De vrouwen doen het nu nóg beter

Vrouwen die nu halverwege de dertig zijn, zijn hoger opgeleid dan hun mannelijke leeftijdsgenoten. Hun opleidingsniveau nam de afgelopen twintig jaar flink toe.

illustratie tomas schats

Wie weleens op een universiteit rondloopt, is het misschien al opgevallen: vrouwen zijn vaak in de meerderheid. Maar ook in de generatie die geboren is tussen 1975 en 1979 zijn de vrouwen al hoger opgeleid dan de mannen: van de vrouwen die nu halverwege de dertig zijn, heeft bijna 43 procent een opleiding gedaan aan een hogeschool of universiteit. Bij hun mannelijke leeftijdsgenoten is dat 38 procent. Voor oudere generaties is het beeld omgekeerd.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor Statistiek. Vrouwen hebben in relatief korte tijd een grote ontwikkeling doorgemaakt. Van de generatie vrouwen die eind jaren vijftig zijn geboren, heeft nog geen kwart een hbo- of wo-opleiding afgerond. Bij vrouwen die twintig jaar later (eind jaren zeventig) zijn geboren, is dit aandeel ruim boven de 40 procent. Bij mannen is het onderwijsniveau over de generaties heen minder hard gestegen dan bij vrouwen.

Minder zorg, meer techniek

Ook de opleidingskeuze is in de loop van de tijd veranderd. Zo kozen 41,5 procent van de vrouwen die eind jaren vijftig zijn geboren, voor een opleiding in de zorg. Onder de vrouwelijke dertigers van nu is dit gedaald naar 35 procent. Zij kozen bovendien twee keer zo vaak voor een technische opleiding dan de vrouwen uit de jaren-vijftig-generatie. Dat wil echter niet zeggen dat veel vrouwelijke dertigers een techniekopleiding hebben gedaan: slechts 6 procent. Bij mannen is dat 31 procent. De keuze voor economische en juridische opleidingen is bij zowel mannen als vrouwen toegenomen. Het gaat om opleidingen op het terrein van bedrijfskunde, administratie, informatica en recht.

Langer naar school

Jongere generaties volgden minder vaak een algemene opleiding. Dat heeft ook te maken met de toename van het onderwijsniveau. Oudere generaties verlieten school vaak na het volgen van algemeen basisonderwijs of voortgezet onderwijs, maar jongere generaties volgden veelal nog middelbaar of hoger beroepsonderwijs.

Vrouwen nemen ook bijna even vaak als mannen deel aan de arbeidsmarkt, blijkt uit eerdere cijfers van het CBS. In het tweede kwartaal van dit jaar waren er ruim 3,8 miljoen werkende vrouwen tegenover 4,5 miljoen werkende mannen. Maar vrouwen werken wel een stuk vaker in deeltijd: driekwart van de vrouwen tegenover een kwart van de mannen. (NRC)