Een CDA-Kamerlid dat gemaakt is voor de oppositie

Financiële terriër van het CDA is autonoom, gedreven en ongezellig.

Foto David van Dam

Tijdens het grote politieke debat vlak na Prinsjesdag werd premier Mark Rutte door Sybrand van Haersma Buma ondervraagd over de nieuwe manbier om vermogensbelasting te heffen. De CDA-leider is tegen die nivellerende maatregel van het kabinet. Maar de kwestie werd doorgeschoven naar de Algemene Financiële Beschouwingen, die morgen beginnen. Buma kwam wel met een opmerkelijk dreigement. „Gelukkig beschikt mijn fractie over de heer Omtzigt, en het kabinet niet.” Rutte reageerde direct: „Hahaha, nee, ik ben ook blij dat ik deze discussie met ú voer.”

Het dialoogje tussen deze politieke kopstukken tekent de positie van CDA’er Pieter Omtzigt (41). Tot 2012 een onbeduidend Kamerlid dat alleen lastig was voor zijn eigen bewindspersonen en fractiegenoten. Nu een van de bekendste, populairste én meest gevreesde parlementariërs. „Hij is altijd een onberekenbaar, ongeleid projectiel geweest”, zegt een oud-collega.

Maar nu het CDA in de oppositie zit, komen zijn drammerigheid, dossierkennis en ervaring juist goed van pas, klinkt het in de fractie. Vooral de manier waarop hij zich vastbeet in staatssecretaris Frans Weekers (VVD), die begin vorig jaar moest opstappen door de chaos bij de Belastingdienst, is legendarisch.

Omtzigt bevestigt dat hij lekker in zijn vel zit. De fractie van het CDA is bij de laatste verkiezingen gekrompen tot dertien leden en daarin is hij na Buma nu het meest ervaren Kamerlid. Hij heeft zich kunnen profileren op de portefeuilles die hij door en door kent: belastingen en pensioenen. Hij kan rellen op dossiers die hem aan het hart gaan: van christenvervolging in het Midden-Oosten tot de manier waarop de Nederlandse overheid een anatoom heeft behandeld die onderzoek deed naar de ramp met de MH17. Sinds een jaar heeft hij eindelijk de portefeuille financiën gekregen, die hij altijd wilde hebben, en de komende twee dagen mag hij tegenover minister Jeroen Dijsselbloem (PvdA) staan.

Slimste jongetje van de klas

Omtzigts Kamerlidmaatschap was lang niet altijd vanzelfsprekend . Hij groeide met twee broers op in Borne, waar zijn vader voor het bisdom werkte. Na het gymnasium trok het ‘slimste jongetje van de klas’ de wereld in. Hij ging studeren in Engeland en Italië, waar hij in 2003 promoveerde in de econometrie. Toen wilde hij zijn kennis in praktijk brengen. „Invloed uitoefenen op beleid”, zegt hij zelf.

Wim van de Camp, nu Europarlementariër, was toen fractiesecretaris en moest in 2003 „het ongeduld van Pieter een beetje temmen”. Ontiegelijk slim, gedreven en werklustig, met cijfers beter dan elk dozijn ambtenaren, maar sociaal niet erg handig, emotioneel, solistisch en uiterst koppig, zeggen fractiegenoten van destijds. Hij was nog geen dertig jaar, had nul politieke ervaring en sneeuwde in een fractie van 44 ego’s volledig onder. Al sprak hij zich binnen de fractie wel op elk politiek gevoelig dossier uit, en was zelden van zijn mening af te brengen.

Ook eigen bewindslieden in de verschillende kabinetten-Balkenende hadden last van Omtzigt. Pieter van Geel, CDA-fractievoorzitter tussen 2007 en 2010, werd eens door staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) aangesproken. Kon hij die Omtzigt niet afremmen? Van Geel weigerde. „Ik heb hem duidelijk gemaakt dat het een averechts effect zou hebben: Pieter is net slagroom. Hoe harder je hem klopt, hoe stijver hij wordt.”

Volgens Van de Camp is Omtzigts stugge karakter afgestraft. „Hij was niet zo meegaand en dat had consequenties voor zijn plek op de lijst.” In 2006 werd hij nog rechtstreeks herkozen, maar in 2010 stond hij daarvoor te laag op de kandidatenlijst. In 2012 kwam zijn naam er helemaal niet meer op voor.

Dat had te maken met de veel bekritiseerde samenwerking met PVV. Een ellendige tijd, voor het CDA in het algemeen, en voor Omtzigt in het bijzonder. Hij dankte zijn terugkeer in de Kamer aan het doorschuiven van bewindslieden in Rutte I – een kabinet waarvan hij, vanwege zijn aversie tegen de PVV, eigenlijk wilde dat het niet bestond.

„Pieter is superloyaal naar het CDA toe”, zegt Van de Camp. Omtzigt was inderdaad niet openlijk dissident tegenover Maxime Verhagen, fractievoorzitter Sybrand Buma en de gedoogpartner, maar hij had met allen een slechte verstandhouding. Achter de schermen was hij een opstandig element in een toch al fragiele constructie.

Eigen mandaat

De officiële lezing waarom hij in 2012 bedankt werd voor zijn diensten, is dat iedereen eruit moest die in of voor 2003 in de Kamer was gekomen. Al werd een uitzondering gemaakt voor Buma en uitgerekend Omtzigts provinciegenoot Eddy van Hijum. Omzigt werd „niet afgedankt”, zegt hij zelf. Maar volgens Hein Pieper, CDA-voorzitter in Overijssel, was dat wel zo. „Ze moesten hem in Den Haag niet, hij mocht niet meer op de lijst, zelfs niet op plek 75.”

Pieter Gerrit Kroeger, goede vriend van Omtzigt, bevestigt dat die verongelijkt en getergd was. „Hij was nog niet klaar in Den Haag, het Kamerlidlidmaatschap is echt zijn roeping. Maar er was ook geldingsdrang. Zo van: ik laat me er toch niet onder poetsen.”

Omtzigt vocht zich met succes terug. Het lukte hem binnen het CDA genoeg medestanders te vinden voor een plek op de lijst. En hij kwam met 36.750 voorkeurstemmen terug in de Kamer.

Dat heeft hem niet alleen een persoonlijk mandaat gegeven, en autonomie ten opzichte van zijn eigen partij en fractie, maar ook respect bij collega’s van andere partijen. Zijn vasthoudendheid beperkt zich niet tot zijn eigen politieke carrière; hij bijt zich juist vast in dossiers waar in eerste instantie vaak niemand naar omkijkt. Daardoor weten klokkenluiders, slachtoffers van beleid en willekeurige andere mensen met een probleem hem uitstekend te vinden. Binnen de fractie zijn er wel eens zorgen over de workaholic. Neemt hij niet te veel op zich, en trekt hij zich alle individuele kwesties niet te erg aan?

Politiek en persoonlijk verweven

Zijn gedrevenheid zit diep. Hij komt uit een katholiek, politiek en sociaal bewogen gezin; één broer werd theoloog, de ander zit voor de Verenigde Naties in Afrika. Omtzigts inzet voor onderdrukte christenen heeft alles te maken met zijn vrouw, met wie hij vier dochters opvoedt. Zij vluchtte toen ze negen was met haar orthodox-christelijke familie uit Turkije naar Nederland en is voor het CDA fractievoorzitter in de gemeente Enschede. Hoe het politieke en het persoonlijke verweven zijn, illustreert Omtzigt zelf met de onprettige ervaring dat zij op hun huwelijksreis in Turkije gevolgd werden door de Turkse geheime dienst.

Naast respect roept Omtzigts werkwijze ook ergernis op. Het is prima dat hij bewindslieden blijft bestoken met lange vragenlijsten en moties, en media inschakelt totdat hij gelijk krijgt. Maar volgens sommige Kamerleden zit achter zijn doortastendheid een andere, kwalijker eigenschap. De CDA’er is permanent wantrouwig. „Hij gelooft pas iets als het zwart op wit staat en door drie accountants is ondertekend”, zegt VVD’er Pieter Duisenberg, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor financiën. Die eeuwige achterdocht, zegt een andere collega, die niet met naam genoemd wil worden, is „funest voor het aanzien van de politiek”. Hij beschrijft de methode-Omtzigt als volgt: „Pieter stelt honderd vragen, vaak gebaseerd op non-informatie of onjuiste veronderstellingen. Er zit altijd een verzoek om een feitenrelaas bij. Als hij vervolgens in zijn ogen niet het goede of volledige antwoord van de minister krijgt, roept hij dat er iets onder de pet wordt gehouden.”

Een jaar geleden koos Omtzigt deze strategie bij de Europese naheffing van 642 miljoen euro die Nederland uit Brussel kreeg. Nadat minister Dijsselbloem had moeten erkennen dat ook hij door de hoogte van dat bedrag was verrast, bleef Omtzigt hem voortdurend bestoken. Dijsselbloem zou die verbazing hebben gespeeld en daarmee het parlement verkeerd hebben voorgelicht. Omtzigt trok hier samen op met De Telegraaf, die in een WOB-procedure om extra informatie vanuit Brussel vroeg. Omtzigt is nog altijd niet tevreden want blijft vinden dat de minister de Kamer onvolledig informeert.

Sociaal gezien geldt Omtzigt als een Einzelgänger. Als de commissie financiën een uitje heeft of op reis gaat, schuift de CDA’er niet aan als men ’s avonds laat de hotelbar opzoekt. Ongezellig, zeggen collega’s, maar dat moet hij zelf weten. Ergerlijk is wel dat Omtzigt zich onttrekt aan officiële programma’s. „Vooral als er geen camera’s bij zijn”, is de indruk van SP-er Arnold Merkies. Bij een werkbezoek aan de Verenigde Staten dit voorjaar was hij opvallend vaak afwezig. Hij bleek veel eigen afspraken te hebben. Na klachten van verschillende collega’s heeft commissievoorzitter Duisenberg hem erop aangesproken. Omtzigt is verbaasd over de kritiek. „Ik had m’n plannen van tevoren besproken. Toen kreeg ik geen klachten.”

Politiek plafond?

Omtzigt zelf vindt Kamerlid zijn „het hoogste ambt”. Maar de vraag is wat hij gaat doen bij volgende verkiezingen. De partijtop kan hem onmogelijk van de lijst houden. Vrienden en bekenden verwachten dat hij nog één periode doorgaat. Dat zou waarschijnlijk betekenen dat hij zich weer in een coalitierol moet schikken, want op basis van de nieuwe samenstelling van de senaat is een kabinet zonder CDA lastig voor te stellen. „Hij is slim genoeg om bewindspersoon te worden, maar ik zie hierna vooral een internationale carrière voor me, bijvoorbeeld binnen de EU. Daar zou hij meer worden uitgedaagd”, zegt Overijssels CDA-voorzitter Hein Pieper. Omtzigt is bijzonder actief in de Raad van Europa. Zijn voornaamste wapenfeit daarin is zijn strijd tegen ongecontroleerde afluisterpraktijken door Westerse inlichtingendiensten. Vorig jaar strikte hij de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden voor een hoorzitting.

Bij de vorige verkiezingen voor het Europees Parlement werd Omtzigt gepolst of hij niet wilde overstappen. Hij vond dat hij dat niet kon maken tegenover al die mensen die zijn persoonlijke campagne hadden gesteund. Was het misschien een manier van fractievoorzitter Buma om alsnog van hem af te komen?

Sinds het zomerreces lijkt Omtzigt onder toezicht geplaatst. Waar hij altijd vooraan staat om kabinetsplannen te bekritiseren, wilde hij nu niet meteen reageren op de uitgelekte begroting. En hij is, na het vertrek van enkele collega’s, verhuisd naar een veel ruimere werkkamer in de CDA-vleugel van het Binnenhof. Die heeft één nadeel: journalisten, lobbyisten en andere bezoekers kunnen niet meer ongezien bij hem op de koffie. Eerst moeten ze langs de openstaande deur van de fractievoorlichting. „Ze willen wat meer zicht op me houden”, grapt hij daar zelf over.

Zijn fractieleider blijft hem in het openbaar in elk geval roemen. Toen Rutte hem in het laatste debat vroeg een motie over belastingen niet in te dienen, kwam Buma weer, met een licht ironisch toontje, terug op Omtzigts positie. „Ik heb even met ons fiscaal geweten overlegd. Het is akkoord; wij zullen deze motie aanhouden.”

    • Emilie van Outeren