Mijn geduld raakt op als ik dit leed zie

De burgemeester van Rotterdam schreef een essay over moed, en over de dunne wand tussen goed en kwaad. Even overwoog hij een vluchteling in huis te nemen. „Maar dan zou ik mensen moreel onder druk zetten hetzelfde te doen.”

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam: „Het goede doen is niet altijd rationeel te beargumenteren. Daar is een veel betere graadmeter voor: je onderbuik.” Foto Robin Utrecht

Op de bureaustoel van Ahmed Aboutaleb zit een reusachtige roze olifant. Wat-ie daar doet? De burgemeester grinnikt. „Die heb ik gekregen van Villa Joep, een fonds dat geld inzamelt ter bestrijding van kinderkanker. The elephant in the room: een duidelijk probleem dat we liever onbespreekbaar laten.”

Aboutaleb gaat gevoelige of controversiële kwesties niet uit de weg. Als iemand zijn nek uitsteekt, is hij het wel. In Nederland weten we dat sinds de moord op Theo van Gogh in 2004. De rest van de wereld weet het sinds zijn beroemde speech na de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, begin dit jaar.

Ook in Droom & daad, zijn essay voor de Maand van de Geschiedenis, onderstreept hij het belang van moed. De Tweede Wereldoorlog staat centraal, maar in gedachten zie je Aboutaleb parallellen met het heden trekken. Ook nu zit er een dun wandje tussen goed en kwaad, net als bij de onderduikers toen. Compassie is geboden, maar verraad ligt op de loer.

Ziet u parallellen tussen de oorlog en de vluchtelingencrisis?

„Joodse vluchtelingen zijn destijds in eerste instantie aan de grens met Nederland tegengehouden. Zij werden in Westerbork opgevangen, van waaruit zij later in groten getale werden afgevoerd naar vernietigingskampen.”

Tijdens een bezoek met schoolkinderen aan Westerbork, eerder dit jaar, vergeleek u de Jodenvervolging met de gruwelen van IS.

„Laat ik vooropstellen dat je de Holocaust met niets kunt vergelijken. Ook niet met de gruwelen van IS. Maar er zijn overeenkomsten. Hitler had het vooral gemunt op Joden. IS voert een etnische zuivering uit op christenen, shi’ieten, alevieten, yezidi’s en gematigde moslims. Waar Hitler er een machinerie op nahield, beschikt IS over een leger van hooguit 40.000 man. De nazi’s brachten 6 miljoen Joden planmatig en stelselmatig om het leven. De methoden van IS zijn achterlijker. Maar in essentie is wat IS doet niet minder gewelddadig.”

U schrijft dat Joden in de oorlog voor een duivels dilemma stonden: onderduiken of je aan de regels houden en hopen dat je overleeft. Het kabinet moet binnenkort besluiten of het wel of niet meedoet aan de bombardementen op IS in Syrië. Ook een duivels dilemma?

„Ja. In Syrië is dat dilemma zo mogelijk nog groter. Het Westen wil zich ontdoen van het regime. Daarbij heeft het op papier een bondgenoot in facties die tegen het regime vechten, zoals Al-Nusra. Maar Al-Nusra heeft banden met Al-Qaeda – en is dus onze vijand. De klassieke betekenis van ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’ gaat hier niet op.”

Kofi Annan, oud-secretaris-generaal van de VN, zei vorige week in Brandpunt: Nederland moet niet ingrijpen in Syrië, het moet politiek opgelost worden. Mee eens?

„Ik moet mij niet mengen in zaken waar ik geen verstand van heb. Maar mijn geduld raakt op naarmate ik meer leed zie. Mijn hart spreekt voor deze mensen. In Rotterdam zaten 213 vluchtelingen in een sporthal. Als ik in hun ogen kijk – ik spreek hun taal, dat scheelt – zie ik zó veel verdriet...”

Annan zei ook: Europa heeft zijn morele superioriteit verloren. Het ontbreekt aan leiders.

„Wij hebben fatsoenlijke leiders verkozen op basis van een stembusuitslag. Daarnaast zijn er leiders aan wie de samenleving natuurlijk gezag toekent. Die leiders luisteren naar burgers, maar nemen wel hun eigen beslissingen. Ook bij het vreemdelingenvraagstuk. In de gemeenteraad krijg ik te horen dat ik hierover beter moet luisteren naar de diversiteit aan geluiden in de stad. Dat doe ik, ik begeef mij onder de mensen. Maar ik moet uiteindelijk wel leiden, hè? Durven beslissen. Zoals ook staatssecretaris Dijkhoff van Justitie dat op zijn manier fantastisch doet. Hij heeft tact, uitstraling en weet de rust te bewaren. In een land dat zó verdeeld is over het onderwerp.”

Ook uw gemeenteraad is verdeeld.

„Ja. Ik kreeg de brief van het kabinet met het verzoek om noodopvang tijdens een raadsvergadering. Ik had geen tijd een collegevergadering te beleggen. In de raadsvergadering heb ik direct verteld wat we toegezegd hadden. Er is verdeeldheid, zeker. Leefbaar Rotterdam is tegen opvang. Maar juist in een verdeelde stad word je als leider geacht het goede te doen.”

In uw essay noemt u het een deugd: het goede doen op het juiste moment. Maar hoe weet je dat?

„Dat weet je niet. Het goede doen is niet altijd rationeel te beargumenteren. Daar is een veel betere graadmeter voor: je onderbuik. Voelt het goed? Kun je na zo’n beslissing goed slapen? Kijk, ik begrijp best dat mensen het moeilijk vinden met vluchtelingen om te gaan. Dat de militaire opties en de hulpverlening ingewikkeld zijn. Maar ik heb grote moeite met wat er nu bijvoorbeeld in Hongarije gebeurt. Daar wordt traangas ingezet! In een land waarvan de inwoners in 1956 zelf moesten vluchten. De NOS schotelt ons beschaafde beelden voor, maar ’s avonds zie ik bij Al-Jazeera hoe het er echt aan toegaat. Via een open satellietkanaal worden bijna alle grensposten permanent in beeld gebracht. Het geduld raakt op bij mij.”

In uw essay beschrijft u verraad in oorlogstijd. Ook nu zijn sommigen bang dat we compassie tonen met een groep waarvan op termijn blijkt dat er verraders tussen zitten.

„Dat is natuurlijk het grote vraagstuk. Als je in Nederland tienduizend mensen opvangt en er zitten 200 foute mannen tussen, wat laat je prevaleren? Ik denk dat bestuurders net als rechters belangen moeten afwegen. Ik zal altijd zeggen: opvang eerst, dat andere komt wel.”

Angst voor terroristen kun je niet wegnemen?

„Niet direct. We stellen de identiteit vast van de mensen die nu opgevangen worden. Het is zeer wel denkbaar dat sommigen een vals paspoort bij zich dragen. De IND beoordeelt op een later moment of de vluchtverhalen kloppen. Voor het draagvlak op de lange termijn is het belangrijk te weten of degenen die aankloppen ook zélf kloppen. En het is belangrijk dat je mensen met een tijdelijke verblijfsvergunning beweegt terug te keren naar hun land van herkomst als de politieke situatie stabiliseert. Anders verlies je de medemenselijkheid die voor opvang vereist wordt.”

Premier Rutte zei: we mogen andersdenkenden in het vluchtelingendebat niet de mond snoeren.

„Ik ben het met Rutte eens dat wie tegen de komst van vluchtelingen is, op geen enkele manier voor racist mag worden versleten. Dan maak je een debat monddood.”

Is dat het grootste gevaar?

„Sommige burgers voelen zich in de verdrukking. Ze zeggen: ik sta al lang op de wachtlijst voor een huurwoning. Ik heb een gehandicapt kind, krijg geen urgentie. Die vluchtelingen krijgen meteen een woning. Hoe kan dat? Dat is lastig uit te leggen. Belangrijk is dat bestuurders een eerlijk verhaal vertellen. Als de Rotterdamse gemeenteraad besluit een opvangcentrum in te richten, dan vraag ik burgers niet wat ze ervan vinden. Ik leg wél uit waarom goede opvang belangrijk is en vraag: wilt u meehelpen? Ik, burgemeester, heb u nodig.”

U schrijft dat het belangrijk is tegen de stroom in te gaan. Zijn er momenten geweest dat u dacht: mijn daden kunnen grote gevolgen hebben, maar ik heb geen keus?

„Ja. Bij mijn stellingname na de moord op Theo van Gogh en na de aanslagen in Parijs.” Voor het eerst zoekt Aboutaleb naar woorden. „Dat zijn grote gebeurtenissen. Ik heb er in beide gevallen bewust voor gekozen stevig stelling te nemen. Ik had ook een demonstratie kunnen organiseren, voorop kunnen lopen met een spandoek. Ik koos voor een inhoudelijk verhaal: waarom die gebeurtenissen raken aan de weerbaarheid van steden.”

Waarom op die manier?

„Het helpt soms als een leider onomstotelijk en zonder twijfel met de juiste bewoordingen scherp stelling neemt.”

Het helpt om…

Hij denkt even na. „Ik voer veel gesprekken met moslimjongeren. Dan merk ik dat ze heel goed begrijpen dat ‘Je suis Charlie’, door mij uitgesproken na het bloedbad in Parijs, helemaal niet gaat over wat de medewerkers van het blad schreven of tekenden. Ik heb mij daar nog nooit over uitgesproken. Ik heb hun uitgelegd dat ik verwees naar het recht om te zeggen en schrijven wat je wilt. En dat dat recht in ons staatsbestel beschermend werkt voor minderheden. Zonder dat recht zouden moslims niet tienduizend korans op straat mogen uitdelen [een actie van de organisatie ‘Ontdek Islam’]. Kan de inhoud van een blad beledigend zijn? Zeker. Maar er bestaat niet zoiets als het recht om niet beledigd te worden. Als je je beledigd voelt kun je zwijgen, iets terugzeggen, terugtekenen, of naar de rechter. Maar in geen enkel geval gebruik je geweld.”

U steekt uw nek uit om debat te entameren?

„In de eerste plaats om gevoelens te managen. Ik ben mij ervan bewust dat ook in mijn stad – mijn politiechef zegt dat heel treffend – overal benzineplasjes liggen. Je hoeft er maar een aansteker bij te houden en het vliegt in de fik.”

Hoe gevaarlijk is uw scherpe stellingname?

„Ik kan doodgaan. Daar kunnen we heel moeilijk over doen, maar in extenso is levensgevaar aan de orde.”

Weinigen zijn bereid dat offer te brengen.

„Collega Eberhard van der Laan spreekt zich uit in Amsterdam. Jozias van Aartsen in Den Haag. Herman Kaiser in Arnhem. Charlie Aptroot in Zoetermeer. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik, door mijn achtergrond, misschien wel de enige ben die niet zozeer de bevoegdheid maar wel het gezag heeft te zeggen wat ik zeg.”

Aboutaleb vindt het de plicht van bestuurders zaken bespreekbaar te maken en „in een goede context te plaatsen”. Neem Wilders, die tijdens de Algemene Beschouwingen met het valse paspoort van Mark Rutte zwaaide, om te bewijzen dat terroristen gemakkelijk naar Europa kunnen reizen. „Je zou blíj moeten zijn dat er mogelijkheden zijn aan een vals paspoort te komen. Zonder vals paspoort kun je soms niet vluchten. Het is waar dat de mensen die ze maken criminelen zijn. Maar waren degenen die valse identiteitsbewijzen in de oorlog verstrekten – vaak tegen betaling – dat ook niet? En vinden wij hen nu geen helden? Zo’n vals paspoort is legitiem als levens op het spel staan.”

Maar wat zegt u tegen de mensen die zeggen: we weten niet wie ze zijn, laten we alles bij het oude houden, hek eromheen.

„Tegen hen zeg ik dat onze eigen geschiedenis tot nadenken dwingt. In de oorlog zijn mensen met een Nederlands paspoort aan de kant van de bezetter gaan staan. Mensen met een buitenlands paspoort hebben Nederland bevrijd. Zo’n paspoort zegt dus niets over loyaliteit. Alleen kruisjes op begraafplaatsen herinneren aan die duizenden Canadezen, Amerikanen en Engelsen die ons kwamen bevrijden. Toen hadden wij solidariteit nodig, nu hebben anderen solidariteit nodig. Toen wij, nu zij.”

Zou u zelf vluchtelingen in huis opnemen?

„Ja. Er is in huize Aboutaleb indringend over gesproken. Probleem is dat er een politiek signaal van uitgaat – naar Rotterdammers en misschien zelfs landelijk. Ik zou mensen aansporen – misschien zelfs moreel onder druk zetten – hetzelfde te doen. Dat wil ik niet. Iedereen moet zijn eigen afweging maken.”