Opinie

    • Menno Tamminga

VW, de witte boorden en hun criminaliteit

Witteboordencriminaliteit is lastige misdaad. Lastig om te ontdekken. Lastig om te vervolgen. Lastig om bij schuld een gepeperde veroordeling te krijgen. Maar niet lastig om te plegen, als je de schandalen, schikkingen en ja ook straffen onder ogen ziet. De onthulling dat de Duitse multinational VW op grote schaal software in zijn auto’s heeft geïnstalleerd om milieuregels te foppen, klanten te bedriegen en autoriteiten te misleiden is verbazingwekkend brutaal, maar verbaast een cynicus toch ook weer niet. Een kleine greep.

De manipulatie met de Libor-rente (Rabobank). Schikkingen met de Nederlandse justitie wegens omkoping of het toelaten daarvan (bouwbedrijf Ballast Nedam, accountantskantoor KPMG, olieplatformexploitant SBM Offshore). Bij NS ging een beerput open na bedrijfsfraude bij een grote aanbesteding van openbaar vervoer in Limburg.

Witteboordencriminaliteit is abstract. Er vloeit geen bloed. Er is geen fysiek geweld. Er zijn vaak geen concrete slachtoffers. Mensen ontdekken pas jaren later dat zij gedupeerd zijn als hun financiële product niet doet wat het moet doen. Vaak zijn er geen aanwijsbare daders en als die er zijn, gaat om het lagere echelons die sporen achterlieten: e-mailverkeer of bandopnames van gesprekken. Witteboordencriminaliteit staat niet op papier, het is het terrein van mondelinge afspraken, van een oogje dichtknijpen, van op het bedrijfsbelang wijzen, je autoriteit laten gelden om controles te omzeilen en tegen medewerkers te zeggen: iederéén doet het.

Witteboordencriminaliteit opsporen en vervolgen is tijdrovend. Dus duur. In de ruim drie decennia dat ik in de financiële journalistiek zit, heb ik nooit anders gelezen dan dat de autoriteiten meer werk willen maken van opsporing van fraude, handel met voorkennis op de beurs, omkoping, faillissementsfraude enzovoorts. Toch blijft het gevoel knagen dat men de achterstand op de daders niet inloopt.

Wat te doen met dit VW-schandaal? Als ik de baas was van een groot concern, dan moet ik mijn eigen VW-affaire voor zijn. Sinds de frauduleuze ondergang van het Amerikaanse energiebedrijf Enron in 2003 wemelt het in het bedrijfsleven van (verplicht ingevoerde) klokkenluidersregelingen. Helpt dat? Je hoort zelden iets positiefs. Al hoor je juist wel van mensen die zeggen dat zij klokkenluiders zijn en met hun werkgever in conflict raken. Als ik de baas van een groot concern was zou ik nu iedereen aanmoedigen om straffeloos alles te vertellen waarvan men denkt dat de baas het moet weten om een VW-debacle te voorkomen.

Als ik de baas van een groot accountantskantoor was zou ik intern vragen: hoe lang duurt ’t voor de buitenwereld ons hier ook op aanspreekt? Bedrijfsleven en technologie zijn zo met elkaar verstrengeld geraakt, dat accountants extra moeten investeren in kennis en vaardigheden.

Als ik de baas van een grote vermogensbeheerder was, zou ik me afvragen of ik niet op een nieuwe manier naar bedrijven als VW moet kijken. VW is een pseudo-familiebedrijf met een beursnotering. De families Piëch en Porsche zijn de grootaandeelhouder. Van zulke eigenaren wordt gedacht dat zij opereren in de beste traditie van een familiebedrijf. Groeigericht, maar solide. De winnaars van zeven jaar economische crisis. Beleggers komen bedrogen uit.

Gedacht wordt ook dat familiegrootaandeelhouders in hun eigen belang strak en intensief toezicht houden. Zij hebben immers ’t meest te verliezen. Dat beeld ligt nu in duigen.

    • Menno Tamminga