Eén dag per week met pensioen

Deeltijdpensioen wordt populairder onder vijftigplussers als er binnenkort geen seniorendagen meer bestaan. Wat minder uren werken, lonkt. Maar wat scheelt het in salaris en pensioen?

René Brekelmans (57) was al jaren van plan om vanaf zijn 55e minder te gaan werken. Naast het weekend nog een extra vrije dag hebben om te golfen, dat leek hem ideaal. Hoe prettig het is om op een doordeweekse dag vrije tijd te hebben, zag hij aan zijn vrouw. Zij werkt bij een accountantskantoor en koos er een paar jaar geleden voor om vier dagen te gaan werken, in plaats van fulltime.

Brekelmans, die voor Ahold het voorraadbeheer controleert in winkels van Albert Heijn, Etos en Gall & Gall, vroeg aan zijn leidinggevende of hij één dag minder mocht werken. Die vond het geen probleem. Maar Brekelmans deinsde er voor terug toen hij zag hoeveel hij er in salaris op achteruit zou gaan. Parttime werken zou een financiële aderlating betekenen.

Maar er bleek een veel betere oplossing te zijn voor Brekelmans: deeltijdpensioen. Sinds vorig jaar is hij officieel één dag per week met pensioen. Zijn lagere inkomen compenseert hij door alvast uit de pensioenspaarpot te putten die zijn werkgever voor hem opgebouwd heeft.

Al heeft hij dat extra geld achteraf bezien eigenlijk niet eens nodig. „Kennelijk leven we zuiniger dan we dachten.”

Over de vier dagen waarop hij werkt, blijft Brekelmans gewoon pensioen opbouwen. Als hij over een aantal jaren volledig met pensioen gaat, is zijn pensioenuitkering lager dan als hij fulltime was blijven werken. Maar het is voldoende voor hem. „Ik heb de cijfers doorgenomen met een financieel expert en het viel me mee.”

De oplossing waar Brekelmans voor koos, zal meer mensen aantrekkelijk voorkomen. Niet iedereen ziet het zitten om tot zijn 67e of langer fulltime te blijven werken. De helft van de werknemers voelt er wel voor om in de jaren voor hun officiële pensioen al in deeltijd te gaan werken, zo blijkt uit onderzoeken van TNS NIPO en vakbond Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen (CMHF).

Hun salaris daalt dan wel, maar dat kunnen zij, net als Brekelmans, aanvullen met hun werkgeverspensioen. Bij de meeste pensioenregelingen kan dat.

Werknemers kunnen – afhankelijk van de precieze voorwaarden – vanaf hun 55e of 60e met deeltijdpensioen gaan. De gedachte achter dat aanbod is dat mensen hun werk langer kunnen volhouden als zij wat minder uren werken. Bovendien krijgen ze zo de kans om hun werk geleidelijk af te bouwen, in plaats van dat ze abrupt moeten stoppen. Zo wennen ze langzaam aan een nieuwe fase in hun leven.

Toch maken weinig mensen gebruik van de mogelijkheid van deeltijdpensioen. Bij de vijf grootste pensioenfondsen, die in totaal zo'n 1,5 miljoen gepensioneerden herbergen, zitten minder dan 12.000 mensen die voor een deeltijdpensioen gingen. Dat bleek afgelopen jaar uit onderzoek van FD Pensioen Pro, een onafhankelijk informatieplatform van Het Financieele Dagblad en de Britse pensioenuitvoerder IPE.

Niet zo vreemd, vindt Michael Visser, docent belastingrecht en pensioenen aan de Universiteit van Tilburg. Veel oudere werknemers hebben er geen behoefte aan: zij kunnen vaak nog gebruik maken van allerlei regelingen voor vijftigplussers, zoals de seniorendagen – beter bekend als ‘oudelullendagen’.

Zo kunnen ze minder werken, terwijl de baas hun salaris deels doorbetaalt. Pas als deze regelingen verdwijnen – dat gebeurt nu geleidelijk – en de AOW-leeftijd verder stijgt, wordt het deeltijdpensioen populair, verwacht Visser.

Per jaar dat je eerder met volledig pensioen gaat, krijg je de rest van je leven elk jaar bruto ongeveer zeven procent minder geld uitgekeerd, volgens zelfstandig pensioenjurist Emilie Schols. Ga je met deeltijdpensioen, dan lever je veel minder in.

Dat zit zo: je laat je pensioen in dit geval niet vanaf het begin volledig uitkeren, maar slechts voor een of twee dagen per week. Ook blijf je pensioen opbouwen op de dagen dat je wél werkt.

Wie wil weten welke consequenties een deeltijdpensioen financieel voor hem precies heeft, kan zijn pensioenfonds om een berekening vragen. Zo komt hij erachter hoe zijn deeltijdpensioen eruitziet, en hoe hoog zijn ouderdomspensioen straks is (zie de vier rekenvoorbeelden hieronder).

Natuurlijk moet je werkgever het wel eerst goed vinden dat je in deeltijd gaat werken, zegt Suzanne Bos, arbeidsrechtadvocaat bij HVG in Amsterdam. In de praktijk krijgen mensen die in deeltijd willen werken soms een andere functie. „Dat willen werknemers vaak zelf. Zij zeggen: mijn baan in drie dagen, dat gaat niet.’ Als het een lagere functie wordt, spreken werkgever en werknemer soms zelfs af dat het salaris hetzelfde blijft.”

Ga voordat je definitief besluit of je met deeltijdpensioen gaat, eerst na of het financieel haalbaar is, adviseert Visser. Vanaf het moment dat je je pensioen laat ingaan, zit je bij wet vast aan de afspraken die hierover met je pensioenfonds zijn gemaakt.

Stel, je denkt over een tijdje: ik wil toch graag weer één of twee dagen méér werken. Voor je pensioenuitkering is dat geen probleem. Maar het is goed denkbaar dat je werkgever er tegen die tijd niet op zit te wachten. Die kan bijvoorbeeld aanvoeren dat hij niet genoeg werk meer heeft. Uren inleveren is over het algemeen makkelijker dan uren erbij krijgen.

Houd ook rekening met de gevolgen van deeltijd werken op het pensioen dat je partner krijgt na je overlijden. Als je ouderdomspensioen lager wordt, gaat het nabestaandenpensioen voor je geliefde immers ook omlaag, waarschuwt Schols.

Iets anders om over na te denken: stel dat je arbeidsongeschikt raakt nadat je met deeltijdpensioen bent gegaan. Als je een volledige IVA-uitkering krijgt (Inkomensverzekering Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten) wordt je deeltijdpensioen daar voortaan van afgetrokken.

Niet zo lang geleden werkte het ook zo als je werkloos werd. Bij ontslag werd je deeltijdpensioen dan van je uitkering afgetrokken. Maar dat is sinds 2012 niet meer zo.

Het kan ook zijn dat de combinatie van in deeltijd werken en alvast een beetje pensioen zo goed bevalt dat je op je 67e nog niet wilt stoppen met werken.

De kans dat dit kan, wordt binnenkort waarschijnlijk een stuk groter, vertelt Bos. Een contract voor een gepensioneerde werknemer is er nu vaak automatisch één voor onbepaalde tijd – en dat zien de meeste werkgevers niet zitten.

Sinds 1 juli mogen zij een werknemer die de AOW-leeftijd bereikt ook een tijdelijk contract geven. Bovendien ligt bij de Eerste Kamer het wetsvoorstel ‘Werken na de AOW-gerechtigde Leeftijd’.

Hierin staat dat werkgevers AOW-ers die nog aan de slag zijn in geval van ziekte nog maar 13 weken loon hoeven door te betalen. Dit in plaats van de gebruikelijke twee jaar. Ook kunnen werkgevers mensen voortaan makkelijker ontslaan. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om AOW-ers aan het werk te houden, verwacht Bos.

Als je na de AOW-leeftijd wilt blijven werken, kun je proberen je deeltijdpensioen te rekken en je ouderdomspensioen uit te stellen. Of dat kan, hangt af van je pensioenregeling. Bij sommige regelingen mag het ouderdomspensioen uiterlijk op je 67e ingaan, bij andere heb je uitstel tot je 70e.

Door uitstel gaat je pensioen omhoog. Als je ook nog pensioen blijft opbouwen in een deeltijdbaan, wordt je pensioen nog beter. Of dat kan, is wederom afhankelijk van je pensioenregeling. En van je werkgever, die meestal het grootste deel van de pensioenpremie betaalt.

Brekelmans verwacht dat hij zijn werk langer kan volhouden nu hij een dag minder werkt. „Ik zit veel op de weg. Dat is belastend, maar die extra vrije dag maakt het makkelijker.”

Toch is hij niet van plan zijn pensioen uit te stellen. Het liefst wil hij op zijn 65e stoppen. „Ik moet officieel tot mijn 67e werken – vanaf dan krijg ik AOW. Maar het oude, vertrouwde beeld van met pensioen gaan op je 65e, blijft in mijn hoofd zitten.”