Hij is ontslagen. Weg olympische droom. Waarom zegt niemand

Vrouwenbondscoach Sjoerd Marijne is per direct ontslagen. Hij wilde 'andere dingen' dan de hockeybond. „Deze breuk is voor mij een grote verrassing”.

Sjoerd Marijne geeft de hockeyvrouwen aanwijzingen, deze zomer in de rust van de finale van de Hockey World League tegen Zuid-Korea. Nederland won met 2-1. foto KOEN SUYK/ANP

Iets meer dan driehonderd dagen nog. Dan moet de meest succesvolle vrouwenploeg uit de hockeygeschiedenis in Rio de Janeiro klaar zijn voor de derde olympische titel op rij. Des te opmerkelijker is het dat zo kort van tevoren toch nog zand in de doorgaans goed geoliede machine kwam, want een jaar na zijn aanstelling bleek bondscoach Sjoerd Marijne (41) toch niet geschikt om de unieke trilogie te volbrengen.

De olympische droom van een uiterst teleurgestelde coach viel zondag in duigen toen de bond en Marijne „in onderling overleg” besloten diens contract – dat liep tot en met de Spelen – per direct te beëindigen. „Ik wilde enkele veranderingen gaan doorvoeren in aanloop naar Rio”, geeft Marijne aan. „Alleen dat wilde de bond niet. Daar lagen we ver uit elkaar. Deze breuk is voor mij een grote verrassing.” Inhoudelijk wil Marijne, om niemand te „beschadigen”, niet op de veranderingen ingaan. „Daar heeft niemand wat aan. Die meiden moeten aan Rio denken.”

Dat verloren EK, daar ligt het niet aan, zegt de bond

„Wij ervaren het als een nederlaag”, zegt bondsdirecteur Erik Gerritsen over de vroegtijdige scheiding. „Wij hebben ermee te dealen”, stelt aanvoerster Maartje Paumen namens het sterrenteam.

Nee, het gemiste goud in Londen, vorige maand na een chaotisch slotkwartier in de EK-finale tegen Engeland, gaf volgens de bond niet de doorslag. Na elk toernooi worden het team en de begeleiding geëvalueerd, zegt Gerritsen. „Uit de laatste evaluatie bleek dat de juiste voorwaarden om samen verder te gaan niet meer voor honderd procent aanwezig waren.”

Paumen: „Dit is een beslissing van de bond en Sjoerd. Dit is absoluut niet leuk om mee te maken op weg naar Rio. Wij willen zo snel mogelijk verder met waar het om draait, presteren op de Spelen.”

Toch staat één ding vast: als de ervaren kern van de spelersgroep – tweevoudig olympisch kampioenen Paumen, Naomi van As, Ellen Hoog en Eva de Goede – de bondscoach graag had behouden, dan was Marijne nog in functie geweest.

Minder charisma, minder respect; er waren wel bedenkingen

Diens vertrek bij de regerend olympisch en wereldkampioen betekent in elk geval fors gezichtsverlies voor de bond. Bij de benoeming van de Brabander bestonden in hockeykringen wel twijfels. Gewezen werd op zijn opvliegende karakter als de druk om te presteren toenam, maar ook op zijn gebrek aan ervaring met vrouwenploegen. Verder dan Jong Oranje was Marijne in het vrouwenhockey nooit gekomen, al haalde hij met de juniorenploeg wel de wereldtitel binnen voor de KNHB. Opvallend was dat één van de belangrijkste speelsters, Maartje Paumen, geen enkele ervaring had met Marijne voordat hij tot bondscoach werd benoemd. Toch zei de aanvoerster destijds volledig achter de keuze van de bond te staan om Marijne aan te stellen.

Zijn werk bij Jong Oranje en zijn ervaring bij de mannen van onder meer Amsterdam waren voldoende om Marijne aan te stellen als opvolger van Max Caldas, de alom gerespecteerde coach die na de wereldtitel in Den Haag (2014) plotseling werd ‘weggekaapt’ door de mannen.

Maar dat verlies van Caldas hakte er misschien wel dieper in bij Paumen en haar ploeggenoten dan ze zelf beseften. Zeker is dat Marijne het charisma ontbeerde dat de geliefde Argentijn wel bezat.

Dit is een risico, zo vlak voor de Spelen

De aanstelling van een nieuwe bondscoach houdt in elk geval een risico in, zo kort voor de Olympische Spelen. Want het is nog maar de vraag of het wel voldoende zal klikken met Marijnes opvolger. Verbinding met de ploeg die het vrouwenhockey al een jaar of tien in een ijzeren greep houdt, is cruciaal. De selectie heeft zoveel ervaring opgedaan onder Marc Lammers (Beijing 2008) en Caldas (Londen 2012) dat de ploeg in hoge mate zelfsturend is geworden. Zoals hockeyanalist en oud-international Jacques Brinkman vorig jaar al in deze krant zei: „Laten we eerlijk zijn, als coach van de Nederlandse vrouwen haal je de olympische finale toch wel.”

    • Rob Schoof