Gedrang Mekka vraagt om aanpassing rituelen

Als tiener viel mij al op hoe bruusk de mannen zich beijveren voor een plek op de eerste rij in de moskee, schrijft Mohammed Benzakour.

En haast jullie naar vergeving van uw Heer en een Tuin, zo groot als de hemelen en aarde […] en waar doorheen rivieren stromen. Zij tooien zich daarin met armbanden van goud en met parels en hun kleren zijn daar van zijde (Koran, 4:57)

Volgens de islamitische exegese vertoeven ze nu in deze hemelse tuinen, de 769 doden van het recente Mekkadrama. Want sterven op een heilige plek geldt als een martelaarsdood, wat betekent: een gratis ticket paradijs. Wat een bofkonten.

Het is niet de eerste keer dat in Mekka pelgrims vertrapt worden door op hol geslagen mensendrommen. Is er geen fataal gedrang dan explodeert wel ergens een gasfles of kukelt een hijskraan naar beneden. Misschien niet zo gek, zulke ongelukken op de grootste mensensamenkomst ter wereld. Opvallend is wel dat de drama’s zich herhaaldelijk voltrekken om en rond het duivelsoord in Mina. Bij dit ritueel wordt de duivel, in de curieuze gedaante van drie muren, bekogeld met stenen. Vroeger stonden daar drie pilaren, maar omdat overenthousiaste moslims niet goed kunnen mikken en in plaats van de pilaar elkaars hoofd troffen (ze zagen sterretjes en hemeltjes), werden de pilaren vervangen door muren. Maar de ongelukken werden er niet minder om. Je zou denken, het is nu wel duidelijk dat de duivel het niet leuk vindt om gestenigd te worden. Maar de pesterij gaat doodleuk door.

Voor miljoenen moslims is de hadj (de bedevaart) de ultieme droom. De plek te mogen opsnuiven waar het allemaal begon. En voor die ene week van de laatste maand van het islamitische jaar sparen ze hun hele leven. Maar dat dat romantische oord met al zijn relikwieën en erfgoederen allang passé is en intussen verworden is tot een grote kakofonische lunapark vol winkelcentra, wolkenkrabbers, fastfoodketens en vijfsterrenhotels doet daar weinig aan af.

Ik zal de laatste zijn om de waarde van rituelen en symbolen te ontkennen, maar deze pelgrimage heeft mij nooit aangetrokken. Ze zeggen dat je in Mekka de nabijheid van God ervaart; dit klinkt mij net zo waar als beweren dat Bach geïnspireerd is door Afrikaanse trommelmuziek. Rondjeslopen om een kubus, stenen keilen naar een pilaar, de kop in een gat steken om een stukje meteoriet aan te raken, heen en weer hollen omdat daar ooit een vrouw ook heen en weer holde – dit alles is tot daar aan toe. Maar de hysterische opwinding waarmee dit allemaal gepaard schijnt te moeten gaan, daarvan ontgaat mij iedere charme en spirituele betekenis. Nog gevaarlijk ook.

Als tiener viel mij al op hoe in onze plaatselijke moskee de mannen zich beijveren, soms nogal bruusk, voor een plekje op de voorste rij. Hoe meer vooraan, hoe meer bonuspunten van Allah. Vooral op hoogtijdagen, zoals het Offerfeest, is de competitie om een vip-plek bijzonder pittig. Ze staan al voor dag en dauw te dringen bij de moskeedeur. Dezelfde wedijver geldt trouwens ook de numerus van de hadj. Een moslim pronkt graag dat hij niet één maar wel drie of vier keer Mekka heeft bezocht. Hij wordt gezien als een goede moslim. Ik zou juist zijn goedheid in twijfel trekken. Want wetende dat de hadj bedoeld is ter reiniging van je zonden en smetten, komen deze draaideurpelgrims mij eerder verdacht voor. Al deze draaideurpelgrims zijn onderdeel van het volumeprobleem. Een verbod op meer dan één bedevaart zou al een slok op een borrel schelen.

Op de avond van het drama sprak de Saoedische koning Salman het volk toe op de zender al-Arabiya. Hij beloofde een snel onderzoek naar wat hij omschreef als een ‘pijnlijk incident’. Incident? Omgerekend zijn er om het jaar dodelijke ongelukken. Hoeveel incidenten zijn er nodig om van een patroon te spreken? De koning, die benadrukte dat al miljarden zijn geïnvesteerd in een betere infrastructuur, wist ook te melden dat de schuld bij de pelgrims zelf ligt, die zouden zich niet aan de veiligheidsvoorschriften houden. Inlevend taalgebruik richting de slachtoffers en nabestaanden is anders, maar waarom een onderzoek op touw zetten als je al weet waar de fout zit?

De islam kent 1,2 miljard volgelingen en de limiet voor de hadj is gesteld op 2 miljoen bezoekers. Als je bedenkt dat elke moslim minstens eenmaal in z’n leven Mekka wil bezoeken, klopt daar de rekensom al niet: lang niet alle moslims komen dus aan bod. Om deze reden is het ook niet verwonderlijk dat met de landenquota die aan visa voor de bedevaart worden toegekend geweldig wordt gemarchandeerd. Tal van reisbureaus die geheel verzorgde Mekkapakketten verkopen omzeilen handig alle regels en quota. Er lopen daar dus altijd meer dan de maximaal toegestane 2 miljoen.

Hoog tijd, kortom, dat de moslimwereld, de Saoedische autoriteiten voorop, inzien dat de hadj toe is aan een grondige herziening. Niet nog een blik helikopters opentrekken of een extra loopviaduct aanleggen, maar een theologisch debat over het instituut is nu nodig: is de hadj op deze wijze nog zinnig en handhaafbaar? Misschien een aantal rituelen afschaffen? Misschien spreiding over het jaar? Misschien een tijdelijk moratorium?

De hadj stamt uit een tijd waarin de wereld nog niet te kampen had met een miljardenbevolking, al helemaal niet in de woestijnen van Arabië. De huidige bedevaart tegen wil en dank in stand willen houden betekent nog meer corruptie, nog meer beton, nog meer politie, nog meer regels, nog meer commercie, nog meer wanstaltigheid, nog meer hysterie, nog meer doden.

Wat dat laatste betreft: het wordt zo wel erg vol in het paradijs.