf was bij de Apollomissies.

In die sfeer van slinkend ruimtevaartenthousiasme – zijn een paar Marsstenen ons werkelijk honderden miljarden dollars belastinggeld waard? – verenigt sympathie voor de overlever Watney, die via het in 1997 op Mars gelande Sojourner-wagentje het contact met Houston herstelt, de wereld achter de NASA. Dat ruimtevaartagenschap neemt in 2029 nog altijd het pionieren voor zijn rekening, met China als welwillende rechterhand en Rusland nergens meer in zicht.

De op Mars gestrande botanist en werktuigbouwkundig ingenieur Watney is een nerd naast de macho pilotentypes van de Apollogeneratie: zie Philip Kaufmans ruimtevaartepos The Right Stuff uit 1983. Maar hij deelt de taaie Amerikaanse can do-mentaliteit: met extreme vindingrijkheid, doorzettingsvermogen en toegepaste wetenschap overleeft je zelfs Mars.

Matt Damon. Foto The Martian

Dat is ook het leuke van The Martian: de film markeert een terugkeer naar een bijna vergeten traditie van wetenschapsoptimisme en ‘harde’ sciencefiction. Want sf-actie is tegenwoordig Hollywoods dominante filmgenre, maar dat betreft sprookjes uit de computer: veel fictie, weinig wetenschap. Of, in de nobele traditie van 2001: A Space Odyssey (1968), Contact (1997) en Interstellar (2014), quasireligieuze mijmeringen over de plek van de mens en de aarde in het universum.

De wereld leeft mee

Dan houdt The Martian het fris en simpel: een spannende survivalfilm met astronaut Watney als een Robinson Crusoe zonder zelfingenomen moralisme. Met wetenschappers die op cafeïne en noedels meedenken, Mission Control dat meejuicht, de wereldbevolking die meeleeft. Wat geheel ontbreekt is de existentiële twijfel en wanhoop waar overlevers, van Major Tom tot Tom Hanks in Cast Away of Sandra Bullock in Gravity, tegenwoordig steevast aan ten prooi vallen. De immer zonnige Watney valt hooguit ten prooi aan bonte associaties: dat hij als eerste landbouwer Mars als kolonie mag claimen, of dat hij door ongevraagd een Marswagentje te kapen juridisch gezien piraterij bedrijft.

Watney is een ongecompliceerde optimist die zijn de dood koel onder ogen ziet, problemen begroet als uitdagingen om ijverig te analyseren en tegenslagen incasseert met galgenhumor – of het nu gaat om een exploderende luchtsluis of de wezenloze discomuziek uit de jaren zeventig waarmee hij zich dient te vermaken. I will survive van Gloria Gaynor wordt voor het eind bewaard.

Wie zo’n zonnige padvinder een onwaarschijnlijk personage vindt, zou kennis moeten maken met onze eigen astronaut André Kuipers. Astronauten worden juist op deze eigenschappen geselecteerd voor een langdurig verblijf in een krap ruimtestation. Of het een interessant filmpersonage kan zijn? Ja, als het de eeuwig jongensachtige Matt Damon is tenminste. Bij hem geloof je het ook nog.

In The Martian steekt de inmiddels 77-jarige Ridley Scott in topvorm: het is te hopen dat de maker van Alien, Blade Runner en Thelma & Louise die vasthoudt in zijn iets minder wetenschappelijke Prometheus 2, zijn volgende project. Of deze film de NASA zal helpen aan de 80 tot 100 miljard dollar overheidsgeld die minimaal nodig is voor een missie naar Mars, is een andere kwestie. Optimisme en romantiek over ‘The Final Frontier’ kan nooit kwaad, maar volstaat niet. Het Apollo-programma dat leidde tot de bemande maanvlucht van 1969 werd gevoed door militaire wedijver en prestigestrijd met de Sovjet-Unie: het was een race.

Misschien wordt het wat als China werk maakt van een eigen missie naar de Rode Planeet in plaats van glimlachend zijn raketten uit te lenen zoals in The Martian. Of als de mensheid echt een nieuwe wereld nodig heeft.