Voor Syrië is alleen de minst slechte oplossing denkbaar

De diplomatieke manoeuvres van de afgelopen dagen hebben voor de bevolking van Syrië bitter weinig opgeleverd. Zeker, de verwoestende burgeroorlog die al meer dan vier jaar duurt, wordt niet meer genegeerd en staat op de jaarvergadering van de Verenigde Naties in New York in het centrum van de belangstelling. En zeker, de presidenten van de Verenigde Staten en Rusland hebben eindelijk weer met elkaar over het conflict gesproken.

Allebei willen ze de terreurbeweging Islamitische Staat bestrijden en zeggen ze met elkaar een politieke oplossing te willen zoeken. Door de stroom vluchtelingen is bovendien Europa nu doordrongen geraakt van de noodzaak de oorlog snel te beëindigen. Maar bij elkaar is dat nog niet het begin van een aanzet tot een oplossing. Poetin stelde gisteren een grote anti-IS-coalitie voor, gemodelleerd naar de alliantie die een kleine driekwart eeuw geleden nazi-Duitsland versloeg. Het Syrische regime zou daar wat hem betreft deel van moeten uitmaken. Want de strijdkrachten van president Assad zijn volgens Poetin moedige strijders tegen terrorisme, en zijn regering is de beste garantie om de stabiliteit van het land te herstellen.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat iemand dat kan geloven. Ooit kon het repressieve bewind van Assad, en daarvoor zijn vader, hardhandig een soort stabiliteit afdwingen. Maar de afgelopen jaren hebben Assad en zijn troepen meer misdaden tegen de burgerbevolking op hun geweten dan zelfs de beulen van Islamitische Staat. In plaats van de extremisten te bestrijden heeft Assad vooral de gematigde oppositie bestreden – en de jihadisten gebruikt als schrikbeeld van wat Syrië te wachten zou staan als hijzelf er niet meer zou zijn. Hun opkomst kwam hem goed uit, en hun macht is nu het argument voor Poetin om steun voor Assad te bepleiten. Maar het is ondenkbaar dat een bewind dat zoveel oorlogsmisdaden heeft begaan, het herstel van het land effectief kan leiden.

De westerse landen onder aanvoering van de VS hebben evenmin een recept om het bloedvergieten te stoppen. Hun bombardementen alleen kunnen IS niet verslaan, erkent ook Obama. En dan is IS nog maar een deel van het probleem. Het opleiden en steunen van de gematigde oppositie is een fiasco geworden. En de oorlog is inmiddels een bedreiging voor de hele regio, die via de vluchtelingen en Europese jihadisten ook de landen van Europa onder druk zet.

Een herbezinning op de strategie voor Syrië is daarom hoognodig. Dat Obama nu bereid is daarvoor ook met Rusland en Iran te spreken, ook al hebben ze heel andere belangen, is beter dan de zaak op zijn beloop laten. Goede oplossingen zijn er voor Syrië allang niet meer. Het is nu zaak de minst slechte te vinden.