Sterven voor je gezin

Het feest was in één zin samen te vatten: mijn moeder werd 85, ze had sla gekookt. Er hadden nogal wat familieleden met hun snuit vol appelgebak in de Maxi-Cosi gehangen, ze had best lang bij de jarige in de armen gelegen – een sessie die ze overigens beëindigde door haar oma een behoorlijke kopstoot op de kaak te geven – en dus was het logisch dat we op de weg terug met ‘de gebakken peren’ zaten.

Maar 120 kilometer huilen en krijsen was wel lang.

„Doe iets”, zei de sturende vriendin, die op een lang recht stuk al een pink in het brullende mondje had proberen te steken, wat goddank – want levensgevaarlijk – niet lukte.

„Wat dan?”, blafte ik terug, want ik hing al zonder gordel over de leuning van de stoel – probeer dat maar eens in zo’n kutautootje van Greenwheels – om die speen er zo ver mogelijk in te duwen, terwijl de vriendin de maximumsnelheid overtrad om maar zo snel mogelijk thuis te zijn.

Daar had ze de dag ervoor ook fulltime gehuild, maar het klonk er toch prettiger dan op de A2. „Niets aan de hand, ze maakt gewoon een ‘sprongetje’”, was ons van alle kanten verteld, maar dan wel eentje die gepaard ging met dusdanig veel geluid dat er weinig voor nodig was om de vlam in de pan te laten slaan. Het door mij in de groep gegooide woord ‘huilbaby’ bijvoorbeeld.

De vriendin: „Dit is normaal gedrag, we hebben dus geen huilbaby.”

Ik: „Nee, we hebben een baby die veel huilt.”

De baby begon nu extra hard te huilen.

Als tegenzet zette ik Radio 2 harder.

Een praatprogramma met een compilatie van protesten uit Enschede en Tilburg tegen de komst van vluchtelingen. Mannen – vaders, net als ik – die de zin ‘Ik ben bereid te sterven voor mijn gezin’ voor in de mond hadden liggen. Het leek me dat je als burgemeester of ambtenaar in functie moest uitkijken voor dat soort vaders. Die uit Tilburg voorzag aanrandingen, verkrachtingen, diefstal en vechtpartijen in de achtertuin en voor de rest – we wisten het al – mochten we gerust weten dat hij vader was, een vader die bereid was om te sterven voor zijn gezin.

Ik zei het niet hardop, daar zou de vlam alleen nog maar meer van in de pan slaan, maar in ons huurautootje op de A2 was op dat moment niemand bereid te sterven voor het gezin.

Marcel van Roosmalen