Cartoons wel/niet tonen aan scholieren

Deense scholieren moeten leren over de cartoonrellen, vinden politici. Kan dat ook zonder de cartoons te zien?

Pakistaanse moslims protesteerden in 2008 tegen een herpublicatie van de Mohammed-cartoons. Deense kranten publiceerden de cartoons uit 2005 toen opnieuw, nadat bekend was geworden dat de politie een aanslag op de tekenaar Kurt Westergaard had verijdeld. EPA/MK CHAUDHRY

Tien jaar na de cartoonrellen laait de discussie in Denemarken weer op. Binnenkort praat het Deense parlement over een wetsvoorstel om scholieren verplicht over de rellen te onderwijzen. Maar moet je de omstreden cartoon van Mohammed met een bom in zijn tulband dan ook laten zien?

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat de Deense krant Jyllands-Posten twaalf Mohammed-cartoons van tekenaar Kurt Westergaard plaatste, met als doel een discussie te beginnen over de vrijheid van meningsuiting. Het gevolg: Deense vlaggen werden in brand gestoken en sommige Arabische landen weigerden nog langer Deense producten te importeren. Erger was dat in de maanden daarop wereldwijd tweehonderd doden vielen bij protesten van moslims. Westergaard wordt nog steeds beveiligd.

Heeft de publicatie de Denen een stap verder gebracht in de bescherming van de vrijheid van meningsuiting? Nee, schreef de krant vorige week zelf in een hoofdredactioneel commentaar. „Die vrijheid is nu nog meer ingeperkt dan in 2005.” De krant reageert daarmee op de aarzeling van scholen om de Mohammed-cartoons aan hun leerlingen te laten zien.

Het was de Conservatieve Volkspartij die er voor de zomer voor pleitte dat scholieren verplicht onderwijs krijgen over de cartoons en de rellen. „Nu wordt dat op veel scholen al gedaan, maar het is nog niet verplicht, terwijl het onderwerp heel belangrijk is voor onze geschiedenis”, vertelt de woordvoerder van de oppositiepartij aan de telefoon.

Wordt het een verplichting?

Maar moeten de cartoons dan ook verplicht in de schoolboeken worden afgedrukt? Daarover is niet iedereen het eens. De Deense vereniging van schooldirecteuren is tegen. „In Denemarken mogen leraren in veel gevallen zelf beslissen wat ze de scholieren onderwijzen. Wettelijk is er niet veel vastgesteld”, legt voorzitter Claus Hjortdal uit. „Wij vinden dat leraren mogen worden verplicht te vertellen over de cartoons en de gevolgen hiervan, maar niet dat ze ook per se de cartoons moeten laten zien.”

Maar de machtige rechts-populistische Deense Volkspartij, die lijkt op de PVV en op dit moment gedoogsteun geeft aan de centrum-rechtse regering van premier Lars Løkke Rasmussen, is het daar niet mee eens. „Waarom zouden moslims moeten bepalen wat Deense scholieren wordt onderwezen?”, laat een woordvoeder in een reactie weten. De Deense Volkspartij heeft volgens hem niet als doel om met de cartoons te provoceren. „Maar de partij denkt niet dat scholieren iets kunnen begrijpen over de cartoons en de crisis als ze de cartoons er niet bij zien.”

Schooldirecteur Hjortdal zegt dat dat wel kan. „De afgelopen vijf jaar is er in Denemarken heel veel discussie geweest over de rellen en nergens zijn de cartoons afgedrukt, dus het kan ook zonder.” Zou hij zelf de cartoons aan zijn leerlingen laten zien? „Dat hangt af van de school en van de leerlingen.” In de Deense onderwijstraditie worden ouders betrokken bij het curriculum van de school van hun kinderen. Dat speelt niet alleen bij orthodoxe moslims, zegt hij. „Ook met ouders van orthodox-joodse en christelijke leerlingen wordt in het onderwijs rekening gehouden.”

Wat Jyllands-Posten betreft komen de cartoons gewoon in de schoolboeken. „De realiteit is dat scholieren de cartoons gemakkelijk online vinden. Als ze die op school al zien, gebeurt dat in de juiste context.”