De wereld heeft kunstenaars nodig, dat kost geld

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: Een bijeenkomst over kunst en financiering in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam
Wie: Peter van den Bunder van FNV Kiem: de grootste vakbond voor de creatieve sector en beeldend kunstenaars Tijs Rooijakkers en Ad de Jong

Terwijl het Rijksmuseum 160 miljoen euro bij elkaar probeert te krijgen om twee schilderijen van Rembrandt aan te kunnen kopen, verzamelt zich in Pakhuis De Zwijger een honderdtal jonge kunstenaars om zich over de vraag te buigen hoe je als kunstenaar überhaupt je vaste lasten bij elkaar kan krijgen. Want kunst maken kost geld, energie en tijd - het lijkt verdacht veel op werk.

Niet leuk genoeg

Peter van den Bunder, bestuurder bij FNV Kiem, spreekt de kunstenaars streng toe: “Jullie vinden geld niet léuk genoeg om er aandacht aan te besteden”. Maar, geeft hij toe, op de academie leer je daar ook vaak te weinig over.

Tijs Rooijakkers herkent dat. Als voorbeeld van een ‘best case scenario’ is hij uitgenodigd om over zijn redelijk voorspoedige carrière te vertellen – het kan wél, rondkomen van kunst. “Alleen gastdocenten waren wel eens eerlijk over geld verdienen: ‘Vijf procent van jullie gaat werk vinden’.”

Rooijakkers zit bij die vijf procent. Zijn ‘schetsen in de ruimte’ hangen in de lucht op diverse locaties in de, door veel beeldend kunstenaars felbegeerde, Openbare Ruimte. “Ik heb heel veel geluk. En ik kan tegenwoordig werken met mensen die dingen kunnen waar ik niet goed in ben.” Subsidies aanvragen bijvoorbeeld. En persberichten schrijven. Zo kan hij zich concentreren op zijn werk. “Rust en een eigen loods waar ik lekker kan werken, dat is mijn droom.”

Peter van den Bunder, Tijs Rooijakkers, Ad de Jong en een van zijn kunstwerken, ‘The Heat of Sand & Stars’

Een foto die is geplaatst door Bo&Caro (@boencaro) op

Doorwerken

Oude-rot-in-het-vak en “overlever” Ad de Jong heeft zo’n eigen loods. Hij kan het iedereen aanraden: “Een eigen studio is een enorme lift voor je werk en voor je carrière. Het is de beste investering die je als beeldend kunstenaar kan doen.” Van den Bunder valt hem bij: “Je wordt eerder serieus genomen als je een eigen atelier hebt. Opdrachtgevers begrijpen dan sneller dat kunst ook geld kost, dat het niet gewoon een hobby is.”

Toch gaat het volgens De Jong niet om geld, maar om de houding tegenover geld. “In New York heb ik geleerd: Je moet harder, zakelijker zijn. En je moet dóórwerken. Niet één schilderij per maand, maar één schilderij per dag!”

Dat is een heldere boodschap. Maar uiteindelijk moet je, vindt De Jong, er als kunstenaar ook gewoon in geloven dat de wereld jou nodig heeft. En dan zou het moeten lukken van de kunst te leven.

En een pensioen? Hoe heeft Ad de Jong dat geregeld?
“Niet. Ik werk tot ik dood ben.”
Net Rembrandt.

    • Bo van Houwelingen & Caroline van Keeken