‘Gomorra’-auteur beticht van plagiaat

De Italiaanse journalist Roberto Saviano, bekend van de roman ‘Gomorra’, zou in zijn nieuwste boek plagiaat hebben gepleegd.

Foto SKY

De Italiaanse journalist en chroniqueur van de Napolitaanse maffia Roberto Saviano heeft zich in zijn laatste boek ZeroZeroZero schuldig gemaakt aan plagiaat. Dat stelt de Amerikaanse journalist Michael Moynihan, die in het verleden al geruchtmakend plagiaatonderzoek deed.

Moynihan publiceerde vorige week op internetsite The Daily Beast een artikel waarin hij aantoonde dat in ieder geval vijftien alinea’s of passages uit ZeroZeroZero, Saviano’s in juli van dit jaar verschenen boek over de wereldwijde cocaïnehandel, zijn overgenomen van zowel Wikipedia als een keur aan internationale kranten. Veel onderzoeksresultaten staan volgens Moynihan ten onrechte niet tussen haakjes. Bronnen worden noch geciteerd, noch geannoteerd. Enkele interviews zijn verzonnen en soms blijken aangehaalde bronnen volgens Moynihan zelfs helemaal niet te bestaan.

Zo haalt Moynihan Saviano’s uitleg aan van de organisatiestructuur van ‘Los Zetas’. In ZeroZeroZero schrijft Saviano de structuur van de Mexicaanse drugsbende gebaseerd te hebben op gesprekken met zijn ‘Mexicaanse en Amerikaanse bronnen’. Moynihan toont in zijn artikel dat Saviano’s gedetailleerde beschrijvingen van de taakverdeling binnen de drugsbende opvallende gelijkenissen vertoont met een Wikipedia-lemma uit 2008.

Saviano schreef volgens Moynihan wel meer over. Voor zijn laatste boek maakte hij rijkelijk gebruik van artikelen die eerder verschenen in kranten als de St. Petersburg Times, het Spaanstalige El Faro en van berichten van het Mexicaanse persbureau Notimex. Gelijkenissen tussen Saviano’s reconstructie van de moord op de Spaanse activist en filmmaker Christian Poveda en een artikel uit The Los Angeles Times over die moord zijn ook volgens de oorspronkelijke auteur opvallend. Tegen Moynihan verklaarde journaliste Deborah Bonello dat „het onwaarschijnlijk is dat deze overeenkomstigheden toevallig tot stand gekomen zijn”.

Moynihan schrijft: „Lezers zijn er, mede door promotie van Saviano zelf, er ten onrechte van overtuigd geraakt dat Saviano voor ZeroZeroZero de hele wereld is overgevlogen, archieven is ingedoken en vele anonieme insiders heeft gesproken.”

Aantijgingen van plagiaat aan het adres van Saviano zijn niet nieuw. In 2009 eiste de Napolitaanse freelancejournalist Simone Di Meo een half miljoen euro schadevergoeding, omdat Saviano grote delen van diens stukken zou hebben overgenomen in Gomorra. Van Saviano’s bestseller over de Napolitaanse maffia werden wereldwijd meer dan 10 miljoen exemplaren verkocht. Het boek stond tussen 2007 en 2010 bijna wekelijks in de CPNB Bestseller Top-60, de lijst van bestverkochte boeken in Nederland.

Deze zomer werd De Meo door de Italiaanse Hoge Raad in het gelijk gesteld. Saviano blijkt zich in Gomorra op ten minste drie momenten schuldig te hebben gemaakt aan plagiaat. Saviano, die sindsdien in interviews aangeeft dat van slechts 0,6 procent van zijn roman plagiaat is vastgesteld, is gesommeerd de bronnen in zijn boek kenbaar te maken.

Saviano laat in interviews veelvuldig weten de plagiaataantijgingen te zien als werk van de maffia, om zijn reputatie „te verwoesten”. Ook zou hij vaak dezelfde bron gebruikt hebben als andere auteurs, wat overlap in de hand werkt.

Moynihan heeft in het verleden al meer teweeggebracht met plagiaatonderzoek. Zo toonde hij in 2012 aan dat Jonah Lehrer, een redacteur van The New Yorker, imaginaire quotes van Bob Dylan had opgenomen in zijn in 2012 verschenen boek Imagine: How Creativity Works. Die onthulling koste Lehrer zijn baan bij het Amerikaanse blad.