Bungelende staatssecretaris en een onzichtbare minister

Het was afgelopen nacht tien over half een toen staatssecretaris Wilma J. Mansveld (PvdA) zeker wist dat zij ten minste nog een paar weken haar functie behoudt. Een motie van wantrouwen die de PVV tegen haar had ingediend, kreeg bij de stemming alleen de steun van de PVV zelf – geen uniek verschijnsel in de Tweede Kamer.

Over een paar weken praat de Kamer verder met de bewindsvrouw van Infrastructuur en Milieu. Spoorbedrijf ProRail is dan opnieuw het onderwerp, aan de hand van vele schriftelijke antwoorden en rapportages die Mansveld nog naar de Tweede Kamer moet sturen. Omstreeks die tijd verschijnt ook het rapport over het fiasco met de Fyra, de hogesnelheidstrein die onderwerp was van een parlementaire enquête. De staatssecretaris moet opstapeling van negatieve kwalificaties over haar en haar ministerie vrezen.

Bij dit alles is een vraag: waar is eigenlijk de minister van hetzelfde departement, Melanie Schultz-van Haegen (VVD)? In het eerste kabinet-Rutte was zij nog belast met het wel, en uiteraard vooral het wee, op het spoor. Na de kabinetsformatie eind 2012 van Rutte II zijn de taken tussen de twee bewindsvrouwen zodanig verdeeld dat het zware werk (openbaar vervoer, luchtvaart, milieu) op de schouders van de staatssecretaris rust. De eerst verantwoordelijke, de minister dus, wordt al her en der weggezet als ‘de Plasterk van infrastructuur’, wat bij insiders niet als een compliment geldt.

Mansveld mag zich wellicht troosten met de gedachte dat premier Rutte haar „gewoon een zeer adequaat bewindspersoon” vindt, haar optreden gisteravond in de Tweede Kamer was voor dat oordeel allerminst een bewijs. De twijfel die er bij diverse partijen is of zij in staat is de regie te voeren over de ontwikkelingen op het spoor en in het bijzonder bij ProRail, nam ze niet weg. Een bedrijf waarvan zij voor 100 procent aandeelhouder is, terwijl ze bovendien als concessieverlener optreedt en als subsidieverstrekker.

Wat weer duidelijk werd is dat de structuur, ProRail als verzelfstandigd staatsbedrijf met een raad van bestuur en een raad van commissarissen, en een bewindspersoon als eindverantwoordelijke, voortdurend aanleiding geeft tot communicatiestoornissen. Die gaan vaak over de vraag hoe zelfstandig ProRail zijn beleid mag voeren en wie aanspreekbaar is als het dat slecht blijkt te doen. Mansveld zegt dan altijd: ik. Dus vraagt de Kamer om toezending van allerlei rapporten als eenmaal gebleken is dat die bestaan. Terwijl de staatssecretaris en het bedrijf ze als intern beschouwen.

Waarom railtransport in een apart bedrijf is ondergebracht en weg- en watervervoer gewoon een directe taak van het ministerie zijn – het is een onderscheid waarvan de logica steeds verder zoek is.