Column

De seksuele Nederlander

‘Seksueel nationalisme.” Prachtige term, die ik voor het eerst las en die natuurlijk helemaal op zijn plaats is. Nederlanders zijn er over het algemeen van overtuigd dat wij als volk op het stuk van de seksuele tolerantie en vrijheden de rest van de wereld naar de kroon steken. Dat is een vrucht van de jaren zestig en zeventig met hun „seksuele revolutie”. Dat is altijd al een moeizaam begrip geweest natuurlijk – wat „revolutie” wordt genoemd is meestal resultaat van een geleidelijke ontwikkeling.

En dat is dan ook een van de grondbevindingen in Seks in de nationale verbeelding, een bundel opstellen over de „culturele dimensies van seksuele emancipatie”, onder redactie van Agnes Andeweg. Lezen over seks is bijna even leuk als seks zelf, als tenminste wollig wetenschappelijk jargon een beetje op de achtergrond blijft. Dat is in deze bundel aardig gelukt – je valt van de ene verbazing in de andere.

Geert Buelens laat in een beknopte geschiedenis van de Nederlandse filmkeuring zien, dat deze zelfs in de jaren dertig niet zo preuts was als algemeen aangenomen.

Maaike Meijer beschrijft de carrière van Boudewijn de Groot, zanger van menig sekserol-verleggende tekst, die echter doorbreekt met een enorm melodramatisch liedje over een onverhoeds zwanger geraakt meisje dat de zonde met de dood bekopen moet – Meisje van zestien.

Verrassend is ook een opstel van Gijsbert Pols, die Ik, Jan Cremer uit 1964 eens herlezen heeft, de roman die als geen andere geassocieerd wordt met de bevrijding der Hollandse zeden. Wat blijkt: het is helemaal geen vrolijk boek, maar een manisch verhaal over een seksueel jeugdtrauma.

De mooiste verhandeling echter, is die van David Bos, over het „ezelproces” tegen Gerard Kornelis van het Reve. „Smalende godslastering” was de aanklacht, daar de auteur in plastische termen geslachtelijke omgang met God in de gedaante van een ezel had beschreven. De vrijspraak was een doorbraak voor de openbare vrijmoedigheid. Maar wat nu vooral verbaast is de enthousiaste steun voor Van het Reve uit kringen van de rooms-katholieke geestelijkheid. Pastorale steun voor en gesprek met de „homofiele” medemens was erg ‘in’ in deze jaren, en dat de luidruchtige bekering van de schrijver tot de Moederkerk enigszins persiflerende trekken droeg, was kennelijk geen bezwaar.

Het „seksueel nationalisme” wordt nog altijd breed gedeeld in de Nederlandse samenleving, van links tot de PVV aan toe. De socioloog Jan Willem Duyvendak waarschuwt dat er ook een schaduwzijde aan is: van immigranten wordt gevergd dat zij onze „normen en waarden” delen, maar zoiets ingewikkelds en subtiels als seksuele moraal kan natuurlijk best een bron van vervreemding zijn. Formele tolerantie kan altijd natuurlijk, maar je seksueel „echt Nederlander” voelen?

Wie nu naar ons onderweg is uit Syrië of Afghanistan, is dus gewaarschuwd.