Hard duel tussen Obama en Poetin over oorlog in Syrië

Obama en Poetin willen een eind aan de oorlog in Syrië. Maar hoe dat moet, daarover verschillen beide leiders scherp van mening, bleek uit hun toespraken.

Koning Willem-Alexander spreekt de VN toe. Hij pleitte voor hervorming van de Veiligheidsraad. Foto EPA

Ondanks de scherpe woorden waarmee de presidenten Obama en Poetin elkaar gisteren hekelden in hun toespraken voor de Verenigde Naties, toonden ze beiden bereidheid samen te werken om een eind te maken aan de oorlog in Syrië. Tegelijk maakten ze duidelijk dat ze heel verschillend denken over de manier waarop het conflict kan worden opgelost.

De Russische president stelde een internationale conferentie over Syrië voor, en zei dat het een enorme fout is om te weigeren samen te werken met de regering en de strijdkrachten van Syrië – „die moedig het terrorisme bestrijden”.

Obama veroordeelde de redenering dat een „tiran als Bashar al-Assad, die vatbommen gooit op onschuldige kinderen, moet worden gesteund omdat het alternatief erger zou zijn”. Maar Obama zei ook dat een „apocalyptische sekte” als Islamitische Staat niet kan worden geduld, en dat de VS daarom deelnemen aan de militaire bestrijding van IS, waarvoor hij zei zich niet te willen verontschuldigen.

Omdat militaire middelen alleen geen eind aan de oorlog kunnen maken, aldus de Amerikaanse president, zijn de VS bereid „om met ieder land samen te werken, inclusief Rusland en Iran, om het conflict op te lossen.” Dat was de sleutelzin van zijn betoog, de zin met de meest directe politieke betekenis.

Dat de VS daarmee accepteren dat Assad voorlopig waarschijnlijk niet zal worden verdreven en zijn vertrek geen voorwaarde is om onderhandelingen te beginnen, zei hij er niet bij. Om te laten zien dat hij nog altijd vindt dat Assad uiteindelijk het veld moet ruimen, voegde Obama eraan toe dat er „na zo veel bloedvergieten geen terugkeer kan zijn naar de status-quo van voor de oorlog”, dus naar het oude Syrië van Assad en zijn vader. Maar dat is nu even niet de prioriteit.

Diplomatieke manoeuvres

Wat deze diplomatieke manoeuvres op korte termijn betekenen voor het verloop van de Syrische oorlog is niet meteen duidelijk. Gisteravond zouden Poetin en Obama elkaar voor het eerst in twee jaar weer bij een officiële ontmoeting spreken. De stemming kan nauwelijks hartelijk zijn geweest, want de betrekkingen tussen de twee grootmachten zijn sinds de Russische annexatie van de Krim, vorig jaar, uitgesproken slecht. Op het persoonlijke vlak hebben de twee het ook nooit goed met elkaar kunnen vinden.

De Amerikanen zijn bovendien onaangenaam verrast door het nieuws, zondagavond, dat Rusland een akkoord heeft gesloten met Iran, Irak en Syrië over de uitwisseling van inlichtingen die nuttig kunnen zijn voor de bestrijding van Islamitische Staat. Dat is opnieuw een teken dat Rusland bezig is zijn invloed in het Midden-Oosten uit te breiden. Voor Washington is daarbij met name pijnlijk dat Irak de banden met Moskou aanhaalt, terwijl de VS bezig zijn het Iraakse regime te verdedigen tegen aanvallen van IS.

Rusland weer prominent

Rusland is er nu in geslaagd zich weer een prominente plaats te verwerven op het podium van de internationale diplomatie. De westerse pogingen Moskou internationaal te isoleren als straf voor de interventie in Oekraïne zijn daarmee goeddeels mislukt. Nu de oorlog in Syrië in een impasse is geraakt, en Europa steeds wanhopig wordt over de grote aantallen vluchtelingen uit Syrië die een goed heenkomen zoeken in de Europese Unie, kan Poetins initiatief voor een nieuwe aanpak van de strijd tegen IS niet worden genegeerd.

Een opmerkelijk verschil tussen de toespraken van Poetin en Obama was dat de eerste omfloerst sprak van ‘landen’ die met hun interventies in het Midden-Oosten chaos hadden veroorzaakt, duidelijk doelend op de VS, terwijl Obama Rusland met name noemde en de mantel uitveegde. De toespraak van de Amerikaanse president was somber getoonzet. Hij waarschuwde voor „gevaarlijke stromingen die ons terugsleuren in een duistere, wanorderijke wereld”, voor de „politiek van wij tegen zij”.

Obama haalde hard uit naar Rusland vanwege de annexatie van de Krim en de „verdere agressie in het oosten van Oekraïne”. „We erkennen de diepe en complexe geschiedenis tussen Rusland en Oekraïne”, aldus Obama, „maar we kunnen niet lijdzaam toezien als de soevereiniteit en de territoriale integriteit van een land op flagrante wijze wordt geschonden. Als dat zomaar kan in Oekraïne, kan het ook ieder ander land dat hier vertegenwoordigd is overkomen.”

Overigens uitte Obama ook enige zelfkritiek. De VS hebben in Irak de pijnlijke les geleerd, zei hij, dat „ook honderdduizenden dappere, effectieve troepen en biljoenen dollars uit de schatkist op zichzelf niet genoeg zijn om in een vreemd land stabiliteit te brengen”. En over Libië, waar mede onder zijn verantwoordelijkheid in 2011 een interventie in gang is gezet, zei Obama dat de internationale coalitie meer had moeten doen om het machtsvacuüm te vullen na de val van Gaddafi.

Poetin stelde in zijn toespraak voor een anti-IS-coalitie te vormen naar het voorbeeld van „de antinazicoalitie” in de Tweede Wereldoorlog.

    • Juurd Eijsvoogel