‘Agenten leven zes jaar korter’

Dat schreef columnist Jutta Chorus in NRC Handelsblad.

illustratie nrc.next

De aanleiding

Een agent kijkt de dood regelmatig in de ogen tijdens het werk en dat gaat politiemensen niet in de koude kleren zitten. Zo kampen veel collega’s met een burn-out, stellen twee inspecteurs van de politie in Ridderkerk in de column van Jutta Chorus in NRC Handelsblad van vorige week. Ook onregelmatige werktijden en geweld tegen de politie spelen daarin een rol.

En dat heeft niet alleen burn-outs tot gevolg. ‘Agenten leven zes jaar korter’, noteert Chorus. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

In haar column stelt Chorus dat de levensverwachting van agenten is onderzocht door de Nationale Politie. Dat onderzoek heeft ze niet zelf ingezien, laat ze weten. Eén van de inspecteurs die ze in de column opvoert, heeft dat tegen haar gezegd.

Maar een Nederlands onderzoek over hoelang agenten leven is niet te vinden. De vakbonden kennen een dergelijk onderzoek ook niet.

Roland van der Hilst, de inspecteur, vertelt ons dat hij niet op een onderzoek doelde dat specifiek over agenten gaat. Hij las enkele jaren geleden over een onderzoek naar mensen met onregelmatige werktijden, zoals politiemensen, maar ook bijvoorbeeld ziekenhuispersoneel. Zij zouden eerder sterven, zegt Van der Hilst.

En, klopt het?

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat er een relatie is tussen onregelmatige werktijden en ziektes als hart- en vaatziekten en kanker. Uit een Indiase studie blijkt dat werknemers die ploegendiensten draaiden gemiddeld bijna vier jaar eerder overleden dan collega’s met vaste werktijden.

Een vergelijking met Nederlandse politieagenten gaat mank. Levensverwachting is afhankelijk van meer factoren. Zo zijn agenten gemiddeld waarschijnlijk in betere conditie, aangezien de meeste agenten een Fysieke Vaardigheids Toets afleggen.

Toch wijzen enkele buitenlandse onderzoeken uit dat agenten gemiddeld korter leven. Zo vergeleek het ministerie van Gezondheid van de Amerikaanse staat Florida de sterfleeftijd van politieagenten die met pensioen waren gegaan met de rest van de gepensioneerde bevolking. Daaruit bleek dat voormalige politieagenten gemiddeld op 62-jarige leeftijd stierven; twaalf jaar eerder dan de rest van de bevolking.

Maar in een studie van de Amerikaanse staat Californië werd géén verschil gevonden tussen de sterfleeftijd van gepensioneerde agenten en die van andere ambtenaren.

Onderzoeken tonen dus tegenstrijdige resultaten. Bovendien zeggen de uitkomsten niet per se iets over de Nederlandse situatie. Concrete omstandigheden binnen de politieorganisatie spelen een grote rol in de gezondheid van agenten, ontdekten onder anderen Britse onderzoekers. Het gaat er dan om of agenten worden gestimuleerd om gezond te leven, maar ook om roosters en werkdruk.

Gevolgen voor de gezondheid hebben stress en onregelmatige werktijden zeker. Uit internationaal onderzoek blijkt dat agenten vaker depressies hebben en sneller sterven aan hart- en vaatziekten en allerlei soorten kanker. Het is aannemelijk dat dat ook voor de Nederlandse agenten geldt, zij hebben waarschijnlijk ook meer stress en onregelmatige werktijden. Dat blijkt ook uit het ziekteverzuim: agenten meldden zich vorig jaar gemiddeld op 6,1 procent van de dagen ziek, tegenover 3,8 voor heel Nederland.

Conclusie

Wetenschappers zijn het er niet over eens of agenten gemiddeld korter leven dan de rest van de bevolking. In Nederland is bovendien geen onderzoek gedaan, terwijl de omstandigheden per korps kunnen verschillen. We beoordelen de bewering daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met hashtag #nextcheckt

    • Wouter van Loon