Is die scriptie wel echt een zes waard?

Drie docenten voor een scriptie. Zelfrapportages van 120 pagina’s. Controle houdt wetenschapper van het werk.

Studenten van de Universiteit van Amsterdam volgen een college in de Oudemanshuispoort. ANP / Robin Utrecht

Is een zes wel echt een zes? De faculteit geschiedenis van de Universiteit Leiden wil daar ab-so-luut zeker van zijn. Normaal zijn al twee docenten nodig om een scriptie te beoordelen, maar in het geval van het cijfer zes moet er een derde docent bij worden geroepen.

Een bachelorscriptie bevat 15.000, een researchmaster 30.000 woorden. Lezen kost zeker drie uur en het beoordelen, invullen van het lange beoordelingsformulier en het afstemmen met collega’s nog eens twee uur. Dat is vijf tot zes uur werk per scriptie. Gemiddeld zijn er zo’n zes bachelorscripties per docent, voor een masterdocent is dat iets meer. Bij twee beoordelingen per scriptie verdubbelt dat en bij drie is het nog meer.

Dan moet op het formulier worden ingevuld hoe het met de schrijfvaardigheid staat, met leervaardigheid, toepassing van bronnen, kennis van de laatste inzichten van het vakgebied. En pas als de docenten het alle drie eens zijn over de gemiddelde prestatie, krijgt de student zijn zes.

De uitdrukking „zesjescultuur” krijgt met deze grondige controle nieuwe betekenis.

Deze formulieren moeten docenten zoal invullen:

Bureaucratische last

De faculteit geschiedenis heeft die derde beoordelingsdocent ingevoerd omdat ze haar accreditatie dreigde te verliezen na een negatieve beoordeling van de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Die accreditatie geeft de faculteit haar officiële status en recht op overheidsfinanciering. Volgens voorzitter Anne Flierman heeft niet de NVAO, maar de geschiedenisfaculteit zelf deze procedure bedacht.

Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) wil de bureaucratische last van de accreditatie verminderen, maar daar is de oppositie tegen. Morgen debatteren de onderwijsspecialisten in de Kamer hierover. Sinds de ontdekking van diplomafraude bij Hogeschool InHolland in 2010 willen politici de kwaliteit van het hoger onderwijs scherper in de gaten houden. Maar elke nieuwe controle-eis uit Den Haag betekent nieuw werk voor docenten.

Voor accreditatie moeten faculteiten een zelfrapportage maken en er komt een visitatiecommissie van collega’s van elders, die rapport uitbrengt. Naar aanleiding daarvan geeft de NVAO een eindoordeel. Volgens J. Augusteijn, vicedecaan voor de geesteswetenschappen van Leiden University, is de sfeer bij zo’n visitatie niet ontspannen. „Omdat je bang bent voor een negatief oordeel, neem je extra maatregelen.”

Om de visitatie te verlichten heeft de NVAO de vereiste omvang van de „kritische zelfreflectie” van de faculteit verlaagd van 25 pagina’s tot 15. Maar uit voorzorg voegen docenten er bijlages aan toe, om uit te leggen op welke speciale manier studenten worden getoetst of onderwijs wordt verantwoord – zodat de rapporten al gauw toch weer 120 pagina’s worden.

Bachelor geschiedenis Leiden: Is de gekozen werkwijze/methodologie goed verantwoord? Zijn kernbegrippen duidelijk gedefinieerd en geoperationaliseerd? Zijn de gekozen methoden en technieken van onderzoek adequaat gezien de probleem- en vraagstelling?

Vierogenbeginsel

Geschiedenis in Leiden laat niets meer aan het toeval over. Tentamenopgaven moeten aan collega’s worden voorgelegd: het vierogenbeginsel. De examencommissie haalt er nog eens steekproefsgewijs een aantal uit ter controle.

Colleges zijn even strak geprogrammeerd. Ze moeten nauwkeurig zijn omschreven, met datum, toets en de vereiste hoeveelheid werk. Afwijkingen zijn niet meer mogelijk, alle studenten moeten precies het zelfde leren. „Vroeger deden we met een aantal tweedejaars onderzoek in logboeken van Nederlandse rederijen die aan slavenhandel deden”, zeg Augusteijn. „Dat deden de studenten graag. Dat kan nu niet meer. omdat het in de door de faculteit vastgestelde leerdoelen moet passen”.

HBO Commerciële Economie Fontys Hogeschool: De vertaalslag van de centrale vraag en deelvragen naar meetinstrument (bv. vragenlijst, interviewonderwerpen) is toegelicht en onderbouwd (operationalisatie)

Formeel verkeert geschiedenis Leiden in een „herstelperiode” van een negatieve beoordeling. Binnenkort komt de visitatiecommissie terug voor de definitieve accreditatie. „En als je klaar bent, komt er nog een eigen midterm visitatie”, zegt Augusteijn.

Schriftelijk ligt alles vast. Daar kan ook beroep op worden gedaan, als studenten gaan procederen tegen resultaten die niet bevallen. Augusteijn ziet het aantal zaken groeien.

Om de last voor opleidingen te verlichten had de Onderwijsraad al voorgesteld om de visitatie door collega’s met tips voor verbetering los te koppelen van het goedkeuren van een opleiding. De Vereniging van Universiteiten zou liever niet opleidingen laten accrediteren maar hele universiteiten en hogescholen. Dat zou invul- en rapportagewerk schelen. Minister Bussemaker wil daarmee wel experimenteren. Maar dan kunnen bijvoorbeeld niet alle wiskundeopleidingen in het land tegelijkertijd worden vergeleken.

Verlichting van de procedure zou Augusteijn welkom zijn. „We zijn alsmaar bezig met verslaglegging en verantwoording. Wetenschappers worden van het werk gehouden om andere wetenschappers van het werk te houden.”.

Taal en Communicatie Vrije Universiteit: Onderzoekstechnische aspecten (betrouwbaarheid, validiteit, steekproeftrekking, non-respons, de keuze van analysetechnieken, generaliseerbaarheid, aard van de triangulatie, samenstelling corpus, selectie van de relevante onderzoekseenheden et cetera.) krijgen voldoende aandacht.