Een mailtje sturen is vervuilender dan je denkt

Internetten is niet zo schoon als het lijkt, want al je data wordt ergens opgeslagen. Dat levert jaarlijks meer vervuiling op dan de luchtvaart.

Illustratie Aron Vellekoop Leòn Illustratie Aron Vellekoop León

Een e-mailtje van één megabyte dat vijf minuten op een computerscherm staat, veroorzaakt zo’n 20 gram kooldioxide. Wie dagelijks twintig e-mails leest produceert daarmee jaarlijks ongeveer evenveel broeikasgassen als iemand die 1.000 kilometer in een auto rijdt – tenminste, als de mails niet ook nog een zware bijlage hebben of worden uitgeprint.

Deze berekening op de Belgische website energids.be is een schatting. Zo maakt het uit of de mail gelezen wordt op een smartphone, een laptop of een oude desktop. En natuurlijk zijn lang niet alle e-mails 1 Mb groot of duurt het vijf minuten voordat ze in de digitale prullenbak verdwijnen.

Wat de cijfers duidelijk maken is dat internetten niet zo schoon is als het lijkt. Een website bezoeken, een zoekopdracht geven aan Google, een e-book downloaden, een film streamen – elke activiteit op internet, hoe klein ook, kost energie. Mark Mills van adviesbureau Digital Power Group berekende in het rapport The Cloud Begins With Coal, dat een intensief gebruikte iPhone jaarlijks twee keer zoveel energie verbruikt als een koelkast van gemiddelde omvang. Niet zozeer door het toestel zelf, maar door alles wat ermee wordt gedaan.

En het dataverkeer groeit nog steeds in een ongekend tempo. Volgens het internetconcern Cisco ging het in 1992 dagelijks om 100 gigabytes aan data. Tien jaar later raasde diezelfde hoeveelheid per seconde over het web, weer vijf jaar later 2.000 Gb per seconde en de verwachting van Cisco is, dat dit in 2019 is opgelopen tot meer dan 50.000 Gb.

Dat dataverkeer kost energie, maar dat is niet de grote boosdoener. Al die informatie wordt ergens opgeslagen. En steeds vaker gebeurt dat in de ‘cloud’. Dat zijn geen virtuele wolken, maar fysieke ruimtes – meer dan drie miljoen verspreid over de wereld – die permanent grote hoeveelheden energie opslurpen.

Milieugroepen willen ander beleid

Volgens de Open Data Center Alliance is de uitstoot van broeikasgassen door de IT-sector inmiddels groter dan die door de luchtvaart. Bedrijven als Apple, Google en Microsoft zoeken permanent naar mogelijkheden om hun dataopslag duurzamer te maken. De kosten voor al die elektriciteit lopen in de tientallen miljarden euro’s per jaar. Bovendien dringen milieugroepen en investeerders steeds vaker aan op milieuvriendelijk beleid en transparante bedrijfsvoering.

Toen Facebook in 2010 bijvoorbeeld plannen maakte voor een gigantisch datacentrum in Oregon in de buurt van een kolencentrale die de stroom zou leveren, begonnen Facebookers, gesteund door Greenpeace, de actie ‘Unfriend Coal’. Het werd een groot succes. Na een paar maanden bezweek de directie van Facebook en zegde toe voortaan te streven naar energieneutraliteit. Sinds 2011 rapporteert Facebook jaarlijks over zijn ‘Carbon & Energy Impact’.

Ook Apple probeert de impact van het bedrijf en van zijn producten op het milieu zo klein mogelijk te maken. „Ons doel is niet alleen de beste producten van de wereld te maken, maar ook de beste producten voor de wereld”, schrijft Apple met gevoel voor marketing in zijn jaarlijkse Environmental Responsibility Report. Daarin meldt het bedrijf trots dat zijn dataopslag in de VS volledig klimaatneutraal gebeurt. Het datacentrum in Maiden, in North Carolina, krijgt, afhankelijk van het weer, dagelijks 60 tot 100 procent van zijn stroom van eigen zonnepanelen en brandstofcellen op basis van biogas. Critici wijzen er overigens op dat de rest komt van kolen- en kerncentrales van Duke Energy, de grootste en meest vervuilende stroomleverancier van North Carolina. Maar omdat Duke zijn vervuiling afkoopt met groene certificaten van duurzame energiebedrijven, claimt Apple toch ‘100 procent duurzame energie’.

Ook Google timmert aan de weg met een nieuw datacentrum in Alabama. Het komt op de plek waar nu nog een oude kolencentrale staat, en het wordt volledig energieneutraal. Het bedrijf claimt bovendien dat met dezelfde hoeveelheid energie inmiddels ruim drie keer meer data kunnen worden opgeslagen dan drie jaar geleden. Voor het datacentrum dat in Groningen moet verrijzen, wil Google profiteren van windmolenparken op zee.

Vooral de koeling kost veel water

Het kan nog beter. Het Franse bedrijf Schneider Electric en het Zweedse Falu Energi & Vatten presenteerden in februari hun plan voor een EcoDataCenter. Het immense centrum voor dataopslag, gebouwd bij de Zweedse stad Falun, zal niet alleen klimaatneutraal zijn, maar zelfs bijdragen aan het verminderen van broeikasgassen. Met de warmte die door de servers wordt opgewekt, zullen omliggende gebouwen worden verwarmd.

Niet alle internetbedrijven proberen zo voortvarend hun energieverbruik te verlagen. Amazon, een van de grootste cloudaanbieders, claimt volgens het Greenpeace-rapport Clicking Green weliswaar te streven naar 100 procent duurzaamheid, maar weigert inzage te geven in hoe dat moet gebeuren. Twitter huurt zijn dataopslag bij verschillende centra, zonder zich veel te bekommeren om het milieu. En ook Ebay, IBM, Oracle en HP blijven volgens Greenpeace achter.

Koeling is de achilleshiel van datacentra. Niet voor niets wordt het EcoDataCenter gebouwd in Zweden, in een regio waar de gemiddelde jaartemperatuur ongeveer 5 graden Celsius is. In januari van dit jaar, tijdens de hete zomer in Australië, zag internetprovider iiNet zich genoodzaakt een van zijn centra in Perth te sluiten. De airconditioners van de servers én van het back-upsysteem, konden een temperatuur van meer dan 44 graden Celsius niet langer aan. Het internet dreigde te smelten, kopte een krant. De koeling liet het afweten.

Voor die koeling is water nodig, veel water. En omdat klimaatverandering juist leidt tot droogte, wordt water een schaarser goed. En wordt het probleem nijpender.

„Mensen realiseren zich niet dat ze water kunnen besparen door hun smartphone op vliegtuigmodus te zetten en minder tijd door te brengen op Facebook en Youtube”, aldus Kaveh Madani van het Imperial College in Londen. In een vorige maand verschenen artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Sustainability over de ‘watervoetafdruk’ van datacentra wagen Madani en zijn collega’s zich aan een eerste ruwe schatting: het downloaden van een gigabyte aan data kost tussen de 1 en 205 liter water.

Zelfs als het meevalt, kun je met de tienduizenden gigabytes aan data die iedere seconde van hot naar her gaan heel wat tomaten kweken.

    • Paul Luttikhuis