Column

De onzin van ‘You Don’t Know Me, But I Know You’

Opeens besef ik dat ik me heb vergist. Mijn leven lang heb ik gedacht dat ik klinisch naar mezelf kon kijken, en naar de emoties van een seconde geleden, met de laboratoriumblik van het huidige moment. De koelheid waarmee ik mijn leven bezag werd mogelijk gemaakt doordat de emotie altijd nét voorbij was, vervlogen, verwerkt, zodat ik precies op tijd was aangekomen in dit gedistantieerde, alwetende heden waaruit alle turbulentie als bij toverslag was verdwenen. In het heden hield ik het scalpel vast in de hand en had ik steeds gelijk, een fractie van een seconde eerder had ik het nog bij het verkeerde eind gehad, mijn blik vertroebeld door koorts en hartstochtelijkheid. Vandaag begrijp ik voor het eerst wat een onzin dit is.

Een paar jaar geleden kwamen vier wetenschappers met de uitslag van zes onderzoeken waaruit bleek dat mensen zichzelf volledig denken te kennen. En niet alleen zichzelf, ze denken ook dat ze anderen feilloos doorzien. Tegelijkertijd houden ze vol dat anderen dat niet kunnen. Zelf hebben ze een superieur besef van de rijkdom van andermans geest; andersom is de ander daar veel te dikhoofdig voor. ‘You Don't Know Me, But I Know You’, heette hun artikel over deze illusie van asymmetrisch inzicht.

Zo kregen mensen tijdens een van de onderzoeken plaatjes van ijsbergen te zien. Aan de hand daarvan vertelden ze allemaal om het hardst dat hun eigen wezen onzichtbaar bleef en onder het wateroppervlak verborgen. Bij anderen lag dat juist omgekeerd: hun wezen was grotendeels boven water te zien. Een verschijnsel dat u wel zult herkennen. U denkt immers de bakkersvrouw beter te kennen dan zij zichzelf kent? Op basis van haar gedrag, haar hebbelijkheden en haar tics weet u exact wanneer ze zichzelf voor de gek houdt. Met haar dieet! Haar plannen voor een nieuwe carrière! Uw eigen bronnen liggen echter zo diep en uw beweeggronden zijn zo rijk dat de bakkersvrouw er geen vermoeden van heeft.

Cartoonist Randall Munroe maakte een paar jaar geleden in zijn webstrip xkcd een plaatje van vijf zwijgende mensen in de metro. Allemaal met hetzelfde gedachtenballonnetje boven hun hoofd. ‘Kijk al die mensen nou eens’, dachten ze collectief. ‘Glazig kijkende automaten die hun dagelijkse bestaan leiden, zonder ooit om zich heen te kijken en te denken! Ik ben de enige bewuste mens in een wereld vol schapen.’

Het artikel over asymmetrisch inzicht van Pronin, Kruger, Stavitsky en Ross bleek de laatste jaren steeds relevant zodra er verkiezingen waren of conflicten. De asymmetrie treedt namelijk niet alleen op in individuele verhoudingen, maar net zo goed tussen groepen. Groepsleden zijn er zonder uitzondering van overtuigd dat zij meer van buitenstaanders weten dan buitenstaanders van hen. Liberalen claimen steevast dat ze de conservatieven beter doorzien dan de conservatieven de liberalen.

Het is de illusie van het naïeve gelijk. Alleen jij en de jouwen hebben diepten. Zouden de anderen je diepten kennen, dan zouden ze je denken zoals jij denkt. Doen ze dat niet, dan bewijst dat hoe oppervlakkig ze zijn. Maar goed, goddank kun je dit allemaal nalezen in wetenschappelijke publicaties en dus kun je proberen niet voor de illusie te vallen. En dat was precies wat ik vanochtend deed. Ik doorzag mijn neiging mezelf als complexer en interessanter te beschouwen dan u en ik nam me voor die vergissing niet langer te maken. En nu ik toch bezig was, probeerde ik meteen ook maar iedere andere illusie en bias te vermijden.

Ik omzeilde het Lake Wobbegon-effect en de Semmelweis-reflex en de Dunning-Kruger-tendens en ik was al met al heel tevreden met de vooruitgang die ik maakte in het zindelijke denken. Sterker nog, ik was ervan overtuigd dat ik me in het verleden weliswaar had laten verleiden door illusies over mijn gelijk, maar dat stadium was ik nu gepasseerd. Ik wist inmiddels beter. En zo keek ik met enige gêne naar de verblinde denker die ik vroeger was, met zijn oogkleppen en zijn hang-ups. Het onbewuste schaap dat ik volledig doorzag in zijn wanen.

Tot ik me realiseerde dat ik mijn vroegere zelf als een ander beschouwde. Als iemand die niets van mij wist, terwijl ik hem volmaakt doorgrondde. Ik dacht te zien hoe hij zichzelf voor de gek hield, gedreven door ijdelheden en emoties, terwijl ik strikt rationeel oordeelde in de superioriteit van het huidige moment. Hier moest ik even over nadenken en er verstreek een uur. Tot ik besefte dat ik een uur eerder gevallen was voor de illusie van mijn eigen gelijk, maar dat ik nu greep had op de complexiteit van de situatie, en hier dacht ik over na en er verstreek een uur en ik kwam tot de conclusie dat de zaak hopeloos verloren was.