Shells vertrek uit Alaska komt niet alleen door de milieulobby

Foto ANP

Milieugroep Greenpeace kraaide gisteren victorie, na de aankondiging van oliereus Shell dat het stopt met  proefboringen in de wateren voor de kust van Alaska. Greenpeace is al jaren een van de felste tegenstanders van het boren naar olie daar, omdat er grote milieurisico’s aan zouden kleven. En omdat het gebruik van fossiele brandstoffen leidt tot  opwarming van de aarde.

Op haar site sprak Greenpeace dan ook van “een waanzinnige overwinning”.

“Dit  maakt duidelijk dat zelfs megamultinationals als Shell niet zo maar hun gang kunnen gaan, met milieuvervuiling en klimaatverandering als gevolg.”

Minimaal 15 jaar weg

Maar is dit ook echt het einde? Vrijwel zeker is dat Shell voor langere tijd is uitgespeeld in het gebied. In het persbericht dat het oliebedrijf gisteren verspreidde, benadrukte het weliswaar dat het nog steeds “potentie” ziet in de poolregio. En dat die „uiteindelijk waarschijnlijk van  strategische waarde is voor de Verenigde Staten en Canada”. Maar tegelijkertijd zei Shell dat het voor „de afzienbare toekomst” geen boringen meer gaat doen in het gebied.

Veelzeggend is dat Shell tot die conclusie komt na slechts één boring op één plek. Terwijl het een vergunning heeft om op tal van plekken te boren. Dat zegt iets over hoe onmogelijk het kennelijk voor Shell is geworden om door te gaan.

Analist Jos Versteeg van vermogensbeheerder Theodoor Gillissen, die de ontwikkelingen bij Shell nauwgezet volgt: “De ijsberen kunnen zich gelukkig prijzen. Ik denk dat we Shell  de komende tien, vijftien jaar niet zullen terugzien in het gebied.”

Toestemming van Hillary

De krachten die op Shell werken om  te stoppen, zijn dan ook groot.  Maar anders dan bij de milieubewegingen zijn ze niet principieel van aard. Shell trekt de stekker eruit louter  om zakelijke redenen, blijkt uit het persbericht: er zit toch een stuk minder olie in het veld dan aanvankelijk werd gedacht. De kosten zijn (veel) te hoog. En de regelgeving omtrent oliewinning in het gebied zijn “uitdagend” en “onvoorspelbaar”, aldus Shell.

Met dat laatste doelt Shell ongetwijfeld op de politieke situatie in de VS. Presidentskandidaat Hillary Clinton heeft al laten weten dat zij geen voorstander is van boringen in het gebied. Doorgaan is dus uiterst riskant. Het duurt nog jaren voordat Shell, zelfs bij een succesvolle proefboring, olie kan gaan winnen. Of er dan nog toestemming zal volgen, is de vraag.

Overname van 60 miljard

Daarbij heeft Shell veel last van de lage olieprijs. Die is in iets meer dan een jaar van  meer dan 100 dollar naar minder dan 50 dollar gedaald. En dit terwijl Shell de Britse gasreus BG wil overnemen, omdat het zich meer wil richten op de productie van het relatief schonere aardgas. Daarvoor moet het naar verwachting eind dit jaar  ruim 60 miljard euro neertellen.

Tegelijkertijd,  benadrukt Versteeg, moeten  milieubewegingen ook weer niet  te  vroeg juichen.  Oliereuzen als Shell bestaan al heel lang – meer dan honderd jaar – en werken met  lange tijdshorizonnen.

Als de omstandigheden  straks weer anders zijn, en het zoeken naar olie op de Noordpool zakelijk wel weer de moeite waard wordt, zou Shell zomaar weer kunnen terugkeren. Maar voorlopig is de slag voor de milieulobby.

    • Chris Hensen