Hoe het Rijks verstrikt raakte in plan A en B

Verschillende initiatieven uit Nederland om twee Rembrandts te kopen, leidden tot een diplomatieke rel.

Foto ROBIN UTRECHT

In een poging twee portretten van Rembrandt uit Frankrijk naar het Rijksmuseum te halen, zijn deze zomer twee plannen ontwikkeld, die elkaar nu in de weg zitten.

Een reconstructie.

Het begint in 2013

De Franse tak van de bankiersfamilie Rothschild geeft aan de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit van Rembrandt uit 1634 te willen verkopen. De doeken werden in 1877 in Nederland gekocht en zijn zelden geëxposeerd. Onderhandelingen tussen het Franse museum het Louvre en de Rothschilds om de werken te kopen levert niets op. Omdat de schilderijen in Frankrijk onverkoopbaar blijken, vragen de Rothschilds een exportvergunning aan om ze internationaal te kunnen verkopen.

4 maart 2015: het getouwtrek begint

Met een Franse woede-uitbarsting begint het getouwtrek om de twee schilderijen van Rembrandt.

Het is Frankrijk „onwaardig”, schrijft de Franse kunsthistoricus Didier Rykner op 4 maart dit jaar in het online tijdschrift La Tribune de l’Art, dat een exportvergunning is afgegeven voor de twee waardevolle schilderijen van Rembrandt. De exportvergunning is door de Franse overheid afgegeven, aldus Rykner, omdat museum het Louvre noch de Franse overheid het geld heeft om de werken te kopen. „Ze hebben niet eens geprobeerd het bij elkaar te krijgen”, schrijft Rykner. Rembrandts van die kwaliteit zijn in geen enkel Frans museum te vinden, en behoren tot het Franse erfgoed, schreef hij. Ook verkoper Eric de Rothschild, die toch altijd de Franse cultuur als mecenas beschermde, en hooggeplaatst lid is van de vriendenvereniging van het Louvre, treft blaam volgens de boze kunsthistoricus.

Het getouwtrek dreigt nu de relatie tussen Frankrijk en Nederland te verzuren.

17 en 18 maart: opwinding!

Het gebeurt niet vaak dat zulke topstukken van Rembrandt, ook nog een tweeluik in goede staat, op de internationale kunstmarkt komen. Dat zorgt voor opwinding bij mogelijke kopers wereldwijd, in de Golfstaten, de VS en China – en zeker bij Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes. Hij heeft ook niet het geld om beide portretten te kopen, maar wil ze wel graag. Vandaar dat hij op 17 maart per mail contact zoekt met de minister van Cultuur, Jet Bussemaker, en vraagt wat de Nederlandse staat kan doen. Blijkbaar is dat in termen van geld niet veel, want op 18 maart stuurt Pijbes een mail aan de directeur van het Louvre, Jean-Luc Martinez. Pijbes stelt voor uit te zoeken hoe beide Rembrandts voor Europa behouden kunnen worden.

14 juli: Bussemaker mailt met Parijs

Wat er dan allemaal achter de schermen gebeurt valt te reconstrueren uit correspondentie tussen de Franse minister van Cultuur Fleur Pellerin, haar Nederlandse collega Jet Bussemaker en Eric de Rothschild, in het bezit van deze krant. Op 14 juli sturen beide cultuurministers gezamenlijk een voorstel aan Rothschild. Pellerin schrijft: „We weten dat u overleg heeft gehad met de president-directeur van het Louvre [over de twee Rembrandts]. En meer recent heeft u met de directeuren van het Rijksmuseum overleg gehad, over hun voorstel tot de aankoop van beide schilderijen voor het Rijksmuseum.”

Er is nog een mogelijkheid, oppert Pellerin, mede namens Bussemaker, die „zeer gunstig voor de nationale collecties van onze beide landen zou zijn”: namelijk een alternatief „waarbij zowel het Rijksmuseum als het Louvre elk een portret koopt, met de afspraak dat beide werken altijd samen getoond worden, afwisselend in het ene en het andere museum”.

24 juli: een koopoptie en twee plannen

Op 24 juli antwoordt Rothschild beide ministers met de aanhef Mesdames les Ministres. Hij kan bevestigen, schrijft hij, dat er een principeakkoord bereikt is met het Rijksmuseum over de aankoop van beide doeken samen. Het is een koopoptie („promesse de vente”) op voorwaarde dat het museum binnen een bepaalde tijd de benodigde financiering rond krijgt bij Nederlandse investeerders. Desalniettemin laat hij weten dat zijn familie geen bezwaar heeft tegen het onderzoeken van het alternatieve voorstel van beide ministers – als ze maar de beoogde som geld in dezelfde tijd als het Rijks op tafel kunnen leggen.

Uit deze briefwisseling (waarin de koopsom van 160 miljoen en de termijn, eind dit jaar naar verluidt, niet genoemd worden) blijkt dus dat er sinds deze zomer twee Nederlandse initiatieven zijn om de Rembrandts te kopen: een van het Rijksmuseum, dat beide doeken wil (plan A) en een van de Franse en Nederlandse cultuurministers, die beide een portret willen en in zowel het Louvre als Rijksmuseum willen exposeren (plan B).

Uit het feit dat het Rijksmuseum eerder een eigen traject is ingegaan, valt te reconstrueren dat de Nederlandse staat aanvankelijk weinig concreets te bieden had. Pas in tweede instantie kwam de Nederlandse overheid – naar verluidt op initiatief van de Franse overheid, die eerder geen cent voor de doeken over had – in actie. Als het als vangnet bedoeld was, zijn ze erin verstrikt geraakt.

24 augustus: Wim Pijbes op de radio

Op een terloopse vraag van BNR Nieuwsradio of hij nog wensen voor de toekomst heeft, laat museumdirecteur Wim Pijbes zich op 24 augustus ontvallen dat hij de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit graag wil kopen en dat hij druk bezig is het benodigde geld bij elkaar te brengen. De publiciteit die die opmerking genereert, brengt alles in een stroomversnelling.

8 september: Pechtold biedt hulp

D66-partijleider (en oud veilingmeester) Alexander Pechtold zoekt contact met Pijbes. Pechtold biedt aan om met de Tweede Kamer te helpen bij de fondsenwerving – voor plan A, zeg maar, het Rijks koopt beide doeken. Op 8 september, een week voor Prinsjesdag, belegt Pechtold in museum het Mauritshuis, naast het Binnenhof, een geheim beraad waarbij zeven fractievoorzitters samenkomen. Daar blijkt brede steun te zijn voor het bijdragen aan de aankoop.

10 september: Bussemaker in Parijs

Minister Bussemaker is in Parijs voor de opening van het nieuwe Nederlandse culturele instituut, het Atelier Néerlandais. Voorafgaand hieraan spreekt ze met minister Pellerin. Die blijkt op de hoogte van de Nederlandse publiciteit en brengt het onderwerp direct ter sprake. Bussemaker zegt dat ze het geld nog niet rondheeft en dat ze niet dezelfde machtspositie tegenover het Rijks heeft als Pellerin tegenover het Louvre: het Rijksmuseum is verzelfstandigd, het Louvre is een staatsinstelling.

21 september: bám, in De Telegraaf!

De Telegraaf heeft lucht gekregen van het geheime Mauritshuis-beraad en publiceert er op 21 september over. De Nederlandse overheid wil 80 miljoen (de helft van de hele aankoopsom) op tafel leggen, het Rijks werkt aan het samenbrengen van de rest. Om dat mogelijk te maken heeft Pijbes in een eerder stadium al gedaan gekregen dat het ministerie van Financiën de regeling om erfbelasting met kunst terug te betalen, verruimt. En wel zo dat particulieren die meebetalen aan de aanschaf van de Rembrandts een belastingvoordeel krijgen.

Het Rijks heeft naast het geld van de staat (80 miljoen) zelf al 12,5 miljoen binnen: eigen middelen en fondsen. De overige 67,5 miljoen moet van vermogende particulieren komen.

Nog dezelfde dag probeert Bussemaker Pellerin op de hoogte te stellen. Maar uiteindelijk spreken ze elkaar door volle agenda’s pas een dag later. In haar latere persverklaring en in haar brief aan Rothschild maakt de gepikeerde Pellerin geen woord vuil aan wat voor Bussemaker een „nieuwe situatie” is.

25 september: nervositeit in Frankrijk

Alle publiciteit in Nederland zorgt voor beroering in Frankrijk, waar ze veel meer gecharmeerd zijn van plan B: de Franse staat koopt een doek voor het Louvre, en Nederland koopt een doek voor het Rijks. De Franse minister Pellerin is verbaasd over de wijze waarop volgens haar een „afspraak” met Bussemaker zomaar van tafel is gegaan. Le Figaro spreekt van „een diplomatieke vernedering”. De Franse minister stuurt op 25 september Eric de Rothschild een brief, waarin ze zegt dat de Banque de France het geld op tafel wil leggen voor één van de portretten. En, schrijft de minister erbij: ze hoopt dat Rothschild zal kiezen voor dit aanbod, dat ook een enorme bijdrage aan het Franse erfgoed zal leveren.

Voor de Fransen ligt de bal nu bij de Rothschilds. Er is geld voor het Franse deel en, door de actie van Pechtold, voor het Nederlandse deel. Dus voor plan B is het geld binnen. Het Rijksmuseum heeft naar verluidt de totale koopsom bijna binnen. Dus plan A kan ook nog gerealiseerd worden. De vraag is nu of de Rothschilds bestand zijn tegen de druk van de Franse autoriteiten. En in hoeverre het dreigement van de Franse minister om het schilderij tot nationaal monument te verklaren juridisch houdbaar is. En ook: hoeveel zekerheid de koopoptie biedt die het Rijksmuseum met de familie De Rothschild heeft. Pijbes mag daarover niets zeggen, meldt hij, vanwege een non-disclosure paragraaf in het contract.

    • Paul Steenhuis
    • Peter Vermaas